AMSTERDAM - De platenzaken aan het Waterlooplein, in de Jordaan en rond de Utrechtsestraat hebben het drukker dan jaren geleden. Vinyl is terug, en allang niet meer uitsluitend bij verzamelaars van vijftig plus. Jonge Amsterdammers kopen hun eerste elpee en komen er dan achter dat de keuze voor een platenspeler ingewikkelder is dan verwacht. Een paar begrippen op een rij maken die keuze een stuk eenvoudiger.

Riem of directe aandrijving

De motor van een platenspeler drijft het plateau aan via een rubberen riem of rechtstreeks. Een riemaandrijving dempt trillingen van de motor en klinkt daardoor rustiger, wat voor thuis luisteren de gebruikelijke keuze is. Directe aandrijving komt op snelheid in een fractie van een seconde en kan beter tegen het terugdraaien van de plaat, iets wat dj's nodig hebben en huiskamerluisteraars niet.

Voor wie vooral wil luisteren, is een riemaangedreven speler met een zwaar plateau het logische startpunt. Hoe zwaarder en stabieler het plateau, hoe minder schommelingen in de toonhoogte.

Het element bepaalt het karakter

Het element, ook wel pick-up of cartridge, is het kleine huisje aan het einde van de toonarm met de naald erin. Het leest de groef en zet de trilling om in een elektrisch signaal. Instapspelers hebben een MM-element, wat staat voor moving magnet. Dat is gebruiksvriendelijk, betaalbaar en de naald is los te vervangen. MC-elementen, moving coil, zitten op duurdere spelers en geven meer detail, maar de naald vervang je niet zelf.

Wie platenspelers bekijken wil, let vooral op de toonarm en het element, omdat die twee samen het geluid maken. Een gespecialiseerde zaak als iEar stelt het element bij aankoop af op de juiste naalddruk en antiskating. Zelf doen kan ook, maar bij een eerste speler is een goed afgestelde toonarm het verschil tussen een scherpe weergave en een plaat die na tien keer draaien al slijtage vertoont.

Phono-voorversterker, ingebouwd of los

Het signaal uit een element is heel zwak en heeft een speciale correctie nodig voordat een versterker er iets mee kan. Daar zorgt een phono-voorversterker voor. Sommige platenspelers hebben hem ingebouwd en sluit je direct aan op een versterker of actieve speakers. Andere hebben hem niet, en dan heb je een versterker met phono-ingang of een los kastje nodig. Check dit voor je koopt, want het is de meest gemaakte beginnersfout.

De opstelling in een Amsterdams huis

Een platenspeler is gevoelig voor trillingen, en een bovenwoning met houten vloeren aan een drukke gracht is daarin geen makkelijke omgeving. Zet de speler op een zwaar, stabiel meubel en bij voorkeur niet op dezelfde kast als de speakers. Een stevig wandplankje aan een dragende muur werkt vaak beter dan een dressoir op een verende vloer.

Zet de speler waterpas met een kleine libel, anders loopt de naald scheef in de groef. Houd afstand tot de speakers, want een naald die het geluid van de speakers oppikt, geeft een rondzingende brom bij hoger volume.

Onderhoud dat platen en naald spaart

Stof is de grootste vijand. Een koolstofborstel voor elke kant, een naaldborstel een keer per week en een hoes die dicht blijft als er niet wordt gedraaid. Platen uit de kringloop of van de markt verdienen eerst een wasbeurt met een platenwasmachine of een eenvoudige wasset, want het vuil in de groef slijt anders de naald.

Een MM-naald gaat bij normaal gebruik zo'n 800 tot 1000 speeluren mee. Hoor je vervorming in de hoge tonen of klinken bekende platen ineens scherper, dan is de naald aan vervanging toe.

De stad als platenkast

Wat vinyl in Amsterdam zo leuk maakt, is dat de stad zelf de collectie aanvult. De platenmarkten, de kleine zaken in de Pijp en Oost en de vele releases rond het Amsterdam Dance Event zorgen elk najaar voor een stroom aan nieuw en tweedehands materiaal.

Dit jaar kreeg ADE een heartbeat vanuit de ruimte en rond zulke edities duiken traditiegetrouw veel nieuwe persingen op in de bakken van de platenzaken. Een platenspeler die goed is afgesteld, maakt van elke vondst een luistermoment.