Op een dakterras in Amsterdam-Noord ligt sinds een paar jaar een lap kunstgras, en precies op de plek waar de tuinstoelen staan is de mat platter en lichter dan de rest. Zo'n plek verraadt meer over de levensduur van kunstgras dan welke productbeschrijving ook.

Fabrikanten houden voor kunstgras doorgaans een levensduur van tien tot twintig jaar aan. Dat is een ruime marge, en die marge zit niet in het toeval. Hij zit in de kwaliteit van de vezel, de opbouw van de ondergrond, de hoeveelheid zon die de mat krijgt en de vraag of er dagelijks kinderen op rennen of alleen een keer per week iemand met een kopje thee zit.

Twintig jaar of tien: het verschil zit in de vezel

De belangrijkste breuklijn ligt in het garen zelf. Vezels van polyethyleen met een stevig gewicht per vierkante meter veren na belasting terug; goedkopere, dunnere vezels blijven liggen zoals ze geplet zijn. In een stadstuin met een looppad naar de schuur zie je dat verschil binnen twee seizoenen.

Daarnaast speelt de vorm van de vezel mee. Een vezel met een verstevigde nerf of een V-vormige doorsnede staat mechanisch sterker dan een plat lintje. Wie op een kleine oppervlakte veel loopt, heeft aan die stevigheid meer dan aan een extra lange poolhoogte.

UV-straling is de tweede sluipmoordenaar. Kunstgras krijgt bij productie een UV-stabilisator mee, maar de effectiviteit daarvan verschilt sterk per product. Op een onbeschaduwd zuidelijk dakterras, waar de zon van vroeg tot laat op de mat staat en de temperatuur oploopt, verkleurt een slecht gestabiliseerde mat merkbaar sneller dan hetzelfde gras in een schaduwrijke binnentuin.

Wat er onder ligt, bepaalt hoe het bovenop blijft liggen

Een mat die golft of verzakt, is bijna altijd een ondergrondprobleem. In veel Amsterdamse tuinen ligt slappe klei- of veengrond onder de bestrating; wordt daarop zonder stabiele opbouw kunstgras gelegd, dan tekenen kuilen en naden zich binnen een paar jaar af.

Een vakkundige opbouw bestaat uit een uitgevlakte, verdichte laag split of brekerzand, waar op waterdoorlatend doek en soms een drukverdeeldoek komt. Dat laatste verdeelt puntbelasting, bijvoorbeeld van een trampolinepoot of een zware plantenbak, over een groter oppervlak. Wie de fundering goed aanlegt, verlengt de levensduur van de mat met jaren, simpelweg omdat de vezels niet steeds in een kuil worden platgetrapt.

Drainage is in de stad extra kritisch. Op een dakterras moet het water via de doorlatende backing en de onderlaag naar de bestaande afvoer kunnen; in een binnentuin die aan drie kanten door muren is omsloten, kan het water nergens heen als de opbouw dichtslibt. Blijft er water op de mat staan, dan ontstaat algen- en mosaanslag en gaat de mat glad en groenzwart ogen, ook als de vezel zelf nog prima is.

Bezem, hark en een emmer water

Onderhoud aan kunstgras is er wel degelijk, maar het is ander werk dan bij gazon. Maaien en bemesten vervallen; vegen, borstelen en af en toe een grondige schoonmaak komen ervoor terug. Reken op een paar keer per jaar een half uur werk voor een gemiddelde stadstuin, en vaker onder een boom of naast een gevel met klimplant.

Blad, zaad en fijn stof zijn de grootste vijanden. Blijft dat liggen, dan ontstaat er een humuslaagje tussen de vezels waarin onkruid en mos gaan wortelen. Een harde bladhark is dan riskant; een kunstgras bezem met stevige, licht buigende haren of een bladblazer op lage stand haalt het vuil eruit zonder de vezels te beschadigen.

Borstelen doe je tegen de looprichting in, zodat de vezels weer opkomen. Op plekken waar meubels staan, helpt het om ze twee of drie keer per jaar te verplaatsen. Voor het zwaardere werk, zoals platgelopen loopstroken of een vlek van gemorste barbecuesaus, volstaat lauw water met een milde zeep en een zachte borstel. Chloor, hogedrukreiniging op korte afstand en agressieve schoonmaakmiddelen niet: die tasten de UV-laag en de backing aan.

Instrooizand verdient aparte aandacht. Het gedroogde kwartszand tussen de vezels houdt de mat op zijn plek, geeft gewicht, dempt de val en houdt de pool rechtop. Dat zand zakt in de loop van de jaren weg en verdwijnt deels bij vegen, dus bijstrooien hoort erbij. Zonder voldoende zand gaat de pool sneller liggen en is die schade onomkeerbaar.

Speelveld of siertuin, dat scheelt jaren

De intensiteit van het gebruik is misschien de meest onderschatte factor. Op sportvelden en in speeltuinen ligt zwaarder, dichter geweven gras met een specifieke vulling, juist omdat daar duizenden voetstappen per week over gaan. Een siermat in een siertuin krijgt een fractie van die belasting en kan dus veel langer mee.

In een Amsterdamse achtertuin van vijftig vierkante meter met twee kinderen en een hond ligt de belasting per vierkante meter alleen verrassend hoog: alle activiteit concentreert zich op hetzelfde stukje. Bij kunstgras, een polyethyleenmat op een verdichte onderlaag, wordt de keuze voor een zwaardere kwaliteit dan daarom eerder een rekensom over jaren dan een kwestie van smaak. Wie de mat na zeven jaar al moet vervangen, is duurder uit dan wie in één keer een steviger product neemt.

Scherpe objecten zijn de laatste categorie schade, en die is meestal menselijk. Een tuinstoel met dunne metalen poten, een barbecue die te dicht bij de mat staat, sigarettenas, een gevallen schep: het smelt of scheurt de vezels lokaal. Zo'n plek herstelt niet en valt op, precies zoals een brandgat in een tapijt.

De nadelen die je erbij krijgt

Kunstgras heeft reële minpunten. Op een zomerse dag wordt de mat in de volle zon flink warm, warmer dan gras, wat op een dakterras merkbaar is. Het huisvest geen bodemleven en draagt niets bij aan biodiversiteit, en een dichte opbouw kan de waterinfiltratie in de tuin verminderen als de drainage niet goed is meegenomen.

Ook het einde van de levensduur is een aandachtspunt: uitgediend kunstgras is een samengesteld product van kunststoffen en vulling en dat maakt verwerking bewerkelijk. De materiaalketen van kunstgras is inmiddels beschreven in het Circulair Materialenplan, waarin de overheid vastlegt hoe met dit soort ketens moet worden omgegaan.

Wie twijfelt tussen echt en kunst, weegt dus meer af dan alleen onderhoudsgemak. Voor een schaduwrijke binnentuin waar echt gras nooit aanslaat, is de afweging anders dan voor een zonnige tuin waar een gazon prima gedijt en waar het voorjaarsonderhoud, zoals gras maaien lente, gewoon in de routine past.

Een kwartier in maart

Wil je een mat weer mooi krijgen die er dof en plat bij ligt, dan werkt de vaste reeks: blad en vuil eruit, mos aanpakken, instrooizand bijvullen, pool tegen de draad in opborstelen. In veel gevallen ziet het gras er daarna jaren jonger uit dan verwacht.

Het beste moment daarvoor is eind maart, als de winterrommel eraf is en het terras nog niet in gebruik. Een kwartier werk in dat weekend is precies het verschil tussen een mat die twaalf jaar meegaat en een die er twintig ligt.

Wie de fundering goed aanlegt, verlengt de levensduur van de mat met jaren, simpelweg omdat de vezels niet steeds in een kuil worden platgetrapt.