De gebroeders Djaya: Revolusi in het Stedelijk

Door Redactie op Woensdag 23 mei 2018, 12:01 uur  Uitgaan  nederland, stedelijk, kunstenaars, djaya, indonesischeBron: Stedelijk Museum Amsterdam


De gebroeders Djaya: Revolusi in het Stedelijk
AMSTERDAM - In 1947, middenin de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, organiseert directeur Willem Sandberg in het Stedelijk Museum de eerste tentoonstelling van de Indonesische broers Agus en Otto Djaya in Nederland. Het is dan ook voor het eerst dat niet-Westerse hedendaagse kunstenaars in het Stedelijk een solo krijgen. Het werk van de gebroeders Djaya is gevoed door de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd na het uitroepen van Republiek Indonesië in 1945. Het onderzoek dat het Stedelijk Museum het afgelopen jaar deed naar de aanwezigheid van de twee broers in Nederland werpt een nieuwe blik op hun verrichtingen. Die nieuwe inzichten komen deze zomer in het Stedelijk aan bod in een intrigerende tentoonstelling van twee zalen, een symposium en andere activiteiten.

Nieuw onderzoek door onafhankelijk curator en onderzoeker Kerstin Winking naar het werk van de gebroeders Djaya in de collectie van het Stedelijk laat zien dat er in Nederlandse archieven veel te vinden is over de broers. Agus en Otto Djaya waren van 1947-1950 in Europa, voornamelijk in Nederland, waar ze in het geheim de promotie van de Indonesische onafhankelijkheid bedreven. Uit die periode is een aantal schilderijen overgeleverd waarvan in het Stedelijk een selectie te zien is. Naast werken uit de collecties van het Stedelijk, het Nationaal Museum voor Wereldculturen en de Universiteitsbibliotheek Leiden, is in de tentoonstelling onthullend archiefmateriaal opgenomen, dat laat zien hoezeer kunst en politiek met elkaar verstrengeld waren, en dat de kunstenaars door de Nederlandse ‘secret service’, de Netherlands Government Information Service, in de gaten werden gehouden, maar ook dat de Djaya’s en hun inzet voor de onafhankelijkheid gesteund werd door Nederlandse intellectuelen.

De Djaya's in Amsterdam

Toen de Djaya’s in 1947 naar Amsterdam kwamen, hadden ze al een netwerk met lokale contacten, onder wie de Leidse hoogleraar en conservator van het Indisch Museum (nu Tropenmuseum) Theodoor Galestin, hoogleraar niet-westerse sociologie Willem Frederik (Wim) Wertheim en museumdirecteur Willem Sandberg. Veel van de 126 schilderijen en tekeningen die Sandberg in het Stedelijk toonde, hadden de broers zelf uit Jakarta meegenomen in de cargo van het stoomschip waarmee ze reisden. Bekeken tegen een achtergrond van de vier jaar durende oorlog tussen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders en het Nederlandse koloniale bewind, nodigt deze tentoonstelling uit tot nieuw onderzoek. Waarom waren de Djaya’s in Nederland en niet in de binnenlanden van Java, zoals de meeste van hun bevriende revolutionaire kunstenaars? Waarom onderzochten, presenteerden en verzamelden conservatoren als Willem Sandberg en Theodoor Galestin het werk van de Djaya’s? Welke aanknopingspunten zijn er die de aanwezigheid van de Indonesische kunstenaars in Nederland verklaren?

De gebroeders Djaya: Revolusi in het Stedelijk licht het werk van de Djaya’s toe en plaatst hun aanwezigheid in Nederland in een bredere context. Aangestipt wordt bijvoorbeeld dat het werk van Agus Djaya en Otto Djaya een synthese is tussen Javaanse tradities en Westerse moderne kunst, met name het werk van de Europese expressionisten en Franse modernisten. Naast bijzondere aquarellen en schilderijen worden objecten uit archieven in Nederland getoond, waaronder catalogi en foto’s van de kunstenaars gemaakt door de Netherlands Government Information Service. Het Stedelijk toont ook werk uit eigen collectie van andere revolutionaire kunstenaars, zoals Mochtar Apin en Baharudin, en foto’s van Henri Cartier-Bresson van de inauguratie van de Sukarno, de eerste Indonesische president van de Republiek Indonesië eind 1949, en van het vertrek van de Nederlandse soldaten.

Bij de tentoonstelling vindt in juni een uitgebreid publiek programma plaats, waaronder een internationaal symposium georganiseerd in samenwerking met het Rijksmuseum. Deze tentoonstelling maakt deel uit van het STEDELIJK TURNS-programma. Hierin wordt onderzoek gedaan in de eigen collectie naar nog niet vertelde verhalen en bijzondere perspectieven om de kunstcanon zo te verrijken.

Over Agus en Otto Djaya
Agus Djaya (1913-1994) was lid van het revolutionaire leger. Opgeleid als tekenleraar had hij een passie voor de Javaanse en Balinese traditionele cultuur, maar hij bewonderde ook kunstenaars als Gauguin en Van Gogh. In 1938 richtte Agus samen met kunstenaar Sindudarsono Sudjojono Persagi op, een vereniging met als doel het maken van moderne Indonesische kunst. In 1946 begon hij in opdracht van president Sukarno met het verzamelen van kunstwerken voor een nieuw Indonesisch nationaal museum.

Otto Djaya (1916-2002), de jongere broer van Agus, leerde het vak bij Persagi. Net als zijn broer was hij lid van het revolutionaire leger. Naast mythologische scenes in een lineaire stijl die beïnvloed is door het wayang poppenspel, beeldde hij, in tegenstelling tot zijn broer, ook talloze revolutionaire strijders af in zijn werk, met wapentuig en in de dracht van de streek waarvan zij afkomstig waren.

Public Program
Gallery Talk door Reggie Baay
Woensdag 13 juni 2018, 16.00-17.00 uur
Voertaal: Nederlands
Schrijver Reggie Baay deed langdurig onderzoek naar visuele cultuur in relatie tot het Nederlandse koloniale verleden. Baay specialiseerde zich aan de Rijksuniversiteit Leiden in de koloniale en postkoloniale literatuur en geschiedenis, in het bijzonder die van het voormalige Nederlands-Indië en het huidige Indonesië. Zijn boeken De Njai; Het concubinaat in Nederlands-Indië (2008) en Daar werd wat gruwelijks verricht (2015), over de vergeten slavernij in Indonesië tijdens het Nederlandse koloniale bestuur, oogstten veel lof. In september 2018 verschijnt van zijn hand een publicatie over de periode van de dekolonisatie van Indonesië.

Gallery Talk door Kerstin Winking
Woensdag 20 juni 2018 – 16.00 – 17.00 uur
Voertaal: Nederlands
Kerstin Winking is gastcurator van de tentoonstelling De gebroeders Djaya: Revolusi in het Stedelijk en zal vertellen over de minder in het oog springende betekenislagen van, en de verhalen en geruchten rondom het werk van deze revolutionaire kunstenaars. Kerstin Winking werkt als onafhankelijke curator en onderzoeker in Amsterdam. Ze is vooral geïnteresseerd in kunst die geopolitieke onderwerpen kritisch uiteenzet. Haar praktijk als tentoonstellingsmaker wordt gevoed door kritische theorie en postkoloniale denkbeelden. Voor het Stedelijk Museum werkte ze onder andere aan de onderzoek- en tentoonstellingsprojecten Africa Reflected (2010), Project 1975 (2011-2012) en Global Collaborations (2013-2015).

Symposium i.s.m. het Rijksmuseum:
The Production and Circulation of Indonesian Modern Art (1935-1950)
Donderdag 21 juni 2018, 10.00-16.30 uur
Locatie: Teijin Auditorium Stedelijk Museum
Voertaal: Engels
De discussie over moderne Indonesische kunst viel tussen 1935 en 1950 samen met de strijd voor onafhankelijkheid en antikolonialisme en het bevragen van gemeengoed als ‘Oost’ en ‘West’. Dit symposium richt zich met name op de periode van de Indonesische Nationale Revolutie (1945-1949), waarin kunstenaars de belangrijke taak hadden de revolutionaire tijdsgeest te verbeelden. Tijdens het symposium worden de centrale figuren binnen dit debat uitgelicht en vanuit een hedendaags perspectief benaderd.

Sprekers zijn onder meer: Antariksa (onderzoeker en medeoprichter Kunci, Cultural Studies Centre, Yogyakarta), Amir Sidharta (kunsthistoricus, Universitas Pelita Harapan, Tangerang en curator van de Presidentiële Collectie van Indonesië, Jakarta), Mikke Susanto (curator, onderzoeker en docent Institut Seni Indonesia Yogyakarta, ISI Yogyakarta en curatorial consultant voor het Paleis van de Indonesische President.) Kerstin Winking (samensteller tentoonstelling De gebroeders Djaya: Revolusi in het Stedelijk), Harm Stevens (conservator geschiedenis van de 20e eeuw, Rijksmuseum Amsterdam) en Remco Raben (professor Koloniale en Postkoloniale Literatuur- en Cultuurgeschiedenis, Universiteit van Amsterdam).


Summer School: Culture, History and Historiography in Indonesian Art
Zaterdag 30 juni 2018 –11.00 – 16.00 uur
Locatie: Studio A, Stedelijk Museum
Voertaal: Engels
Door Aminudin TH Siregar en Thomas J. Berghuis

Op 27 december 1949 droeg het Nederlandse koloniale gezag officieel de soevereiniteit over aan de Republiek Indonesië, een moment dat het einde van de Indonesische Nationale Revolutie markeert. Niet veel later publiceert een groep Indonesische schrijvers onder leiding van Asrul Sani in het populaire tijdschrift Siatat een manifest over het belang van kunstenaars binnen de ontwikkeling van een ‘wereldcultuur’: "Wij zijn de wettige erfgenamen van de wereldcultuur, en we bevorderen deze cultuur op onze eigen manier." Dit manifest is de leidraad tijdens deze eendaagse zomerschool over cultuur, geschiedenis en historiografie, waarin het draait om meerstemmigheid: niet beperkt tot een specifieke geschiedenis van de Indonesische moderne kunst, zullen verschillende kunstdiscoursen en -praktijken geintroduceerd worden.

Adminudin TH Siregar is docent Indonesische Kunstgeschiedenis en Kunstcriticus aan de faculteit voor Kunst en Design van het Institut Teknologi Bandung, Indonesië en promoveert momenteel aan de Universiteit Leiden. Thomas Berghuis is kunsthistoricus en curator en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam als parttime docent. Berghuis’ onderzoekspraktijk focust zich op kunst in China en Indonesië.

De tentoonstelling De Gebroeders Djaya: Revolusi in het Stedelijk is samengesteld door gastcurator en onderzoeker Kerstin Winking, in nauwe samenwerking met het team van het Stedelijk Museum Amsterdam.


Afbeeldingen: