Amsterdam Magisch Centrum Kunst en tegencultuur 1967-1970

Door Redactie op Maandag 30 april 2018, 15:49 uur   Uitgaan   amsterdam, tentoonstelling, stedelijkBron: Stedelijk Museum Amsterdam


Amsterdam Magisch Centrum Kunst en tegencultuur 1967-1970

AMSTERDAM - Wie aan de late jaren zestig denkt, ziet al snel het hippie-protest tegen de Vietnamoorlog voor zich, en de grote studentenopstand in Parijs. Het Stedelijk kijkt voorbij deze bekende feiten en laat in de grote zomertentoonstelling Amsterdam Magisch Centrum zien dat Amsterdam een belangrijk centrum was voor het revolutionaire denken. De verbeelding doet een gooi naar de macht. Maar hoe zag die verbeelding er eigenlijk uit? En wat was de betekenis van de stad voor die experimenten?

Het “Magisch Centrum Amsterdam”, in de woorden van Provo-kunstenaar Robert Jasper Grootveld, beleeft zijn hoogtij in de jaren 1967-1970. De reputatie van Amsterdam als stad waar alles mogelijk is, is dan definitief gevestigd. Amsterdam ontpopt zich tot een progressieve en artistieke vrijplaats, en oefent een grote aantrekkingskracht uit op jongeren uit de hele wereld.

In die tijd verandert de beeldende kunst ingrijpend. Kunstenaars verzetten zich tegen de gevestigde orde en gaan op zoek naar nieuwe podia; op straat, in tijdschriften of op tv. Het idee wordt belangrijker dan de (traditionele) vorm – kunst kan ook een gebeurtenis zijn, een ingreep in de stad of een televisieprogramma als Hoepla. Humor en ironie zijn geliefde middelen om de gevestigde orde en de hoge, verheven kunst mee te bespotten.

Het Stedelijk in de jaren 60
Op basis van de eigen collectie werpt de tentoonstelling nieuw licht op de radicale vernieuwingen en de artistieke en maatschappelijke experimenten van die tijd. Tegencultuur, experiment en underground rukken op vanuit de marge en nemen vanaf 1967 een opmerkelijk dominante positie in het culturele leven van de stad in. Het Stedelijk Museum, dat na de oorlog een huis voor de avant-garde was geworden, speelt daarbij een dubbelrol: enerzijds is het een moderne voorvechter van het nieuwe – met onder meer de tentoonstelling Op losse schroeven in 1969 – anderzijds wordt het door de ‘kritiese’ buitenwacht bestempeld als een behoudend bolwerk voor elitaire kunst.

Het Stedelijk kijkt 50 jaar later terug op een reeks historische happenings, events en conceptuele kunstwerken die in Amsterdam tot stand kwamen of getoond werden, vaak met de stad als decor. De affiches van Daniel Buren waren een artistieke interventie op straat, en er waren ludieke werken, zoals de kerstboom van Wim T. Schippers op het Leidseplein midden in de zomer. Deelname van het publiek was belangrijk, getuige de opblaasbare objecten van de Eventstructure Research Group op straat en aan het Museumplein, waar mensen van alle leeftijden in liepen en speelden. Louis van Gasteren en Fred Wessels bouwen de Sunny Implo, een bol met lichtpuntjes, geluid en een niet-waarneembare beweging, die, wanneer je je hoofd erin steekt, een rustgevend en psychotherapeutisch effect zou hebben. Volgens de makers zou op elke straathoek zo’n bol moeten staan. Zo ver komt het niet – de Sunny Implo wordt in 1970 alleen geëxposeerd in de entreehal van het Stedelijk.

Kunstenaars geven ook commentaar op de samenleving, zoals het ironische werk van Pieter Engels en Jeroen Henneman, dat verwijst naar het burgerlijke bestaan. Anderen gaan verder; Gerrit Dekker en Ben d’Armagnac demonstreren met hun bouwsels dat kunst ook een voorstel kan zijn voor een compleet nieuwe manier van (autarkisch) leven.

In een tijd waarin mannen de kunstwereld nog altijd domineren, veroveren ook vrouwelijke kunstenaars een plek. Ferdi maakt kleurrijke, zachte sculpturen met plantachtige vormen, die ze een uitgesproken erotische lading meegeeft. Een van haar werken, Purple People Eater, aangekocht door het Stedelijk na haar solo in 1968, is speciaal voor deze tentoonstelling gerestaureerd. Een sterk artistiek bewustzijn is ook terug te zien in werken van tijdgenoten als Maria van Elk en Louwrien Wijers.

Naast de genoemde kunstenaars bevat de tentoonstelling werk of documentatie van onder anderen Douwe Jan Bakker, Pieter Boersma, Marinus Boezem, stanley brouwn, Jan Dibbets, Ger van Elk, Adri Hazevoet, Immo Jalass, Robert Morris, Dennis Oppenheim, Willem de Ridder, Seemon en Marijke, Tjebbe van Tijen en Lawrence Weiner.

Collecties Stedelijk Museum en Rijksmuseum gecombineerd
Amsterdam Magisch Centrum is onderdeel van STEDELIJK TURNS, waarin de collectie van het museum het uitgangspunt is en op een andere manier wordt benaderd en geïnterpreteerd. De tentoonstelling is samengesteld door het Stedelijk, samen met het Rijksmuseum. Beide musea zijn geïnteresseerd in de tegencultuur van de jaren zestig en kunnen in dit project hun onderzoek en collecties combineren. Waar het Stedelijk in de tijd zelf vele werken exposeerde en aankocht, zal het Rijksmuseum ook enkele bijzondere recente aanwinsten tonen.

De tentoonstelling, vormgegeven door Bart Guldemond, bevat ruim 250 werken en objecten en rond de 100 reproducties, afkomstig uit de collecties van het Stedelijk Museum Amsterdam, het Rijksmuseum, het InternationaaI Instituut voor Sociale Geschiedenis, het Instituut voor Beeld en Geluid en andere musea en particuliere verzamelingen.

Online publicatie
Bij de tentoonstelling verschijnt als publicatie een online platform waarin de thema’s van de tentoonstelling uitgediept worden, inclusief filmpjes uit die tijd.

Public Program
Sunday Seminar​, zondag 9 december 2018:

Programma met lezingen en debat, met onder anderen Geert Buelens, dichter en professor Moderne Nederlandse Letterkunde, Universiteit Utrecht en gasthoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Stellenbosch, Zuid-Afrika. Als auteur van het onlangs verschenen De jaren zestig: een cultuurgeschiedenis​ zal hij spreken over tegenculturen in de jaren '60. Buelens kantelt het bestaande beeld van dit decennium en biedt nieuwe perspectieven: artistieke en culturele ontwikkelingen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië werpen een verfrissend licht op deze tijd. Ook bespreekt hij hoe grote geopolitieke en culturele ontwikkelingen in elkaar grepen en zorgden voor een omwenteling van waarden.

Gallery Talks, woensdagmiddagen, 7, 14 en 28 november 2018:
De tentoonstellingscuratoren belichten aan de hand van een persoonlijke selectie van werken elk een ander aspect uit de tentoonstelling, gebaseerd op hun expertise.

7 november Leontine Coelewij, conservator moderne kunst, Stedelijk Museum
14 november Suzanna Héman, assistent-conservator, Stedelijk Museum
28 november Harm Stevens, conservator geschiedenis 20e eeuw, Rijksmuseum

De tentoonstelling Amsterdam Magisch Centrum wordt gerealiseerd in samenwerking met onze partners: het Rijksmuseum en het InternationaaI Instituut voor Sociale Geschiedenis. Met dank aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

Meer aandacht voor 1968 in Amsterdam
Ook andere culturele instellingen in Amsterdam, zoals EYE Filmmuseum, CBK Zuidoost, Paradiso, Amsterdam Museum en Gemeente Amsterdam/50jaar Bijlmer, besteden aandacht aan 1968. Zie voor het overzicht #amsterdam1968.