AMSTERDAM - In AFC-Thuis, het programmablad dat bij iedere thuiswedstrijd wordt uitgegeven, laten wij in de rubriek In de schijnwerper een speler of staflid van AFC 1 aan het woord. Bij AFC - FC Lienden was dit clubarts Lex Swaan.

Zo’n 15 jaar is hij nu clubarts, onze 76-jarige dr. Lex Swaan (maar trek er ruim een decennium vanaf, graag, want alleen zijn gevoelsleeftijd telt, zegt-ie). En ‘Hey Dok’ krijgt er geen genoeg van – en zijn (potentiële) ‘patiënten’ op de club evenmin. Hij werd 26 jaar geleden lid van AFC, toen zijn zoon er ging voetballen. Zelf ging Lex tennissen vanwege een hopeloze knie en nu, met dank aan Jacques Springer, tafeltennist hij. ‘’En krijg ik klop van 80-plussers.’’

Vast zelf gevoetbald. Waar? En waarin was je goed en wat kon beter, toen je moest stoppen?

 ‘’Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar,’’ zei Louis Couperus al. Bij VUC. Had geen geweldige techniek, maar wel rap, en een fel mannetje.Waar in het veld? Rechtsbuiten met mooi weer, rechtsbinnen als het regende.’’

Rap, en met 1.66 cm klein van stuk. Fact-checking: klopt het dat je altijd op een kistje staat als er een teamfoto wordt genomen?

 ‘’Ja, 100 procent. Anders ben ik niet te zien, en dat is nou ook weer niet de bedoeling van zo’n foto.’’

Geen sportarts, en nog steeds practizerend huisarts

. ‘’Ja, een halve week nog. Behandel dan ook nog wat AFC’ers, ook enkele die naar andere clubs zijn gegaan. Donderdagavonds heb ik altijd een inloopspreekuurtje op AFC.’’

Je hebt AFC1 zo vaak zien spelen, al die jaren. Merk je veranderingen in het veld?

 ‘’Zeker. Bikkels blijven altijd bestaan, maar je ziet de laatste jaren wel dat de gevoeligheid voor blessures is toegenomen. Soms denk ik: jongen, ga gewoon door, dan komt het vanzelf wel weer goed met dat spiertje. Overigens pleit ik voor de toevoeging van een trainer gespecialiseerd in blessure-preventie. Misschien iets voor volgend seizoen.’

Herinner je je nog leuke voorvallen met de spelers?

 ‘’Vele, ik noem er eentje. Jaren terug, toen Ton du Chatinier ons voor het eerst trainde, waren we op een voetbalkamp op de Canarische eilanden en dansten de jongens ’s avonds met mooie meiden in een disco. Ton en ik zaten erbij en keken ernaar. Zegt-ie tegen mij: ‘Wij vallen in de betaalde klasse.’’

Ben je speciaal tevreden bepaalde zaken te hebben bewerkstelligd, als clubarts?

 ‘’Nou, ik heb ervoor gepleit dat we, al zijn we dan een amateurclub, nieuwe spelers grondig medisch keuren voordat we ze aannemen. En dat gebeurt nu. We hebben in het verleden enkele minder goede ervaringen gehad. En verder wil ik mij meer bezig houden, mede omdat mijn vrouw Joke, die diëtiste is en een cursus sportdiëtiek volgt, met wat spelers eten en drinken rond wedstrijden. Waarom niet een drankje met koolhydraten om de energie weer aan te vullen in de rust in plaats van het geijkte kopje thee of slok water?’’

Begin bij de jeugd, zegt men, als het gaat om goede voeding.

 ‘’Tja, ik zou ons clubhuis wel willen aanpakken, als je ziet hoeveel snoep er wordt uitgestald en hoeveel suikerdrankjes geschonken. Al snap ik ook wel: de pachter moet verdienen. Maar van mij mag er dus ook fruit komen te liggen.’’