AMSTERDAM - In Pakhuis de Zwijger draaide maandagavond alles om de natuur die zich verschuilt tussen stoeptegels, kademuren en binnentuinen. Tijdens de avond De verborgen natuur van Amsterdam kreeg het publiek een inkijk in een stad die krioelt van leven. Volgens de sprekers groeit, kruipt, zwemt en zingt er in Amsterdam zelfs meer dan op de Veluwe.

De avond opent met beelden van wilde dieren in de stad. Stadsecoloog Stijn Nollen en ecoloog Atze van der Goot tonen via wildcamera's wat zich normaal buiten het zicht afspeelt. Op scherm verschijnen vossen, steenmarters, buizerds en zelfs een bever die rustig langs de camera loopt. In de Amsterdamse scheggen – de groene zones die diep de stad in lopen – leggen zij het leven vast.

Een bijzondere vondst verschijnt wanneer een otter zich laat verraden door sporen langs de waterkant. Met een eenvoudige plank weten de onderzoekers bewijs vast te leggen. Ook jonge vossen in het Flevopark trekken aandacht: maandenlang volgen de camera's het nest, met beelden van een moeder die prooien aanvoert. 'Het voelde als een BBC-documentaire, maar dan in onze eigen stad', zegt Nollen.

Volgens Van der Goot laat de stad een positieve ontwikkeling zien. Meer zoogdieren vinden hun weg naar Amsterdam en passen zich aan het stadsleven aan. Minder gebruik van pesticiden en aanpassingen in de leefomgeving dragen daaraan bij. Nollen ziet hetzelfde: diersoorten zijn flexibel en passen zich steeds weer aan.

Op het Marineterrein Amsterdam krijgt stadsnatuur een steeds grotere rol. Heleen Luijt vertelt hoe het gebied zich in tien jaar tijd ontwikkelt tot plek voor experiment en onderzoek. Daar start ook de BioBlitz-reeks, waarbij bewoners samen soorten tellen en in kaart brengen. Vorig jaar leverde dat onder meer dertig vogelsoorten, meerdere zoogdieren en zelfs een bijzondere mossoort op. Op woensdagochtend 8 april staat een nieuwe editie van de BioBlitz rond vogels gepland.

De verzamelde gegevens geven inzicht in wat er leeft en waar kansen liggen. Kunnen ingrepen bepaalde soorten helpen? Ontbreken er soorten? De BioBlitz moet antwoorden opleveren en levert tegelijk waardevolle data voor de gemeente.

Daarna verschuift de blik naar een andere manier van denken. Klaas Kuitenbrouwer introduceert het concept van de 'zoöp': een organisatievorm waarin ook niet-menselijk leven een stem krijgt. Initiatieven in de stad experimenteren al met die benadering. Volgens Kuitenbrouwer ligt de vraag open of ook het Marineterrein die stap kan zetten.

Vogelliefhebber Tycho Fokkema brengt vervolgens energie in de zaal met verhalen over soorten die in de stad opduiken. De heggenmus bij de ingang van de Commandantswoning, de roep van de boomkruiper en de kleurrijke putters: voor hem vormt vogels kijken een directe toegang tot de natuur. 'Minder op tiktak, maar meer waarneming.nl', luidt zijn oproep.

Het slot van de avond zoomt letterlijk in op het kleinste leven. Biologiestudent Mas Jansma toont met een krachtige microscoop wat zich afspeelt in een druppel water uit het IJ. Op het grote scherm verschijnen algen, schimmels en zeer kleine kreeftachtigen. Een radardiertje zwemt voorbij, nauwelijks zichtbaar met het blote oog, maar hier uitvergroot tot hoofdrolspeler. Wanneer een eenoogkreeftje plots toeslaat, reageert de zaal geschrokken – om even later opgelucht adem te halen als het diertje toch weer in beeld verschijnt.

De avond maakt één ding duidelijk: wie door Amsterdam loopt, deelt de stad met een enorme rijkdom aan leven. Vaak onzichtbaar, maar altijd dichtbij.