In tijden van oorlog en crisis snakken we naar licht. Kunstenaars en architecten, onder meer van de Amsterdamse School (ca. 1910-1930), grijpen daarom naar utopische ideeën. Om de parallellen en verschillen tussen een eeuw geleden en nu in beeld te brengen, toont Museum Het Schip voor het eerst kunst en architectuur uit het interbellum (1918-1939) zij aan zij met werk van hedendaagse kunstenaars. Daarbij is er zowel oog voor optimistische verbeeldingskracht als het gevaar dat op de loer ligt: de dystopie.
Van duisternis naar licht
De parallellen tussen heden en verleden laten zien dat utopische verbeeldingskracht noodzakelijk is, en belangrijker: dat onze verbeelding ons vooruit kan helpen. Bright New World start echter bij crisis en oorlog, want iedere utopie ontstaat uit onvrede met de bestaande samenleving. Bezoekers betreden bij binnenkomst een donkere, beklemmende ruimte waarin duisternis en crisis voelbaar worden. Wanneer ze deze ruimte verlaten openbaart zich een droomwereld vol inspirerende kunst en baanbrekende ideeën voor een betere toekomst. Bright New World laat zien dat verandering juist voor het grijpen ligt. Bezoekers maken een reis door de zes thema's spiritualiteit, gemeenschap, natuur, technologie en wonen, vol futuristische en fantasievolle en soms zelfs science fiction-achtige toekomstdromen uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw naast die van nu. Ook de schaduwzijde daarvan wordt belicht: het gevaar dat idealen omslaan in autoritaire denkbeelden.
Amsterdamse School ontmoet hedendaagse kunst
In de tentoonstelling zijn indrukwekkende (architectuur)tekeningen, schilderijen, prenten, glas-in-lood, maquettes en andere (toegepaste) kunst te zien van H. Th. Wijdeveld, Mathieu Lauweriks, Albert Hahn, Jacob London, Theo van Doesburg, H.P. Berlage, Jacoba van Heemskerck, Konstantin Melnikow, Vladimir Tatlin, Hermann Finsterlin, Rudolf Belling, El Lissitsky Walter Determann, Käthe Kollwitz en Le Corbusier. Uit Duitse collecties zijn voor de tentoonstelling speciaal werken van Wassili Luckhardt, Bruno Taut en Wenzel Hablik te zien. Veel van het getoonde werk is gelieerd aan de Amsterdamse School en andere Nederlandse tijdgenoten. Ook de films Metropolis (Fritz Lang, 1927) en Le ballet mécanique (Fernand Léger & Dudley Murphy, 1924) krijgen een prominente rol.
Werk van hedendaagse kunstenaars biedt een eigentijdse, verfrissende kijk op de thema's die ons ook een eeuw geleden al bezighielden, onder wie Inas Halabi, Jip van den Toorn, Alexandre Henry, Marjan van Aubel, Yaïr Callender, Studio Monnik en Jan Cleyne, Jacopo Grilli, Jonas Staal, Jorge Mañes Rubio, Liesbeth van der Pol, MVRDV, en Arna Mačkić/Studio L A.
Publicatie en activiteiten
Bij de tentoonstelling verschijnt een publicatie die het onderwerp verder belicht met historische context en hedendaagse reflecties in de vorm van essays door verschillende experts. Ook vinden er diverse activiteiten plaats die bezoekers voorzien van verdieping en inspiratie.

14.3 ℃


































































