AMSTERDAM - De veiligheidssituatie bij woonproject Stek Oost stond dinsdagavond centraal tijdens de vergadering van de stadsdeelcommissie Oost. Aanleiding vormde de Zembla-uitzending van half januari, waarin (oud-)bewoners spreken over intimidatie, seksueel geweld en een langdurig gevoel van onveiligheid, met name onder jonge vrouwen, staat te lezen op oost online.

De actualiteit werd ingediend door commissieleden Alexander Versteeg (PvdA) en Frans van Vliet (VVD). Versteeg gaf aan geschrokken te zijn van de uitzending. 'De omvang en ernst waren ons niet bekend', zei Versteeg. 'Het doel van dit agendapunt is helder krijgen hoe deze onveiligheid zo lang heeft kunnen bestaan en of de maatregelen die zijn genomen voldoende zijn.'

Brede zorgen in de commissie

Ook andere fracties benadrukten het belang van het onderwerp. GroenLinks commissielid Talbi noemde Stek Oost een belangrijk agendapunt en stelde aanvullende vragen over wat er concreet nog meer gebeurt om de veiligheid te verbeteren.

Van Dongen (SP) sprak zijn steun uit voor de bespreking, maar plaatste tegelijkertijd vraagtekens. 'Met zoveel organisaties die betrokken zijn, is het vreemd dat het toch zo mis kon gaan.' Hij bedankte Zembla voor het aan het licht brengen van de problematiek.

Twijfels over doorgaan tot 2028

Namens Meerbelangen vroeg commissielid Willemsen waarom het dagelijks bestuur niet is meegegaan in het advies van woningcorporatie Stadgenoot om eerder te stoppen met het gemengde woonproject. 'Zitten we nu niet nog twee jaar met een onveilige situatie?' luidde de vraag. Daarmee verwees zij naar de periode in 2023, toen Stadgenoot aangaf niet verder te willen met Stek Oost in de toenmalige vorm.

'Ik schaam me hiervoor'

De meest persoonlijke bijdrage kwam van Van Vliet (VVD). Hij vertelde dat hij zelden wakker ligt van politieke dossiers, maar dat dit onderwerp hem na de uitzending niet losliet. 'Wij zijn de oren en ogen van Oost. Waarom hebben we dit hier nooit besproken? Ik schaam me daarvoor.'

Volgens Van Vliet wringt vooral dat de stadsdeelcommissie niet eerder zicht kreeg op de ernst van de situatie, terwijl in 2023 wel werd besloten door te gaan met het project.

De Heer: 'Ik voel me medeverantwoordelijk'

Stadsdeelbestuurder Carolien de Heer reageerde zichtbaar geraakt. Ze legde uit waarom zij in de Zembla-uitzending aan het woord kwam. 'Ik voel me heel betrokken en ook medeverantwoordelijk. Geweld tegen vrouwen moet niet mogen en dat is verschrikkelijk.'

Volgens De Heer draagt het stadsdeel, onder meer via het team veiligheid verantwoordelijkheid. Daarom zat zij ook in de uitzending. Ze sprak nogmaals haar frustratie uit. 'Mijn zorg zat ook bij de vraag waarom iemand niet eerder kon worden uitgezet of passende zorg kon krijgen.'

'Er is keihard gewerkt'

De Heer benadrukte dat veel betrokken organisaties 'het snot voor de ogen hebben gewerkt', om de situatie te verbeteren. Sinds de inzet van extra partijen, waaronder een externe beheerorganisatie op IJburg, is het volgens haar rustiger op de locatie.

'Het is nu veilig', stelde zij. 'Dat is niet vanzelf gegaan.'

Volgens haar was stoppen destijds geen realistische optie. 'Je kunt niet zomaar 250 mensen op straat zetten. Die woningen zijn er niet. We kampen met een groot woningprobleem en hebben ook een opdracht vanuit de overheid.'

Hoewel zij erkende dat het gebouw met smalle gangen niet bijdroeg aan het gevoel van veiligheid, zag zij op basis van de huidige situatie geen reden om nu al te stoppen met Stek Oost.

Vragen over screening en veiligheid

Vanuit DENK vroeg commissielid Amraoui kritisch door over de screening van bewoners. Welke bewoners spreekt de GGD en waarop worden ze gescreend? Ook sprak ze de twijfel uit of vrouwen zich daadwerkelijk veilig zullen gaan voelen.

De Heer gaf aan dat gesprekken met de GGD bedoeld zijn om kwetsbaarheid vroegtijdig te signaleren en of de nieuwe bewoners wat toevoegen in de community. Tegelijk erkende zij dat niet alles vooraf te voorspellen is. 'We kunnen helaas niet alles van tevoren weten.'

Informatievoorziening opnieuw onderwerp van debat

Aan het einde van de bespreking verschoof de aandacht opnieuw naar de informatievoorziening richting de stadsdeelcommissie.

Ait Boubker (D66) gaf aan dat er binnen de commissie duidelijk behoefte bestaat om beter en structureler geïnformeerd te worden over de situatie bij Stek Oost. De Heer zei die wens te begrijpen, maar benadrukte dat zij formeel niet verplicht is de stadsdeelcommissie te informeren, omdat de verantwoording over gemengde woonprojecten via het college en de gemeenteraad loopt.

Van Dongen (SP) vatte de worsteling samen die bij meerdere commissieleden voelbaar was. 'Wat is nu eigenlijk onze rol als stadsdeelcommissie? Ik weet het even niet meer.'

Vanuit GroenLinks vroeg lid Talbi of het mogelijk is de commissie bijvoorbeeld elk half jaar te informeren over de stand van zaken bij Stek Oost. De Heer reageerde positief op dat voorstel. 'Ik wil zeker goed informeren, en wat mij betreft ook vaker dan één keer per half jaar.'

'Met de kennis van nu zou je er misschien anders naar kijken', zei De Heer afsluitend over de informatievoorziening. De Heer bood aan het eind het debat excuses aan voor haar geërgerde toon richting Van Vliet. 'Het onderwerp gaat mij aan het hart.' Daarna bood ze aan om een werkbezoek voor de commissie naar een soortgelijke locatie op te zetten.