AMSTERDAM - Op 23 juni opent Imagine IC feestelijk de nieuwe tentoonstelling Saya en koto - lagen van stof en van tijd. Op zon- en feestdagen dragen veel mensen in Amsterdam Zuidoost hun Sunday best. Vrouwen zie je hier veelvuldig in Caribische snit: een saya of koto. Dit zijn niet zomaar drachten. Ze zijn het resultaat van stoffen kiezen, patroontekenen, naaien, stijven, vouwen en spelden. En ze communiceren aan iedereen die de draagster ziet hoe zij zich erin voelt.


Ook vertellen de drachten over familiegeschiedenissen. Sommige rokken en bijbehorende kledingstukken worden al generaties lang doorgegeven en zijn met hun eigenaren de oceaan overgestoken. Hier aangekomen maken de Surinaamse koto en Antilliaanse saya ook nieuwe fans en inspireren ze hedendaagse ontwerpers.

Tegelijkertijd wordt er stevig gedebatteerd. Wat is bijvoorbeeld het belang van tradities en wat zijn de grenzen van vernieuwing? Ook de koloniale ontstaansgeschiedenis van de kledingstukken roept uiteenlopende emoties op. De vraag is hoe we dit erfgoed willen waarderen en levend houden. En ook: wie zijn ‘we’?

Het RCMC en Imagine IC gaan in de tentoonstelling met draagsters en (nog-)niet-draagsters van saya’s en koto’s op zoek naar hun betekenissen en rituelen. We doen dat met de AntilliaansSurinaamse collectie van Rita Maasdamme als vertrekpunt. Maar voor onze collecties zijn we ook in best Sundays dresses van elders geïnteresseerd.

In de Saya en koto: lagen van stof en van tijd tentoonstelling laat Imagine IC een voorlopig verzamelresultaat zien. Draagsters en maaksters van saya’s en koto’s vertellen uit welke archieven zij putten – van familieverhalen tot privébibliotheken en het internet. Ze vertellen ook wat zij zelf willen toevoegen en doorgeven. Hoe neemt u koto en saya mee de toekomst in?

De tentoonstelling Saya en koto, lagen van stof en van tijd opent op 23 juni 2019 om 14.00 uur en is daarna van maandag tot en met zaterdag elke dag te bezoeken t/m 13 november 2019 in Imagine IC.

Met dank aan: Met dank aan het RCMC, de deelnemende particulieren en de Stichting SurAntAru voor de bruiklenen. Dank ook aan Daan van Dartel van het Tropenmuseum en Wayne Modest van het Research Center for Material Culture van het Nationaal Museum van Wereldculturen.