Onderscheiden Alice Roegholt zet Amsterdamse bouwkunst op kaart

Door Redactie op Maandag 11 september 2017 09:23   Regionaal   amsterdamse, school, roegholtBron: Gemeente Amsterdam


Onderscheiden Alice Roegholt zet Amsterdamse bouwkunst op kaart

AMSTERDAM - Alice Roegholt, directeur van Museum Het Schip, heeft vrijdag 8 september de Frans Banninck Cocqpenning van Amsterdam ontvangen. Het stadsbestuur heeft die onderscheiding toegekend voor de wijze waarop ze architectuurstroming Amsterdamse School internationaal op de kaart heeft gezet. Wethouder Wonen en loco-burgemeester Laurens Ivens overhandigde de penning bij een medewerkersbijeenkomst in het museum.

Het toeval wil dat de penning haar niet vreemd is. Ooit werkte zij samen met Jürgen Bos, projectleider van het Oostelijk Havengebied.Zij was daar in de jaren tachtig en negentig actievoerder en woordvoerster van de bewoners. Samen met Bos streed ze ervoor dat veel gebouwen, als Panama en De Zwijger, niet zijn gesloopt. Toen Bos ernstig ziek werd spoorde Roegholt de gemeente aan hem voor zijn werk de Frans Banninck Cocqpenning toe te kennen. In juni 2000 kreeg hij de onderscheiding.

Opening

Belangstelling voor de geschiedenis van de stad kreeg Roegholt via haar familie mee. Haar vader was historicus en schrijver Richter Roegholt, kenner van het verleden van Amsterdam. Via haar familie is ze verbonden met de familie van voormalig wethouder Floor Wibaut en van oud-directeur van de Gemeentelijke Woningdienst Arie Keppler. Die banden waren niet onbelangrijk voor haar ontluikende interesse voor de architectuur en het design van de Amsterdamse School. “Haar belangstelling komt zeker ook uit de familie voort”, vertelt haar echtgenoot Ton Heydra, die ook actief is in Het Schip. “Dat heeft zeker meegespeeld bij de oprichting van het museum”.

In 2001 opende Roegholt Het Schip ter ere van 100 jaar Woningwet. Vanuit een postkantoor werden rondleidingen gegeven langs de gevels van de drie woningbouwcomplexen, ontworpen door architect Michel de Klerk. Het Schip groeide: in 2004 opende een museumwoning en konden bezoekers genieten van straatmeubilair in de tuin van de lunchroom.

Toen Roegholt ontdekte dat basisschool De Catamaran, gevestigd in hetzelfde gebouw, zou vertrekken wilde ze het museum uitbreiden. Afgelopen jaar werd dit werkelijkheid: de school maakte plaats voor expositieruimtes die in aanwezigheid van de burgemeester werden geopend. Roegholt organiseerde ook tentoonstellingen in Servië en Rusland over de Amsterdamse School.

Amsterdamse School

Idealistische architecten als Michel de Klerk, Jo van der Mey en Piet Kramer legden begin twintigste eeuw de basis voor de Amsterdamse School. Ze waren vrienden in het genootschap Architectura et Amicitia. Zij wilden niet meegaan in de zakelijke en sobere stijl van een bekende architect als Berlage maar hadden vernieuwende architectuur en stedenbouw op het oog.

Over vraag was weinig te klagen. De Woningwet uit 1901 moest de levensomstandigheden van de gewone man en vrouw verbeteren. Voor krotten was geen plek meer. In die periode moesten in Amsterdam, in korte tijd, veel nieuwe woningen en buurten verrijzen.

Versieringen

De kleuren en het materiaal van de architecten van de Amsterdamse School waren uitbundig, hun bouwwerken rijk aan versieringen. Met hun ontwerpen wilden ze bijdragen aan de verheffing van arbeiders. De mensen in panden als Het Schip kregen veel aandacht. Die verdienden een beschermende, veilige maar ook mooie woonomgeving.

Dat resulteerde in torentjes, bolle erkers, golvende gevels, verticaal aangebrachte dakpannen, siermetselwerk en lange reeksen van ramen. Voorbeelden zijn het Scheepvaarthuis in de binnenstad, waar nu hotel Amrath is gevestigd, en volkswoningbouwcomplex De Dageraad in Amsterdam Zuid. Roegholts favoriete café in de stad is Schiller waar, zoals ze Het Parool vertelde, “de Amsterdamse School nog helemaal voelbaar is”.

Het woningblok in de Spaarndammerbuurt, dat in de volksmond Het Schip werd genoemd, hoort tot de top van de Amsterdamse School. Later kwam daar het gelijknamige museum op initiatief van Roegholt.

Spaarndammerbuurt

De komst van het museum was een verrijking voor de voormalige arbeiderswijk, die volop in ontwikkeling is. Zoals Roegholt zelf vorig jaar tegen Het Parool zei: “Waar het nog geen generatie geleden was dat ome Jan de huurwasmachine naar drie hoog droeg, zodat moeder een was kon draaien. Nu voel je de transitie bij een jonge groep ondernemers die de toekomst proeft en invult."

Educatie

Roegholt heeft in het museum altijd veel kansen geboden aan studenten. Ze konden zich ontwikkelen op het gebied van historisch onderzoek, grafische vormgeving, coördinatorschap en kantoorwerkzaamheden. “Zo liet ik eens vallen dat ik curator wil worden”, vertelt een stagiair, “en een aantal maanden later werd ik gevraagd om een zaal in de vaste collectie te cureren.”

Zo geeft Alice Roegholt, net als de architecten van de Amsterdamse School, de mensen in Het Schip veel aandacht. Dat zij 16 jaar voor een groot deel onbezoldigd werkte voor het museum maakt haar toewijding aan de Amsterdamse cultuur bijzonder.