NEDERLAND - Het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de politie startten begin 2016 een proef om nabestaanden van Nederlanders die in het buitenland overlijden sneller en professioneler te informeren en indien noodzakelijk beter te begeleiden. Familierechercheurs vervullen daarin een speciale taak. Zij bereikten onlangs een mijlpaal door een aandeel te leveren in de honderdste aanzegging.

Per jaar ontvangt het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa) ongeveer driehonderd hulpvragen nadat een Nederlandse ingezetene in het buitenland is overleden. De afhandeling daarvan is primair een BuZa-verantwoordelijkheid. Volgens de beleidsregels voert de lokale politie uit de woonplaats met een van de nabestaanden het slechtnieuwsgesprek – de formele aanzegging. In de praktijk bleek dat niet altijd op tijd te lukken, vertelt Theo Vermeulen, de landelijk coördinator van de familierechercheurs. ‘Er ontstond soms te grote tijdsvertraging tussen de vraag van Buitenlandse Zaken aan de politie en het moment van de daadwerkelijke aanzegging.’

Te veel schijven

‘Als het ministerie met de politie belde, liep het bij ons over te veel schijven’, stelt Vermeulen vast. ‘Voor BuZa-medewerkers bleek het soms lastig om snel via de telefoon te bewijzen dat zij echt namens het ministerie belden. Bovendien moest het ministerie contact leggen via 0900-8844, ons algemene telefoonnummer voor niet-spoedeisende situaties. Ook dat kwam een vlotte en vlekkeloze wisselwerking niet altijd ten goede. Ik las in de krant regelmatig artikelen over nabestaanden die zich niet goed, of vrij laat, geïnformeerd voelden na het overlijden van hun dierbare in het buitenland.’

Eén aanspreekpunt

Tijdens een terugkomdag van familierechercheurs waren begin 2016 onder anderen ook medewerkers van BuZa uitgenodigd. Daar concludeerden de aanwezigen dat deze procedure anders kan en moet. Zij maakten werkafspraken voor een landelijke proef. Voortaan zou Buitenlandse Zaken niet meer bellen via 0900-8844, maar rechtstreeks met de landelijke coördinator van de familierechercheurs. Sindsdien is Vermeulen of een collega van het Coördinatiepunt Familierechercheurs 24/7 bereikbaar om alles te regelen wat er dan moet gebeuren. Vermeulen: ‘We doen dit om zowel het ministerie als de nabestaanden één aanspreekpunt te bieden binnen de politie.’

Slachtofferhulp

Na een natuurlijk overlijden is het inzetten van een familierechercheur overbodig. Vermeulen: ‘Dan voldoen twee agenten voor de aanzegging. Ter plaatse bellen ze in het bijzijn van de nabestaanden met Buitenlandse Zaken en brengen hen met elkaar in contact. In het vervolgtraject ondersteunt het ministerie de nabestaanden namelijk tijdens de verdere afwikkeling. Het gaat dan vooral om vragen die betrekking hebben op het buitenland. Bij een heel heftige zaak schakelen we desgewenst Slachtofferhulp in voor psychische ondersteuning. Niet elk overlijden vraagt overigens om een aanzegging. Veelvuldig verblijft de overledene met anderen in het buitenland. Bijvoorbeeld een vakantie met zijn of haar partner. Dan is de familie dus al op de hoogte en regelt Buitenlandse Zaken alles zelf als er vanuit de nabestaanden vragen zijn.’

Enorme kwaliteits- en tijdwinst

Deze proef begon op 1 februari 2016. In minder dan een jaar tijd belde Buitenlandse Zaken nu al honderd keer met het Coördinatiepunt Familierechercheurs over een sterfgeval in het buitenland. In naar schatting de helft van de gevallen moesten zij een afweging maken over de inzet van familierechercheurs. De landelijk coördinator en het ministerie zijn erg tevreden over de samenwerking: ‘Iedereen werkt en denkt bereidwillig mee en samen boeken we enorme kwaliteits- en tijdwinst.’