AMSTERDAM - Nog even en de iepen laten allemaal hun vruchtjes dwarrelen. In Amsterdam wordt dat gevierd met 'Springsnow in Amsterdam', van 21 april tot 21 mei. In het Amsterdamse Bos hebben we minder iepen dan in de rest van Amsterdam, maar het zijn wel bijzondere iepen.

Zeker bij de hoofdingang van het Bos kun je de 'iepenconfetti' verwachten. Vroeger liep daar een iepenlaan en er staat nog een flink aantal van die grote oudere iepen op de grote parkeerplaats. Waar je deze zogeheten 'Huntingdon-iepen' ziet staan, liep vroeger de weg. Bij de uitbreiding van de parkeerplaats zijn er ook andere iepen bijgeplaatst, zoals de zuilvormige Columella-iep. Die is goed bestand tegen de iepenziekte.

Fladderiep

Voor de Boswinkel staat een heel speciale iep: een fladderiep. In 2004 schonk de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) deze iep aan het Amsterdamse Bos, ter gelegenheid van het 100-jarige bestaan van de Amsterdamse afdeling van de KNNV. Omdat fladderiepen geen last hebben van de iepenziekte, zijn deze daarom bij latere uitbreidingen en aanpassingen van het Bos vaker aangeplant. Bijvoorbeeld rond het Bloesempark en in het Schinkelbos.

De 'sneeuw' van de fladderiep kun je makkelijk herkennen. De vruchtjes van de fladderiep hebben namelijk wimpers. En in de boom hangen ze aan lange steeltjes. De fladderiep sneeuwt later dan de meeste gewone iepen. Begin juni zal er een tweede sneeuwperiode in het bos zijn. Dan fladderen de gewimperde vruchtjes naar beneden.

Johanna Westerdijkjaar

Dit jaar staat de viering van het Springsnow Festival in het teken van Johanna Westerdijk. Zij werd 100 jaar geleden de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland. Dankzij het onderzoek van haar en haar medewerkers kunnen we nu nog van iepen genieten. Begin vorige eeuw gingen plotseling een heleboel iepen dood aan een verwelkingsziekte. Bea Schwarz, een promovenda van Johanna Westerdijk, ontdekte dat dit door een schimmel veroorzaakt werd. Toen het Amsterdamse Bos werd aangelegd heeft men daarom maar weinig iepen geplant.

Pas later heeft men nieuwe iepen kunnen kweken die veel beter bestand zijn tegen de iepenziekteschimmel. En van fladderiepen werd ontdekt dat ze weliswaar slecht tegen de schimmel bestand waren, maar toch niet ziek werden. De schimmel blijkt namelijk door een kevertje overgebracht te worden van de ene iep naar de andere. Maar de fladderiep lusten die kevertjes niet.