AMSTERDAM - De familie van Rolf Kamp (83) vertrok de dag na de Kristallnacht uit Duitsland naar Nederland. Zijn moeder en broer overleefden de oorlog, zijn vader en grootouders niet. Tegenwoordig vertelt hij ook op scholen over zijn ervaringen, mede namens het Landelijk Steunpunt Gastsprekers WO II. Op de nationale herdenking wordt hij in de Portugese Synagoge geïnterviewd. Rolf Kamp woont met zijn vrouw op zeven hoog in Buitenveldert.

Waar in Duitsland groeide u op?
"In Krefeld, vlakbij Venlo in Limburg. Daar kwamen mijn vader en grootvader vandaan. De familie had daar een zaak. Ik ben in 1934 in het Joodse ziekenhuis van Keulen geboren. Dat was één van de weinige plekken waar Joden nog in een ziekenhuis geboren mochten worden. Hitler was al aan de macht. Mijn familie woonde al generaties in Duitsland."

Wat herinnert u zich van de Kristallnacht?
"Van die nacht zelf niets. Ik was pas vier jaar en negen maanden. Maar ik herinner me wel dat het huis vol stond met ingepakte spullen. Ik zie de trap en die ingepakte spullen zo voor me. En mijn vader en mijn grootvader namen me bij de hand en namen me mee naar de zaak. Dat lieten ze me zien zodat ik het me zou herinneren. Verder herinner ik me niets. Ik werd ook beschermd tegen de buitenwereld."

Wat betekende de Kristallnacht voor uw ouders?
"Mijn vader was in september 1938 gearresteerd en kort vastgezet. Toen besloten mijn ouders te emigreren, of te vluchten. We hadden een uitreisvisum voor tien november, precies de dag na de Kristallnacht. We gingen naar Nederland. De Duitsers wilden ons tegenhouden, maar we hadden al een visum, dus dat ging niet."

Hoe denkt u er nu over?
"Het was het begin van het einde. Er waren wetten en verordeningen gemaakt, zoals de Neurenberger rassenwetten. En nu werd het menens. De Joodse Grynszpan had in Parijs iemand van de ambassade vermoord omdat zijn ouders verbannen werden. De Nazi's hebben dat aangegrepen om de Reichskristallnacht te organiseren. Dat kristal slaat op de ruiten die ingegooid werden. Dat was niet de bedoeling van de Nazi's, ze wilden de Joodse zaken overnemen.

Er werden dertig duizend mensen gearresteerd. Een aantal werd weer vrijgelaten zodat ze de akten konden tekenen om hun bezittingen over te dragen. Tóen is het echt gebeurd. Tot dan toe bleef het bij wetten en vervelende dingen. Mensen met visie zagen wat er gebeurde. Niet iedereen was rijk genoeg om te vluchten en landen waren heel erg terughoudend met het opnemen van vluchtelingen."

Hoe kwamen jullie de oorlog door?
"Mijn grootouders, ouders en mijn broer en ik samen zaten op verschillende adressen. Zes mensen opnemen was veel en gevaarlijk. Mijn ouders zijn verraden en twee weken later mijn grootouders. Tussen dat verraad was een verband.

Mijn broertje en ik zaten op dertien adressen, inclusief kippenhokken. Je moest ergens vluchten en je had geen plek en dan sliepen we in een kippenhok.

Mijn ouders gingen eerst naar de gevangenis in Amersfoort en daarna naar de SD in de Euterpestraat, nu de Gerrit van der Veenstraat. Mijn moeder werd verhoord over waar wij waren. Ze deed heel zielig en zei dat ze dat niet wist, en dat de Gestapo het juist wel moest weten. Mijn vader was overstuur. Via Westerbork gingen mijn ouders naar Auschwitz. Anne Frank zat ook in die trein. Mijn vader werd meteen vergast, mijn moeder overleefde kamp Libau met ongeveer vijftig andere Nederlandse vrouwen."

En na de oorlog?
"Mijn broer en ik zijn met mijn moeder herenigd. Via Praag kwam ze terug naar Amersfoort. De NSB'ers in ons oude huis gingen er vandoor en wij kwamen er weer in.

Sinds 1976 woon ik in Amsterdam, toen met mijn vrouw en drie kinderen. We woonden meer dan dertig jaar in de Haringvlietstraat en nu hier in Buitenveldert. We hebben nu zes kleinkinderen. Mijn moeder was erg trots op het feit dat we na de oorlog van drie mensen een grote familie van 22 werden. Mijn moeder koesterde geen woede, ze was optimistisch. Zelf moet ik er wel elke dag aan denken wat er allemaal gebeurd is.

Mijn moeder sprak in het kamp een soldaat uit Keulen aan. Daar kwam zij ook vandaan. Ze vroeg hem om sokken en aardappels en die kreeg ze. Na de oorlog zag ze die man weer in Keulen. Hij was heel arm. Ze stopte hem twee jaar lang iets toe, toen vond hij het genoeg."

Hoe gaat het samenleven in Amsterdam?
"Persoonlijk merk ik er niets van. Tegen vrienden uit Israël zeg ik wel dat ze geen keppeltje op moeten doen. Voor mezelf maak ik me geen zorgen. Maar wat er later gebeurt weet ik niet. Ik behoor tot de liberale gemeente. Die doen projecten met joden en moslims, van beide kanten proberen ze dingen samen te doen."

Waarom vindt u het belangrijk hierover te vertellen?
"Dat het niet weer gebeurt. Mensen moeten elkaar verdragen. We worden met een blanco geheugen geboren. Afhankelijk van je familie word je 'iets': jood, christen, moslim, ongelovig, boeddhist. Mensen praten niet met elkaar, net zoals Apple en Windows niet met elkaar praten. Het zit allemaal in iemands geheugen. Je kunt je groep niet verlaten, want dan sta je alleen. En de nieuwe groep kijkt je soms argwanend aan.

Mensen moeten zich realiseren dat ze als kind geprogrammeerd zijn, bij de dieren is het net zo, wij zijn niet zoveel anders. De meeste mensen zitten in een patroon, dat moet je relativeren. Mensen moeten ruimdenkend zijn."