AMSTERDAM - Ingerukt. Dat betekent de naam Rokin. De huizen aan de kant van de Kalverstraat stonden ooit zo dicht bij het water dat de kade erg smal werd. Ze moesten van het stadsbestuur gesloopt worden, zodat de kade breder werd. De bebouwing moest 'inrukken'. Vandaar de naam Ruck-in, Rock Inne, Rokin.

Magistraal is het uitzicht vanaf de Munt naar de Dam. Misschien wel het mooiste stadsbeeld van Amsterdam. Het Rokin is breed, licht en weids. De straat maakt een enorme flauwe bocht en loopt langzaam naar beneden. Je kunt duidelijk zien dat hier de oevers van de brede Amstel bebouwd zijn. De rivier is straat geworden.

Het Rokin is een van de belangrijkste straten van de stad. Hij maakt deel uit van de 'Rode Loper' - de entree en hoofdroute van de stad van het Centraal Station tot de Ferdinand Bolstraat. De Noord/Zuidlijn loopt er onderdoor. Hij is al mooi heringericht. De geschiedenis van de straat weerspiegelt die van de stad.

Van Kapel tot Dungeon

In 1566 is Amsterdam nog Middeleeuws. Het is het jaar van de Beeldenstorm; de binnenkant van de Oude Kerk wordt gesloopt. Aan het Rokin staat de beroemde bedevaarskapel Ter Heilige Stede. Een bestemming voor pelgrims uit heel Europa. Hier gebeurde in 1345 het 'Mirakel van Amsterdam'. In 1908 werd de kapel gesloopt en kwam hier de sjieke kunsthandelaar Wisselingh en Co; nu zit er de Amsterdam Dungeon (kerker) - een toeristische attractie.

Wapenhandel

Het water van het Rokin liep door tot de Dam. Het vormde een binnenhaven voor schepen naar Utrecht, Gouda en Woerden. Omdat het water niet meer doorliep onder de Dam stonk het er flink. In 1666, het hoogtepunt van de Gouden eeuw, was het Rokin een hippe straat. De rijkste en machtigste Amsterdammers woonden hier, zoals de familie Trip - wapenhandelaars - en Van Lennep. In de periode daarna ging de straat achteruit. Bekend werd het 'slaaphuis' - bordeel - van Anna Roos en Pieter Ribbens met drie vrouwen in dienst.

In 1916 was het Rokin een deftige straat. Er zaten veel kunsthandelaren, waaronder een oom van Vincent van Gogh. De Nederlandsche Bank zat in het huidige Allard Piersonmuseum. Kunstenaarssociëteit Arti was populair. Breitner schilderde en fotografeerde de straat. Imponerende warenhuizen als Peek en Cloppenburg, Vroom en Dreesmann en Maison de Bonneterie domineerden de boulevard. Het bordeel verdween.

Luxe naast stinkend water

Het dempen van het water tussen het Spui en de Dam werd een symbolische kwestie. Een sterke belangengroep wilde dat stuk water weg. De autolobby speelde hier een grote rol. Aan de andere kant stonden de voorstanders van het behoud van het eeuwenoude stadsbeeld. Was de stad er voor het verkeer of het verkeer er voor de stad? 'Stedenschennis' en ‘vandalisme’ noemde de kunstenaar Jan Veth het plan tot demping. De demping van de Reguliersgracht werd wel gestopt.

Stedenschennis

In 1938 was de demping klaar. Er kwam een groot en troosteloos parkeerterrein. De kapitein van het oude pontje werd met pet en al de parkeerwachter. De historicus Brugmans vond de demping een schande. Het ging hier niet om het dempen van een gegraven kanaal, maar om de Amstel zelf. De oerbron van de stad werd een parkeerterrein. Dit probleem blijft altijd actueel: Waar wordt vernieuwing stedenschennis?