AMSTERDAM - Het Amsterdams Lyceum was na het Nederlandsch Lyceum in Den Haag de eerste school waarin gymnasium en HBS (later atheneum) werden samengevoegd.

De oprichter van de school en eerste rector C.P. Gunning wilde de leerling de kans geven om na een onderbouwperiode van twee jaar op latere leeftijd zijn schoolrichting te bepalen. Samen met de architecten H. en H.A.J. Baanders en de kunstenaar R.N. Roland Holst wilde hij dat het schoolgebouw vormgaf aan deze vernieuwende inzichten. Op 10 februari is precies 100 jaar geleden dat Het Amsterdams Lyceum werd opgericht. Dit wordt gevierd met allerlei festiviteiten in en rond de school en een tentoonstelling in de Schatkamer van het Stadsarchief Amsterdam.

Een poort naar de nieuwe stad

Berlage reserveerde in het Plan Zuid uit 1913 voor het lyceum een prominente plek, op de grens tussen de oude, 19de-eeuwse stad en de nieuwe wijken. Het architectenbureau Baanders ontwierp de school die in 1920 in gebruik werd genomen in de vorm van een poort over de verbinding tussen het Valeriusplein en het Olympiaplein. De brug voor de school, met beeldengroepen van Hildo Krop, kreeg in dit geval een recht en geen gebogen brugdek, zodat het als plein voor de school kon dienen. De symmetrische opzet van het schoolgebouw is doorgezet in de vormgeving van de landhoofden, steigers en brughuisjes aan de kant van het water, alle een ontwerp van Piet Kramer. “Wie van de tegenwoordige, naar de toekomst gaan”, schreef Baanders, “moeten de poorten van het Lyceum passeren”.

Sober van buiten, rijk van binnen

Op verzoek van Gunning ontwierpen de gebroeders Baanders het lyceum als een besloten gebouw, zodat de leerling zich goed op zijn leerwerk kon concentreren. Van een afstand oogt het gebouw als een symmetrische, “sterk sprekende massagroepering”, maar wie dichterbij komt ziet de toepassing van rijk, decoratief metselwerk in de pijlers van de bogen, de muurdammen tussen de ramen en in de afsluiting van de gevels boven. Zo sober als het exterieur is, zo rijk van vormgeving is het interieur, mogelijk gemaakt door giften van ouders van de leerlingen. Baanders vertelde dat er veel aandacht uitging naar de gangen en de trappenhuizen met een afwisseling van platvol gevoegd metselwerk, metselwerk met de soepelheid van een weefsel” en de “door steenhouwers fluwelig afgewerkte kolommen”. Hoogtepunt van het interieur is de aula waarin het licht door de glas-in-loodramen van Roland Holst gefilterd binnenvalt. Ze verbeelden de centrale waarden van licht, leven en liefde waarop Gunning zijn onderwijsvisie baseerde.

Een brede opvatting van onderwijs

De monumentenstatus geldt dus niet alleen voor het gebouw, maar ook voor het onderwijs waaraan het gebouw vormgeeft. Van begin af aan vond Gunning en de docenten waaraan hij leiding gaf, dat ook de buitenschoolse activiteiten voor de ontwikkeling van de leerling belangrijk waren. Zo maakten leraren voor de oorlog op zaterdag tijd vrij om hen te helpen een radio in elkaar te zetten of ze hielpen mee aan het maken van een film. Er was een schoolkrant-, muziek-, toneel-, schaak- en debatclub en de school had een eigen roeivereniging, de Drietand, waarvan de boten bij de brug lagen aangemeerd. De school heeft in Montferland een eigen villa genaamd Wolkenland waar de leerlingen een week lang verblijven. Veel oud-leerlingen als Beau van Erven Dorens, Gijs Scholten van Asschat, Eddy Terstal en oud-burgemeester Ed van Thijn hebben aan de sfeer op school en activiteiten goede herinneringen over gehouden. De tentoonstelling in het Stadsarchief laat zien dat de brede opvatting van onderwijs nog springlevend is.