AMSTERDAM - Op woensdag 18 oktober is de 21ste editie van het Amsterdam Dance Event (ADE) van start gegaan. Het is een groots en internationaal gebeuren met ruim 350.000 dj’s, kenners en bezoekers. Op ongeveer 85 locaties vinden gedurende 5 dagen overdag én ’s nachts optredens maar ook lezingen en discussies plaats. Waar dance altijd de boventoon voert.

Onschadelijk, zedelijk, crimineel

Amsterdam Dance Event begon in Amsterdam als klein netwerk-evenement en is sindsdien keihard gegroeid. Tijdens de tweede editie in 1997 boden Paradiso, Escape en Melkweg een podium voor de dj’s. Hier zijn zo’n 80 locaties bij gekomen en je kunt zeker stellen dat, ook buiten het jaarlijkse evenement om, dance en Amsterdam steeds meer verweven zijn geraakt. De geschiedenis leert ons dat Amsterdam wel het één en ander moest overwinnen om hier te komen. Eind 19de eeuw was het verre van gewoon om te zwieren, laat staan los te gaan, op de dansvloer. Dansen in het openbaar was tot 1924 verboden en er werden simpelweg geen “dansvergunningen” verstrekt. Daar zorgde de toenmalige Burgemeester De Vlugt (1872-1945) voor die, net als zijn calvinistische voorgangers, dansen als onzedelijk en schadelijk voor de gezondheid bestempelde. Dansgelegenheden waren broeinesten van criminaliteit en prostitutie en vormden een gevaar voor het gezin, aldus deze bestuurders. De feestgangers van toen moesten hun heil zoeken in concertzaaltjes, cabarets en kroegen. Of in de filmpaleizen zoals Tuschinski die vanaf 1920 hun deuren openden. Maar niet in dancings dus.

Mille Colonnes

Eén van de eerste succesverhalen stamt uit 1922 en loopt nog altijd door: op het Rembrandtplein, waar nu de Escape zit, begon zakenman Dirk Reese een grote muziekzaal annex variététheater. Tot die tijd had hier het bekende café Mille Colonnes gezeten dat kunstenaars als schrijver Willem Kloos (1859-1938) tot zijn vaste clientèle rekende. Het gebouw dat plaats bood aan het café plus restaurant en hotel werd in 1920 gesloopt en het nieuwe Mille Colonnes van Reese werd gebouwd en geopend. Hier wisselden twee orkesten elkaar af, werd viool aan de tafeltjes gespeeld en was van alles te beleven. En er werd zelfs gedanst! Let wel: professionele dansparen demonstreerden de nieuwste dansen, het publiek mocht nog altijd niet zelf met de voeten van de vloer.

Dansen als begrip

Deze Rotterdamse Dirk Reese trok in 1923 ten strijde en brak een lans voor Amsterdam. Na opvoering van de revue “Amsterdam wil dansen” in zijn theater en een lange discussie ging het toenmalig bestuur overstag. In april 1924 werden de eerste dansvergunningen verleend. Onder meer aan Krasnapolsky, dat de grootste dansvloer had (14x15 meter) waar 25 tot 40 paren op konden dansen. En het hotel opende eind 1924 een nog grotere dansvloer in de overdekte wintertuin, waarvoor de architecten H. Th. Wijdeveld en Foeke Kuipers werden aangetrokken. Kuipers schonk bijzonder veel aandacht aan de verlichting zodat de paren in een prettig diffuus licht konden dansen. Inmiddels kunnen we op een willekeurige zaterdagavond ons geluk niet op. Bijvoorbeeld in poptempel en Rijksmonument Paradiso, dat oorspronkelijk een kerk was (1880, architect G.B Salm) en is uitgegroeid tot een internationaal begrip. Maar ook op verschillende bijzondere plekken in de buitenlucht feesten we tegenwoordig wat af. Bijvoorbeeld in het Westerpark of bij oude industriële complexen zoals de NDSM-werf. In 1924 kreeg ook Reese’s eigen Mille Colonnes een vergunning. Hier zit nu de Escape. Waar vandaag de dag, op precies dezelfde plek aan het Rembrandtplein en ook tijdens het Amsterdam Dance Event, nog altijd wordt gedanst

Erfgoed van de Week

In de rubriek Erfgoed van de Week staat elke week een bijzondere archeologische vondst, vindplaats, voorwerp, monumentaal gebouw of historische plek in de stad centraal. Via de website amsterdam.nl/erfgoed, Twitter @erfgoed020 en Facebook Monumenten en Archeologie delen de erfgoedexperts van Monumenten en Archeologie het erfgoed van de stad met Amsterdammers én overige geïnteresseerden.