Tijdens de avond stond het perspectief van kinderen en jongeren nadrukkelijk centraal. Wat betekent een gezonde stad voor hen? Welke rol spelen sport en cultuur daarin? En welke keuzes durven politieke partijen te maken als ruimte schaars blijft?
Dat vasthouden aan de stellingen bleek lastig. Lijsttrekkers verbreedden hun antwoorden regelmatig, waardoor gesprekken afbogen naar woningbouw, auto's, parkeren en schimmelwoningen. In twee uur tijd passeerde vrijwel elk stedelijk thema de revue.
Sport en cultuur: samen optrekken
Vanuit sport en cultuur klonk een gezamenlijke oproep. Beide sectoren willen samenwerken, niet tegenover elkaar komen te staan. Debatleider Tim Wagenmaker benadrukte dat uitgangspunt: sport en cultuur vanuit het perspectief van jongeren en vanuit de ruimte in de stad.
Negen lijsttrekkers namen deel aan het debat en spraken in wisselende groepen van zes. Het eerste deel draaide om kinderrechten. In een lange inleiding schetste de Kinderombudsman hoe kinderen de stad ervaren. 'Wij willen vrij kunnen spelen in de stad', vertelde een kind de kinderombudsman.
De eerste stelling stelde dat kinderrechten in de Amsterdamse politiek een te kleine rol spelen in dagelijkse beleidskeuzes. Denk-lijsttrekker Khan reageerde daarop door te wijzen op wat er al gebeurt in straten en pleinen. 'De gemeente doet best veel," zei hij als lid van de oppositie.
Spelen, overlast en stadsgeluiden
Een voorbeeld van een voetbalkooi die overlast veroorzaakte, leidde tot een breder gesprek over spelen in de stad. PvdA-lijsttrekker Mbarki haalde herinneringen aan zijn jeugd aan. 'De speeltuin speelde een belangrijke rol toen ik jong was', zei hij. Kindergeluiden horen volgens hem bij Amsterdam.
VVD-lijsttrekker Wijnands sloot zich daarbij aan en vertelde over zijn tijd als vrijwilliger die opkwam voor kinderrechten. Hij woonde aan het Makassarplein in Oost. 'Ik hoorde daar veel spelende kinderen, en dat hoort er inderdaad bij', zei hij.
Volt-lijsttrekker Broersen pleitte voor speelstraten: straten zonder auto's waar kinderen vrij kunnen spelen. BIJ1-lijsttrekker Dibi bracht zijn ervaring in Nieuw-West in. 'Dit stadsdeel telt de meeste kinderen', zei hij. Volgens Dibi heeft daar een inhaalslag voor nieuwe speeltuinen plaatsgevonden, maar hij noemde ook een ander probleem: 'Te veel kinderen hebben geen zwemles.'
D66-lijsttrekker Van der Horst gaf aan te schrikken van hoe vaak kinderen het onderspit delven bij ruimtelijke keuzes. 'Juist voor kinderen moeten we kiezen', zei zij. Dat vraagt volgens haar om duidelijke prioriteiten: 'Waar wil je ruimte voor maken? Meer ruimte voor spelende kinderen.'
Terug naar het onderwerp
Het debat verschoof opnieuw richting auto's en parkeren. Wijnands stelde dat gezinnen een auto nodig hebben en wees op het verdwijnen van parkeerplaatsen en dat kinderen juist angst uitspreken voor e-bikes. 'Niet voor auto's', zei hij.
Mbarki probeerde het gesprek terug te trekken. 'Terug naar de kinderen', zei hij, toen het debat opnieuw afdwaalde. Dat gevoel leefde ook in de zaal. Een bezoeker sprak: 'Terug naar de kinderen en niet naar de auto.' Mbarki reageerde door te pleiten voor complete buurten. 'Als we nieuwe buurten bouwen, dan met voldoende voorzieningen voor kinderen. We hebben wat te repareren.'
Khan noemde het straatvoetbaltoernooi als voorbeeld van hoe sport kinderen samenbrengt, met een finale op de Dam. Broersen van Volt wees op een initiatiefvoorstel in Amsterdam-Noord dat buurtbegroten toegankelijker maakt. 'Met extra budgetten voor jongeren en ouderen zorgen we dat meer groepen meepraten', zei zij trots.
Zwemmen, cultuur en keuzes
Van der Horst benadrukte opnieuw het belang van onderwijs als plek voor sport en cultuur. 'Via school bereiken we kinderen met muziekles, cultuur en meer sport', zei zij. Mbarki pleitte voor meer zwembaden en betaalbaar schoolzwemmen.
Wijnands zette daar een kritische noot bij en noemde het nieuwe theater de Meervaart een te dure keuze. 'Cultuur blijft belangrijk, maar kan op veel manieren. Geld kun je maar één keer uitgeven. Dat zou je ook aan die zwemlessen kunnen besteden.'
Broersen noemde nog dat kleine sportlocaties ook een grote maatschappelijke functie vervullen.
Jongeren aan het woord
Het tweede deel startte met een film over 3x3 basketbal. Twee jongeren leidden het fragment in. Hun boodschap: Amsterdam investeert te weinig in sport, cultuur en ontmoeting voor jongeren, terwijl juist die ontmoeting een tegenkracht vormt tegen de online leefwereld. Over dat punt klonk brede overeenstemming.
Daarna ontstond direct debat. CDA-lijsttrekker Havelaar viel het verbod op paardrijden aan, gericht aan PvdD-lijsttrekker Bakker. Zij reageerde verrast en vertelde over haar jeugd buiten Amsterdam, met veel ruimte om te spelen. 'Wij pleiten al jaren voor veiligere en groenere straten voor kinderen', zei zij.
Havelaar stelde dat cultuur vaak extra geld krijgt terwijl sportverenigingen wachten op voorzieningen. 'Clubs wachten al jaren op een clubhuis of kunstgrasvelden', zei hij. Het CDA kiest volgens hem voor sport. GroenLinks-wethouder Zita Pels waarschuwde juist voor het tegenover elkaar zetten van sport en cultuur. 'Onze kinderen vormen de toekomst. Op beide mogen we niet bezuinigen.'
Verenigingen en vrijwilligers
Het gesprek verschoof naar verenigingen. Vrijwilligers dragen de clubs, terwijl kosten stijgen. 'Hoe zorgen we dat verenigingen structureel sterker staan?' vroeg een spreker uit de zaal. GroenLinks pleitte voor structurele ondersteuning. Denk bracht gratis parkeren bij sportverenigingen in. Pels noemde dat 'interessant' en stelde voor te onderzoeken of vrijwilligers gratis kunnen parkeren tijdens hun inzet.
Broersen sprak over de harde toon op sociale media. 'Ik schrik van de haat die alleen al over mij rondgaat', zei zij.
De strijd om de ruimte
In het slotdeel stond de strijd om de ruimte centraal. Journalist Thijs Zonneveld noemde in het inleidende filmpje dat de stad meer is dan wonen en werken. Voorzitter van de Sportraad Brian Benjamin stelde de vraag of Amsterdam leefbaarheid voorrang moet geven, ook als dat minder woningbouw betekent.
Van der Horst stelde dat beide samen kunnen gaan. Mbarki was kritischer. 'Wat voor stad willen we zijn?' vroeg hij. Hij noemde IJburg als voorbeeld van te ver doorgevoerde verdichting met te weinig voorzieningen. Ik ga niet voor bouwen om het bouwen, maar voor wonen.'
Bakker van de PvdD gaf aan dat zij meer steun voelt dan vier jaar geleden. 'Normen voor groen moeten we echt naleven', zei zij. 'Sjoemelgroen maakt een wijk niet leefbaar.'
Opnieuw klonk kritiek uit de zaal. 'Het blijft interessant, maar iedereen maakt zijn eigen punt nu over wonen', zei een bezoeker. De stelling over sport en cultuur raakte volgens hem steeds verder uit beeld.
In de afronding keerde Mbarki terug naar sportverenigingen als fundament van de stad en legde hij een link met familiescholen, waar onderwijs, zorg en ondersteuning samenkomen. 'Dat vormt een mooie opstap naar sterke familieverenigingen', zei hij.
Het debat eindigde energiek, breed en iedereen probeerde zijn eigen punt te maken, precies zoals de strijd om ruimte in Amsterdam zelf.

2.8 ℃









































