AMSTERDAM - Het college van B en W ziet Amsterdam graag als sterke, open en toegankelijke cultuurstad, waar Amsterdammers in alle wijken in aanraking kunnen komen met kunst en cultuur. Om dit te realiseren worden in de Hoofdlijnen voor het Kunstenplan 2025-2028, die vandaag zijn gepresenteerd door wethouder Touria Meliani (Kunst en Cultuur), scherpe keuzes gemaakt. Zo reserveert het college meer geld voor culturele instellingen die ondervertegenwoordigd zijn of niet eerder een kans kregen om meerjarige subsidie te krijgen. Ook komt er meer directe ondersteuning voor makers en onafhankelijke kunstenaars, die van groot belang zijn voor de Amsterdamse cultuursector en het hardst is geraakt door de coronacrisis.


Wethouder Touria Meliani (Kunst en Cultuur): “Als kind heb ik de kracht van kunst en cultuur ervaren. Het heeft mij nieuwsgierig en sterk gemaakt. Dat gun ik iedereen in onze stad. Waar je opgroeit in Amsterdam bepaalt nog steeds of je in aanraking komt met kunst en cultuur. Een hele generatie dreigt de aansluiting met het culturele leven in onze stad te missen. Met de nieuwe plannen geven we aandacht aan het talent en publiek van morgen en maken we de sector klaar voor de toekomst. Daarom zetten we met het nieuwe beleid vol in op meer spreiding van kunst en cultuur over de hele stad, financiële ruimte voor meer culturele instellingen die niet eerder subsidies hebben gekregen en ondersteuning van onafhankelijke makers.”

Meer ruimte voor makers en nieuwe instellingen

Het college van B en W heeft besloten om het gemeentelijk budget voor kunst en cultuur mee te laten groeien met het prijspeil, ondanks een druk op de gemeentebegroting. Met het Kunstenplan 2025-2028 wordt in totaal 125 miljoen euro per jaar verdeeld over de Amsterdamse culturele instellingen in de vorm van meerjarige subsidies. In de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 schetst het college van B en W een nieuwe koers voor de cultuursector. Met de nieuwe koers komt er meer ruimte voor instellingen om structurele financiering te ontvangen of om zich te ontwikkelen, en per jaar kunnen meer makers – verspreid over de stad – ondersteuning krijgen voor projecten.

Het college verschuift binnen het nieuwe Kunstenplanbudget 3 miljoen euro naar het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) uit het budget voor instellingen die direct subsidies ontvangen van de gemeente. Het totale budget van het AFK voor meerjarige subsidies komt daarmee op bijna 53 miljoen euro. Voor makers en projecten is in de periode 2025-2028 9,4 miljoen euro via het AFK beschikbaar.

Na advies van de Amsterdamse Kunstraad is besloten dat zeven instellingen direct subsidie van de gemeente ontvangen. Dat zijn het Amsterdam Museum, Stedelijk Museum Amsterdam, Internationaal Theater Amsterdam (ITA), Koninklijk Concertgebouworkest, Nationale Opera & Ballet, de Meervaart en het Bijlmer Parktheater. Voor deze toonaangevende instellingen reserveert het college een bedrag van 60 miljoen per jaar.

Diversiteit, toegankelijkheid en veiligheid

Het nieuwe Kunstenplan zet de lijn door dat instellingen niet beoordeeld worden op de hoeveelheid producties, maar op artistieke kwaliteit, uitvoerbaarheid en belang voor de stad. Van alle instellingen die een meerjarige subsidie aanvragen wordt verwacht dat zij werk maken van diversiteit, inclusie en (fysieke) toegankelijkheid. Instellingen kiezen zelf voor welk van deze aandachtspunten zij concrete doelstellingen formuleren. Om de administratieve lasten voor de instellingen te verminderen wordt niet langer om een actieplan gevraagd. Het college investeert met het nieuwe Kunstenplan ook extra in het (zakelijk) leiderschap van instellingen en makers uit ondervertegenwoordigde groepen. Daarnaast roept het college instellingen op te zorgen voor een veilige werkomgeving door het opstellen van een gedragscode en het aanstellen van een extern vertrouwenspersoon. De instellingen die een vertrouwenspersoon niet kunnen betalen, krijgen hiervoor financiële ondersteuning van de gemeente.

Publiek van morgen

Cultuureducatie blijft een belangrijke pijler in het Kunstenplan. Kinderen komen met cultuureducatie op school al vroeg in contact met verschillende kunstdisciplines. De gemeente maakt hierover nieuwe afspraken met scholen, en trekt meer geld uit voor scholen waar cultuureducatie het hardst nodig is. Het uitgangspunt blijft twee uur cultuureducatie, maar scholen kiezen zelf hun kunstdisciplines en aanbieders.

Om meer publiek te trekken naar de culturele instellingen heeft het college de succesvolle 1+1 actie structureel opgenomen in het Kunstenplan 2025-2028.

Hiermee kunnen inwoners van Amsterdam tijdens een maand film, muziek, theater en musea in hun stad bezoeken en iemand gratis meenemen. Amsterdammers worden zo elk jaar uitgenodigd om bekende of onbekende culturele locaties in de stad te (her)ontdekken.

Vervolg

Na vaststelling van de Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 door de gemeenteraad begin november, kunnen instellingen van december tot februari hun aanvragen doen bij het AFK en de gemeente Amsterdam. De Amsterdamse Kunstraad beoordeelt de aanvragen van de instellingen en adviseert het college over de hoogte van de subsidies. Dit wordt vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad in juli 2024. Het AFK beoordeelt de aanvragen gedurende het voorjaar en neemt subsidiebesluiten in augustus. Het gehele Kunstenplan, inclusief alle definitieve subsidies, wordt in november 2024 vastgesteld.