AMSTERDAM - In 2024-2025 is het aantal kinderen dat niet naar school gaat opnieuw toegenomen. De gemeente registreerde dat schooljaar 821 ‘thuiszitters’. Dit blijkt uit het Jaarverslag Leerplicht 2024-2025. Om beter zicht te krijgen op de oorzaken en mogelijke oplossingen voor thuiszitten heeft de gemeente uitgebreid dossieronderzoek uitgevoerd onder de geregistreerde thuiszitters. Ook neemt zij maatregelen om het aantal thuiszitters te verminderen, zoals een apart mbo-team, de inzet van een speciale adviseur bij langdurige thuiszitters en leerplichtambtenaren die zich specifiek richten op alleenstaande minderjarige vluchtelingen.
Wethouder Sofyan Mbarki (Onderwijs): “Thuiszitten kan veel oorzaken hebben, maar geen van deze oorzaken mag een excuus zijn om niet naar school te gaan. De gevolgen van langdurig thuiszitten zijn zeer ingrijpend voor Amsterdamse kinderen en hun ouders. Daarom moeten we de oorzaken aanpakken. De capaciteitsproblemen bij de afdeling Leerplicht van afgelopen jaar zijn opgelost en alle scholen hebben weer een vast aanspreekpunt. Dit sluit aan bij de inzet van het college om de uitvoering van de gemeente te versterken. Samen met leerkrachten en jeugdzorgprofessionals halen leerplichtambtenaren kinderen uit hun sociaal isolement en voorkomen ze dat ouders moeten stoppen met werken om hun kind te ondersteunen. Want alle kinderen hebben recht op onderwijs.”
Oorzaken, oplossingen en aanpak
In de uitgevoerde analyse is ingezoomd op de groepen waar het thuiszitten het meeste voorkomt: kinderen met psychische klachten, 5-6-jarigen en 16-17-jarigen in het mbo. 24% van de 821 thuiszittende kinderen en jongeren blijkt te kampen met psychische klachten zoals angst, trauma of depressieklachten. De oorzaken liggen veelal in de thuissituatie, neurodivergentie en de (sociale) veiligheidssituatie op school. Dit bevestigt het beeld van de Onderwijsraad dat bij kinderen en jongeren het mentaal welzijn onder druk staat.
12% van de geregistreerde thuiszitters zijn 5- en 6-jarigen, vaak met een ontwikkelingsachterstand en behoefte aan intensieve zorg of begeleiding. Om hieraan tegemoet te komen, investeert de gemeente samen met het onderwijs in het verder opschalen van de onderwijs-zorggroepen. Momenteel zijn er elf groepen van ieder maximaal acht kinderen. Het streven is om voor de zomer van 2026 21 groepen te hebben.
Uit de thuiszittersanalyse blijkt dat 364 16- en 17-jarigen op het mbo één maand of langer hebben thuisgezeten. Zij wachten, vaak vanwege een verkeerde studiekeuze of motivatieproblemen, op een nieuw startmoment op school. Daarom is de gemeente dit schooljaar gestart met een apart mbo-leerplichtteam gespecialiseerd in de begeleiding van mbo-studenten. Ook krijgt het vo ‘overstapcoaches’ die toekomstige studenten voorbereiden op hun overstap naar het mbo.
Alleenstaande minderjarige vluchtelingen en andere leerlingen in de internationale schakelklassen vormen een bijzonder kwetsbare groep binnen het Amsterdamse onderwijs. Zij hebben vaak een vlucht- of migratieachtergrond, kampen met taalachterstanden, trauma's en bevinden zich regelmatig in instabiele of complexe thuissituaties. Deze combinatie maakt het risico op (langdurig) schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten groot. Om hen beter te ondersteunen, zijn er leerplichtambtenaren die zich richten op alleenstaande minderjarige vluchtelingen.

13.3 ℃












































