AMSTERDAM - De reken- en leesvaardigheden van leerlingen van Amsterdamse basisscholen zijn de afgelopen jaren verbeterd. Met name de leesvaardigheid nam toe. Wel zijn er grote verschillen tussen scholen. In Zuidoost en Nieuw-West halen leerlingen minder vaak de streefniveaus voor basisvaardigheden. Op middelbare scholen daalde de leesvaardigheid juist. Dit en meer blijkt uit de ‘Staat van het Amsterdamse funderend onderwijs 2026’, die vandaag verscheen.


Voor het eerst hebben de schoolbesturen uit het primair en voortgezet onderwijs en de gemeente Amsterdam gezamenlijk onderzoek gedaan naar de thema’s uit de Onderwijsambities Amsterdam 2023 – 2027. Het rapport laat zien hoe het in de stad gaat met bijvoorbeeld de onderwijskwaliteit en het lerarentekort. Ook de verschillen tussen stadsdelen en onderwijstypen komen aan bod.


Wethouder Sofyan Mbarki (Onderwijs): “Ieder kind heeft recht op goed onderwijs. Toch zien we dat kansen in onze stad nog te ongelijk verdeeld zijn. Kinderen uit Zuidoost en Nieuw-West halen het minst vaak de streefniveaus voor de basisvaardigheden in vergelijking met de rest van de stad. Die verschillen zijn onacceptabel. Daarom blijven we gericht investeren om scholen te versterken en het lerarentekort verder terug te dringen, en om kinderen en jongeren die dat nodig hebben tijdig ondersteuning te geven. Want al onze Amsterdamse kinderen en jongeren verdienen het beste onderwijs."


Leerprestaties
Leerlingen op Amsterdamse basisscholen halen steeds vaker het streefniveau voor lezen en rekenen, Op middelbare scholen is sprake van een daling van deze vaardigheden. Op het voortgezet onderwijs gaan zowel de leesvaardigheid als de vaardigheid in rekenen gemiddeld achteruit. De grootste uitdagingen zijn er op het vmbo en de havo; op het vwo zijn de resultaten stabiel. De ontwikkelingen komen overeen met het landelijke beeld.


Steeds meer leerlingen in Amsterdam krijgen een vwo-advies. Ook halen in vergelijking met het landelijk beeld in Amsterdam veel leerlingen na een eerste voortgezet onderwijsdiploma nog een tweede voortgezet onderwijsdiploma. Vooral van vmbo-t naar havo is een populaire ‘stapelroute’. Daarbij blijft het aandeel leerlingen met hbo/wo-opgeleide ouders stijgen. Inmiddels heeft 56 procent van de leerlingen minimaal 1 ouder met een hbo- of wo-diploma. Deze leerlingen gaan steeds vaker vooral met elkaar naar school.


Ongelijkheid onderwijs
De verschillen tussen Amsterdamse basisscholen blijven groot. In Zuidoost en Nieuw-West wordt het streefniveau voor lees- taal- en rekenvaardigheid het minst vaak gehaald, maar in Zuidoost is het niveau in de afgelopen jaren wel gestegen.


Het lerarentekort in het Amsterdamse onderwijs is bij alle onderwijssoorten voor het tweede jaar op rij afgenomen. In stadsdeel Noord (9,9%) en Nieuw-West (6,5%) is het lerarentekort het grootst. De grootste tekorten zijn er voor de vakken Nederlands, Wiskunde en Engels.


Welzijn meiden en thuiszitters
Het rapport laat zien dat het welzijn van meiden blijvende aandacht vraagt. Zij ervaren vaker dan jongens psychische klachten en stress door school of huiswerk, voelen zich vaker eenzaam en lijken minder weerbaar. Op havo- en vwo-niveau geeft 60% aan gestrest te zijn door school of huiswerk; 39% zegt ook psychische klachten te hebben. Verder bevestigt het rapport de noodzaak om te blijven inzetten op het terugdringen van het stijgende aantal thuiszittende leerlingen. Daarom startte de gemeente eerder met een apart mbo-team, de inzet van een speciale adviseur bij langdurige thuiszitters en leerplichtambtenaren die zich specifiek richten op alleenstaande minderjarige vluchtelingen aan.