AMSTERDAM - Digitale systemen zijn onmisbaar voor het dagelijks functioneren van de stad. Uitkeringen, vergunningen, zorg en de bewaring en bescherming van gegevens van Amsterdammers zijn volledig van deze systemen afhankelijk. Tegelijkertijd zijn overheden sterk afhankelijk geworden van een klein aantal grote, niet-Europese technologiebedrijven. Die afhankelijkheid maakt kwetsbaar: door geopolitieke ontwikkelingen kunnen de beschikbaarheid van systemen en de veiligheid van gegevens onder druk komen te staan. Met de Meerjarenstrategie Digitale Autonomie presenteert Amsterdam de stappen die nodig zijn om die afhankelijkheid te doorbreken en de digitale basis van de stad veilig te stellen.

Wethouder Alexander Scholtes (ICT en Digitale Stad): “Onze kritieke digitale infrastructuur hoort in Europese handen te zijn. Net zoals we regie willen houden op het spoor waar onze treinen op rijden, moeten we ook regie houden op onze digitale systemen en data. Stilstaan en afhankelijk blijven is geen optie meer. Deze strategie laat zien wat wél kan en wat ervoor nodig is om meer regie te nemen over onze digitale basis. Samenwerking met marktpartijen blijft belangrijk, maar voor de belangrijkste diensten van de stad moeten we niet langer afhankelijk zijn van landen en wetgeving waar je geen zeggenschap over hebt.”

Autonomie, tenzij

Waar in het verleden vooral werd gestuurd op schaal en efficiëntie, kiest Amsterdam nu voor regie en weerbaarheid. Voor essentiële systemen en gevoelige gegevens van Amsterdammers wil de gemeente niet langer afhankelijk zijn van één grote oplossing of één dominante leverancier. Daarom geldt voortaan het uitgangspunt ‘autonomie, tenzij’. Dat betekent dat Amsterdam bij haar belangrijkste digitale processen en data in principe kiest voor oplossingen waar zij zelf zeggenschap over heeft, tenzij dat praktisch, juridisch of financieel (nog) niet mogelijk is.

Gefaseerde aanpak

Digitale afhankelijkheden zijn in de afgelopen jaren verweven geraakt in veel processen, van de werkplekken van ambtenaren tot de cloudomgevingen waar data wordt opgeslagen. Die afhankelijkheid doorbreken kost tijd en vraagt om gerichte stappen. Daarom werkt Amsterdam met een gefaseerde aanpak tot 2035.

Amsterdam heeft al de eerste stappen gezet, onder meer via een nieuwe sourcing- en cloudstrategie waardoor digitale autonomie nu wordt meegewogen bij aanbestedingen. In 2026 wordt de digitale basis verder op orde gebracht en ontstaat ruimte om ervaring op te doen met alternatieven voor bestaande systemen, bijvoorbeeld via een pilot met een werkomgeving die niet draait op software van Amerikaanse big-techbedrijven. Deze en andere pilots moeten laten zien wat werkt en wat nodig is om verder op te schalen.

In de tweede en derde fase tot 2035 is het doel dat minimaal 30% van de cloudopslag en cloudapplicaties autonoom draait op Nederlandse of Europese platforms en dat alle bedrijfskritische processen op Europese infrastructuur worden ondergebracht. Ook is het doel dat voor de belangrijkste digitale systemen altijd tussen meerdere aanbieders kan worden gewisseld, zodat structurele afhankelijkheid van één dominante partij wordt voorkomen.

Samenwerking en investeringen

De strategie onderstreept dat digitale autonomie een nationale opgave is. Amsterdam werkt daarom samen met andere grote steden, de VNG en de Rijksoverheid, onder meer in het kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie en de ontwikkeling van een overheidscloud. De omslag vraagt ook structurele investeringen.