AMSTERDAM - No Art festival spande een kort geding aan bij de civiele voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam over de organisatie van een festival in 2027 op festivallocatie Westzijde Sloterpark. De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente exclusieve afspraken tussen de huurder van een deel van het terrein en festivalorganisatoren Loveland en Mystic Garden niet kan verbieden vanwege contractvrijheid.

Voor het organiseren van evenementen in Amsterdam, zoals een festival, is een vergunning nodig. Deze kan een organisator bij een evenement met meer dan 1.500 bezoekers alleen krijgen als het evenement door de gemeente op de ‘Evenementenkalender’ wordt geplaatst. De gemeente wijst daarbij evenementlocaties aan waaraan zij eisen verbindt, zoals een maximum aantal bezoekers en het aantal dagen dat een evenement mag duren. De locatie Westzijde Sloterpark is een van die locaties. Deze locatie bestaat uit een A- en B-terrein. Het B-terrein wordt sinds 2010 verhuurd aan Optisport (het Sloterparkbad) en het A-terrein wordt beheerd door de gemeente zelf. Jaarlijks mogen op het gehele terrein maximaal twee tweedaagse evenementen georganiseerd worden voor meer dan 20.000 bezoekers. Loveland en Mystic Garden hebben een onderhuurovereenkomst gesloten met Optisport voor het B-terrein, die hen het exclusieve recht geeft om het B-terrein te gebruiken. Voor een festival dat ook plaatsvindt op het B-terrein is toestemming van Optisport nodig om op de Evenementenkalender te kunnen worden geplaatst. No Art heeft van Optisport geen toestemming gekregen om het B-terrein te gebruiken. Dat Optisport al exclusieve afspraken met de andere twee festivalorganisatoren maakte is volgens No Art oneerlijk.

Verdelingsprocedure

De gemeente heeft de zogenoemde ‘Verdelingsprocedure’ in gang gezet, omdat Loveland, Mystic Garden en No Art alle drie een aanvraag deden om in 2027 een tweedaags festival op de locatie Westzijde Sloterpark te organiseren. De procedure loopt nog en houdt kort gezegd in dat als er meer aanvragen zijn dan er vergunningen kunnen worden verleend, een adviescommissie advies uitbrengt over de rangorde van de aanvragen. Aan de hand van dat advies worden evenementen wel of niet op de Evenementenkalender geplaatst en start de vergunningsprocedure. Als de gemeente de aanvraag van No Art uiteindelijk afwijst kan No Art de afwijzing voorleggen aan de bestuursrechter, oordeelt de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter is daarom op dit punt in beginsel niet bevoegd hierover te oordelen, en in dit stadium van de lopende aanvraagprocedure zeker niet.

Geen verbod exclusieve afspraken

De gemeente heeft volgens de voorzieningenrechter geen bevoegdheid om in te grijpen in het contract dat Optisport met Loveland en Mystic Garden heeft. Zij kan hen niet verbieden om exclusieve afspraken te maken en kan ook niet bepalen met welke partijen Optisport een overeenkomst moet aangaan. Als private partij heeft Optisport contractsvrijheid en mag het – nu het huurcontract van de gemeente dat toelaat – ook exclusieve afspraken maken over het gebruik van haar terrein. Ook kan de gemeente No Art geen toestemming geven voor het gebruik van het terrein, omdat het huurcontract waarin de private huur van gemeentegrond tussen Optisport en de gemeente is vastgelegd, deze bevoegdheden niet aan de gemeente geeft.

Belangenafweging

Dat het festival op de gewenste locatie niet doorgaat, staat nog niet vast nu No Art meedingt in de lopende Verdelingsprocedure bij de gemeente. Ook als dit al wel vaststond geldt dat maar twee tweedaagse festivals op de locatie kunnen worden gehouden en dat de andere twee organisatoren net zoveel belang hebben bij het doorgaan van hun festival als No Art.