AMSTERDAM - Aan de Amstel op nummer 216 staat een prachtig stadspaleis met een duister verleden: het Huis met de Bloedvlekken. Zo genoemd omdat op de buitenmuren van het huis de eeuwenoude graffiti te zien is die oud-burgemeester Coenraad van Beuningen daar met zijn eigen bloed op de muren kalkte. De raadselachtige tekens zijn er om onverklaarbare redenen niet af te boenen en ook na 337 jaar nog duidelijk zichtbaar.

Amsterdam, 1690. Op een koude winteravond loopt een schreeuwende en tierende oude man heen en weer langs de Amstel. Hij bonkt op deuren maar niemand doet open, beducht als Amsterdam is op onguur volk dat de straten na zonsondergang bevolkt. Bovendien zijn buurtbewoners bekend met deze lastige buurtbewoner. De razende oude man gaat met het schuim op zijn mond de openstaande deur van zijn eigen statige pand aan de Amstel binnen, pakt daar een mes en snijdt er zijn onderarmen mee open. In het maanlicht schrijft hij gillend en grommend op de buitenmuren van zijn huis zijn naam en die van zijn ex-vrouw, ook tekent hij een boot en Hebreeuwse en kabbalistische symbolen. Uiteindelijk zakt hij bewusteloos in elkaar en wordt de volgende dag wakker in zijn eigen huis, vastgeketend door zijn bedienden.

Zo zou het kunnen zijn gegaan, ergens rond 1690, de tijd waarvan we weten dat het plots niet meer zo goed ging met de eens zo geniale, succesvolle en schatrijke oud-burgemeester Coenraad van Beuningen.

Het beste van de Gouden Eeuw

Hoogbegaafd, uit een goed nest, bereisd en goed opgeleid, was Van Beuningen het beste wat de Gouden Eeuw voortbracht: verlicht, geleerd en vernieuwend. Coenraad wordt geboren in 1622 als zoon van een rijk zakenman, zijn beide opa's zijn burgemeester van Amsterdam geweest. Na een studie rechten in Leiden wordt hij al op zijn twintigste secretaris van de beroemde Hugo de Groot, een jaar later wordt hij stadssecretaris van Amsterdam. Hij is bevriend met tijdgenoot en verlichtingsfilosoof Spinoza, reist Europa rond om als topdiplomaat te onderhandelen bij geschillen, hij werkt voor koningin Christina van Zweden en krijgt een baan aangeboden door zonnekoning Lodewijk de 14e, die hij weigert.

Het zijn roerige tijden, het land is een republiek van zeven verenigde Nederlanden, de Staten-Generaal het hoogste bestuursorgaan, de Tachtigjarige oorlog met Spanje is net beëindigd maar daar komen oorlogen met Engeland, Duitsland en Frankrijk voor in de plaats. Het is de tijd van de VOC, Van Beuningen wordt daar bewindvoerder en verdient een vermogen. In 1660 treedt hij toe tot de vroedschap, te vergelijken met het huidige college van b en w. Van 1669 tot 1686 is hij burgemeester van Amsterdam, zoals in die tijd gebruikelijk is samen met vier anderen. Hij woont afwisselend in Den Haag en Amsterdam, waar hij in 1684 het classicistische stadspaleis Amstel 216 betrekt.

Marriage from hell

De flamboyante Van Beuningen is ongetrouwd en kinderloos maar houdt er meerdere minnaressen op na. Kennelijk heeft hij op een gegeven moment behoefte aan een meer gestructureerd huiselijk leven, want hij maakt zijn 20-jaar jongere buurvrouw Jacoba Bartolotti het hof en trouwt met haar. Wat een sprookjeshuwelijk zou kunnen zijn -Jacoba is jong, mooi en schatrijk- blijkt een marriage from hell: de echtelieden vliegen elkaar dagelijks in de haren, er zijn roddels dat Jacoba meer van de vrouwenliefde is, en al na twee jaar leven ze gescheiden van elkaar in het grote pand.

Waanzin

Coenraad speculeert met zijn VOC-aandelen en verliest daarbij een half miljoen gulden, (omgerekend zo'n 50 miljoen euro) valt ten prooi aan godsdienstwaanzin en maakt de buurt onveilig met zijn nachtelijk gevloek en getier. Geldproblemen en een slecht huwelijk drijven hem tot waanzin. Nadat Van Beuningen zijn jonge vrouw met een gloeiende tang achterna heeft gezeten laat ze hem onder curatele plaatsen en door een potige bediende in een kamer opsluiten. Hier slijt Van Beuningen de laatste jaren van zijn leven, als een wild dier aan kettingen vastgeklonken, opgesloten in een geblindeerde kamer en regelmatig slaag krijgend van zijn bewaker. Hij sterft in 1693, krankzinnig, mishandeld, berooid en vergeten.

Nachtelijk gespook

Maar ruim 300 jaar later is hij zeker niet vergeten: zijn met bloed geschreven boodschap is ook nu nog zichtbaar voor iedereen die langs loopt. En volgens sommigen waart zijn geest hier nog rond: Het Parool meldde in 2004 dat buurtbewoners soms 's nachts worden opgeschrikt door 'snijdend hoongelach', ook zou er een onevenredig hoog aantal verkeersongevallen bij het pand plaatsvinden.