AMSTERDAM - Na de bevrijding op 5 mei 1945 moest er voor Amsterdam een tijdelijk noodbestuur komen. De van oorsprong Friese ondernemer Feike de Boer werd gevraagd waarnemend burgemeester te worden. De Boer was 'een ijzeren kerel met een daverende lach, die struis door de gehavende stad stapte en bevelen gaf aan ambtenaren als een generaal op inspectie'.

Tijdens de bezetting zwichtte De Boer (1892-1976) om na de bevrijding op te treden als burgemeester van Amsterdam, als opvolger van de collaborateur E.J. Voûte. De Boers voorwaarde was dat dit slechts een paar maanden zou duren. Hij wilde zo spoedig mogelijk weer aan de slag bij zijn eigen bedrijf.

300 dagen

Tien maanden - men sprak van de '300 dagen' - was De Boer burgemeester. Zijn ambtsperiode stond in het teken van de wederopbouw en werd gekenmerkt door een reeks snelle successen.

De haven en Schiphol

Tijdens de eerste vergadering van de tijdelijke gemeenteraad, op 21 november 1945, kon hij al bogen op het herstel van de toegang tot het Noordzeekanaal bij IJmuiden en op vitale reparaties in de door de Duitsers verwoeste haven. Ook het herstel van het gehavende Schiphol ging vlug: in oktober 1945 waren er alweer 475 toestellen geland en 460 vertrokken.

Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig

Bij zijn afscheid, op 27 februari 1946, mocht De Boer in de raad bekendmaken dat koningin Wilhelmina aan Amsterdam, ter herdenking van de Februaristaking van 1941, het recht had verleend de wapenspreuk 'Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig' te voeren.

Vlot en autoritair

De Boer bestuurde de stad als een directeur van een groot bedrijf. Hij opereerde zonder plichtplegingen, decorum of ambtelijke taal. Net als op de rederij werd zijn stijl gekenmerkt door de paradox van jongensachtige vlotheid enerzijds en autoritair optreden anderzijds. Robuust en luid sprekend met een duidelijk Fries accent, buitenshuis altijd gehuld in een Amerikaanse legerjas en de handen diep in de zakken: 'Een ijzeren kerel met een daverende lach, die struis door de gehavende stad stapte en bevelen gaf aan ambtenaren als een generaal op inspectie'.

‘Niet zo ouwehoeren’

Talloze anekdotes deden hierover de ronde. Hij kwam steeds op de fiets naar het stadhuis, weigerde zijn jas aan de bode te geven - 'Man, dat kan ik zelf wel' - en verzocht zijn wethouders af en toe 'niet zo te ouwehoeren'.

Kalm en doortastend

Verdriet is De Boer in de privé-sfeer niet bespaard gebleven. Hij is tweemaal getrouwd geweest en werd tweemaal weduwnaar. Zijn eenzaamheid en persoonlijk leed heeft hij overwonnen door tot aan zijn dood hard te blijven werken. Feike de Boers belangrijkste verdienste ligt hierin dat hij Amsterdam kalm en doortastend heeft geloodst door de eerste naoorlogse maanden van onevenwichtigheid en verwarring.

Bron

H. de Liagre Böhl, Boer, Feike de (1892-1976), Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis