AMSTERDAM - Amsterdam heeft bijzondere inwoners. Mevrouw Rosetta (Ted) Musaph-Andriesse (1927) is zo iemand. Vandaag - donderdag 17 augustus - is zij jarig en wordt zij 90 jaar. Dan heb je dus heel wat meegemaakt, een dosis levenservaring opgedaan waar we u tegen zeggen, en ken je de stad lang en goed.

“Ik ken het Amsterdam nog van net na de Tweede Wereldoorlog. Ik hoop dat mensen er bij stil staan hoe aangenaam het leven nu is. Trams, metro’s, parken, een overvloed aan eten, is er iets kapot, dan wordt het gerepareerd en in de tram staan mensen voor je op. Ik ben ontzettend dankbaar”, vertelt mevrouw Musaph. “Alleen die bierfiets vind ik echt vreselijk. Wát een schandelijk vertoon is dat.”

Generatie gewist

“In de oorlog zat ik in het concentratiekamp van Bergen-Belsen. Anne Frank kwam daar niet levend vandaan, ik wel. Ziek en verzwakt. Er was een complete generatie gewist. Er waren geen opa’s en oma’s, ooms en tantes en neven en nichten meer. In 1949 deed ik in Amsterdam een opleiding tot medisch analist. Daarna werkte ik in het Weesperpleinziekenhuis. Nu zit daar de GGD, vóór de oorlog zat daar De Joodse Invalide. Dat huis werd in de oorlog natuurlijk volledig leeggehaald door de Duitsers.”

Eén raam, geen douche

“In die tijd woonde ik in een rotkamertje aan het Sarphatipark op de 4e verdieping. Piepklein was dat: één raam en geen douche. Daar betaalde je zo’n 40 gulden per maand voor, dat was toen veel geld. Het leven was pure armoe. Aan de Weesperstraat - daar waren toen nog allemaal winkeltjes - kocht ik brood en een ons Kips leverworst voor een week. Dat was het beleg dat ik kon betalen. Maar ja, ik was vrij, ik was beter, ik kon studeren en werken! Ik maakte veel vrienden en voor 1 gulden zaten we mooi op het schellinkje in de Schouwburg (laagste rang in de schouwburg, red.).”

Je kende elkaar

“Er waren ongelooflijk veel Joden vermoord en de stad stond grotendeels leeg. Maar Amsterdam was de enige stad waar na de oorlog weer wat Joodse mensen woonden. Er waren meer meisjes dan jongens over. We zochten elkaar op en vormden een hechte groep. Ik was sociaal en kon goed organiseren en ik werd gevraagd als voorzitter van het Joods Historisch Museum. Ook werd ik gevraagd in het bestuur van het Anne Frank Huis. We vochten hard om de oude synagoge aan het Jonas Daniël Meijer plein als locatie voor het Joods Historisch Museum krijgen. Jan Schaeffer (Wethouder van Amsterdam van 1978 tot 1986, red.) was degene die ons redde en ervoor zorgde dat het pand werd gerestaureerd en een deel van de financiën er kwam. In die tijd was de stad ook nog zo klein en hecht. Je kende elkaar gewoon allemaal.”

Hoe heb ik het gedaan?

“Ik werkte, ik had en héb een vol sociaal leven. Ik trouwde, ik studeerde Semitische talen, we reisden veel, ik gaf les en schreef boeken. Nu denk ik wel eens: hoe heb ik het in godsnaam allemaal gedaan. Maar ik vond dat ik een verplichting had tegenover die verloren generatie. Mijn man en ik kregen geen kinderen, en het maakte mij nóg vastbeslotener. Educatie is nog steeds ontzettend belangrijk. We spraken er laatst nog over met de rondleiders in het museum. Dan hoorde ik dat er vragen werden gesteld bij een ritueel object: ‘hoort dat bij jullie gaskamertje’? Rondleiders worden nu getraind om daarover een gesprek te beginnen en uit te zoeken waar zo’n opmerking nou vandaan komt.”

90 jaar

“Ach, mijn gehoor is minder, maar op mijn leeftijd hoef je ook niet meer alles te horen. Ik houd van goede gesprekken die ergens over gaan en heb dierbare vrienden. Mijn man overleed, vrienden overleden, en dat is de prijs die je betaalt voor oud worden. Maar ik ben niet zo van de ‘afdeling koffie drinken’ en kan goed alleen zijn. Ik houd alles nog bij en ben niets zonder mijn Mac, mijn iPad en iPhone. Op mijn stappenteller-app zie ik dat ik gemiddeld zo’n drie kilometer per dag loop en ik speel nog tennis. Ik eet bescheiden, snoep nauwelijks maar eet wél roomboter. Dat smeerde ik al toen die margarines ‘in’ kwamen en ik doe dat nog steeds. Belangstelling hebben voor anderen en niet klagen is mijn motto, anders krijgen mensen ook snel genoeg van je.

Een kleine biografie

1927: Rosetta (Ted) Andriesse wordt geboren in Utrecht.
1943: Het gezin Andriesse verhuist gedwongen naar Amsterdam.
1944: De familie wordt naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Haar vader overlijdt.
1945: De rest van het gezin kan het concentratiekamp verlaten, ernstig verzwakt.
1949 - 1951: Opleiding tot medisch analist.
1958: Trouwde met psychiater Herman Musaph.

Mevrouw Musaph is Officier in de Orde van Oranje-Nassau, drager van de Zilveren Anjer van het Prins Bernard Cultuur Fonds en kreeg de zilveren penning van de stad Amsterdam.

Mevrouw Musaph studeerde Semitische talen, was lerares Hebreeuws en beëdigd tolk-vertaler bij de Rechtbank. Ook was zij dertig jaar voorzitter (momenteel erevoorzitter) van het bestuur van het Joods Historisch Museum, maakte zij deel uit van het bestuur van de Anne Frank Stichting en was zij lid van het bestuur van het Nationaal Comité 4-5 mei. Nog altijd is ze als adviseur betrokken bij deze organisaties.

In 2006 nam ze initiatief tot het oprichten van een gedenksteen voor alle Nederlandse slachtoffers van Bergen-Belsen.

Meer lezen

“Mensen verbleven in tentenkampen en besmettelijke ziektes braken uit. Vlektyfus overleefde je gewoonlijk niet. Als ik eraan denk dat Anne Frank helemaal alleen en ziek onder een dekentje de bittere kou heeft moeten doorstaan - totdat ze net als Margot overleed - breekt mijn hart nog steeds. Waarom bleef ik leven en zij niet?"www.4en5mei.nl