AMSTERDAM - In de Tweede Wereldoorlog zijn ruim duizend vliegtuigbommen op Amsterdam neergekomen. Zo'n 10 tot 15% van de afgeworpen bommen ontplofte niet. Op de interactieve bommenkaart van Gemeente Amsterdam is te zien waar deze onontplofte bommen mogelijk liggen. De kaart wordt gebruikt bij grote ruimtelijke projecten waar grondwerkzaamheden bij worden verricht.

De bommenkaart is digitaal ontsloten via het dataportaal van gemeente Amsterdam. U vindt de kaartlagen met bominslagen, uitgevoerde onderzoeken en verdachte gebieden onder de naam ‘explosieven’. Iedere laag is handmatig aan en uit te zetten. Door op een oorlogsincident te klikken verschijnt meer informatie over de gebeurtenis.

Voor wie

De bommenkaart is bedoeld voor bedrijven die bouwwerkzaamheden verrichten waarbij zogenaamde 'grondroerende' werkzaamheden moeten worden uitgevoerd zoals heien of graafwerkzaamheden. Het raadplegen van de kaart behoort tot het Plan- en Besluitvormingsproces Ruimtelijke Maatregelen (Plaberum) van de gemeente, dit zijn richtlijnen waar alle grote bouwprojecten zich aan moeten houden. Indien een mogelijke blindganger wordt geconstateerd, volgt er onderzoek en eventuele ruiming.

NGE: Niet Gesprongen Explosieven

In de volksmond wordt gesproken over bommenkaart, de officiële benaming is echter NGE bodembelastingskaart (NGE staat voor Niet Gesprongen Explosieven). NGE's worden ook wel blindgangers genoemd. Op basis van historisch onderzoek is in kaart gebracht welke oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog (waaronder bombardementen) op het huidige grondgebied van de gemeente Amsterdam hebben plaatsgevonden. Van deze oorlogshandelingen is vervolgens nagegaan of er nog blindgangers in de ondergrond aanwezig zouden kunnen zijn.

Hoeveel blindgangers liggen er in Amsterdam?

In mei 1940 vond het bombardement op Amsterdam plaats, daarbij vielen 44 doden. Schiphol werd gebombardeerd, maar ook in hartje centrum vielen Duitse bommen. Tijdens de Duitse bezetting bombardeerde de Britse luchtmacht (RAF) strategische doelen. Deze bombardementen vonden vaak plaats op initiatief en aanwijzing van het Hollandse verzet om de Duitse oorlogsmachine te saboteren. Gemiddeld ontplofte 10% tot 15% van de afgeworpen vliegtuigbommen niet. Tijdens de oorlog is door de RAF nauwgezet gedocumenteerd hoeveel bommen zijn afgeworpen per bombardement.

Op basis van het onderzoek dat aan de bommenkaart ten grondslag ligt wordt uitgegaan van tientallen blindgangers waarvan de exacte locatie niet bekend is. Deze plekken worden aangeduid als 'verdacht gebied'. Indien hier werkzaamheden gepland staan kan het mogelijk zijn dat aanvullend onderzoek gedaan moet worden, maar eigenlijk geldt dit alleen bij zware werkzaamheden zoals damwanden plaatsen of heiwerkzaamheden. Niet als er alleen een schep de grond in gaat dus.

Kans op ontploffing

Uit onderzoek komt naar voren dat zelfs als een heipaal exact bovenop een blindganger wordt geslagen, de kans op ontploffing slechts 2 tot 5% is. De kans dat een blindganger spontaan ontploft is verwaarloosbaar klein. Dit is ook de reden dat er niet actief getracht wordt alle blindgangers op te sporen en op te ruimen; dit zou een onmogelijke opgave zijn in verhouding tot het gevaar dat het oplevert.

Indien een blindganger wordt getraceerd en gevaar oplevert, kan deze geruimd worden. Dit komt zelden voor, ongeveer één keer per tien jaar. Bij de werkzaamheden voor de stadsvernieuwing in de jaren negentig zijn twee bommen van de kaart opgeruimd, één op de Baarsjesweg en één in de Kinkerstraat. De laatst geruimde blindganger was vorige maand in het Westelijk Havengebied.