AMSTERDAM - Het haalbaarheidsonderzoek naar het verplaatsen van de terminal voor zeecruises van de Veemkade naar het Westerhoofd in de Coenhaven in 2035 is voltooid. Hieruit blijkt dat verplaatsing van de terminal mogelijk is, maar hoge investeringskosten en financiële onzekerheden met zich meebrengt. Dat vindt het college van B en W onwenselijk. Daarom gaat het college de resterende optie om per 2035 te stoppen met zeecruise de komende maanden verder uitwerken, zodat een nieuw college hierover een definitief besluit kan nemen.

Wethouder Hester van Buren (Lucht- en Zeehaven): “We zien dat het verplaatsen van de terminal voor zeecruise een grote investering van 85 miljoen euro vraagt en financiële onzekerheden met zich meebrengt. Dat vinden we als college niet wenselijk. Bovendien stellen we duurzaamheid en leefbaarheid voorop. Dit alles maakt dat we de optie om per 2035 met zeecruise in Amsterdam te stoppen de komende maanden beter in kaart brengen, zodat het komende college hierover een besluit kan nemen."

Na een motie van D66 in de gemeenteraad om een einde te maken aan zeecruises in Amsterdam en de zeecruiseterminal een nieuwe bestemming te geven, hebben er de afgelopen periode verschillende haalbaarheidsonderzoeken plaatsgevonden. Resultaat hiervan is dat er twee scenario's resteren: een verplaatsing van de zeecruiseterminal naar de Coenhaven, of een algeheel vertrek van de zeecruise uit Amsterdam.

Haalbaarheidsonderzoek

Het college besloot in 2024 al om het aantal cruiseschepen dat in Amsterdam mag aanmeren te reduceren van 190 naar 100 per 2026 en dat de terminal voor zeecruises per 2035 moet vertrekken van huidige locatie op de Veemkade. Onderdeel van dit besluit was ook om de haalbaarheid van verplaatsing van de terminal voor zeecruiseschepen naar de Coenhaven per 2035 te onderzoeken. Eerder onderzoek in de hele regio van het Noordzeekanaalgebied wees uit dat het Westerhoofd in de Coenhaven de enige realistische alternatieve locatie is. Een van belangrijkste conclusies van het onderzoek is dat verplaatsing naar de Coenhaven mogelijk is binnen de termijn tot 2035, mits er tijdig wordt gestart. Dit kost naar verwachting zo'n 85 miljoen euro. De opbrengsten van verplaatsing zijn afhankelijk van hoe de voormalige locatie op de Veemkade wordt herontwikkeld en welke keuzes er worden gemaakt voor de nieuwe locatie in de Coenhaven. Zowel de kosten als opbrengsten zijn volgens het onderzoek onzeker.

Door te stoppen met zeecruise zou de gemeente over een periode van 30 jaar zo'n 46 miljoen euro aan opbrengsten van bijvoorbeeld zeehavengelden en dagtoeristenbelasting mislopen. Ook in dit scenario staat daar tegenover dat de Veemkade kan worden herontwikkeld, met behoud van de riviercruisefaciliteiten, en dat de locatie in de Coenhaven een nieuwe bestemming kan krijgen, wat naar verwachting de gederfde inkomsten kan compenseren.

Geen cruiseschepen

Hoewel verplaatsing dus mogelijk is, vindt het college dit niet wenselijk. Los van de financiële onzekerheden van verplaatsing heeft een algeheel vertrek duidelijke voordelen voor duurzaamheid en het milieu. Want ondanks het gebruik van walstroom en LNG blijft zeecruise een vervuilende manier van vervoer. Tijdens het varen over het Noordzeekanaal en het IJ wordt er veel CO2, fijnstof, stikstof en andere schadelijke stoffen uitgestoten. Bovendien is Amsterdam voor veel cruise vaarroutes een begin- of eindpunt. Wat ervoor zorgt dat passagiers ook gebruik van het vliegtuig maken. Daarnaast vermindert helemaal stoppen met zeecruises de toeristische druk op de stad.

De precieze consequenties, ook voor het verlies van directe en indirecte werkgelegenheid, van het stoppen met de zeecruise werkt de gemeente de komende maanden verder uit. Dit gebeurt zorgvuldig en samen met het Rijk en andere betrokken partners, zodat de resultaten hiervan kunnen worden meegenomen door de formerende partijen na de gemeenteraadsverkiezingen en het volgende college hier een definitief besluit over kan nemen.