Je wordt wakker met koorts, je rug zit muurvast of je merkt dat het mentaal echt niet meer gaat. Een ziekmelding is dan snel gedaan. Wat er daarna gebeurt, is voor veel Amsterdammers minder duidelijk. Wie belt je, wat mag je werkgever vragen en wanneer krijg je te maken met een bedrijfsarts? In dit artikel lees je hoe de eerste weken van verzuim in de praktijk verlopen.

De ziekmelding zelf: wat moet je wel en niet vertellen

Je meldt je ziek volgens de afspraken die binnen je organisatie gelden. Vaak staan die in een verzuimprotocol of personeelshandboek. Lees dat document eens door op een moment dat je gezond bent, dan weet je wat er van je verwacht wordt.

Belangrijk om te weten: je werkgever mag niet vragen wat je precies mankeert. De Autoriteit Persoonsgegevens is daar duidelijk over. Je leidinggevende mag wel vragen naar:

  • hoe lang je verwacht weg te blijven;

  • op welk adres en telefoonnummer je bereikbaar bent;

  • welke lopende afspraken of werkzaamheden overgenomen moeten worden;

  • of je misschien nog bepaalde taken wel kunt doen.

Vertel je uit jezelf meer over je klachten, dan is dat jouw keuze. Je werkgever mag die informatie echter niet vastleggen in een dossier.

Contact in de eerste dagen

De meeste werkgevers nemen in de eerste dagen contact op om te horen hoe het gaat. Dat is geen controle om je te betrappen, maar een manier om in gesprek te blijven. Juist in een stad als Amsterdam, waar veel mensen hybride werken en collega's elkaar minder vaak op kantoor zien, raakt iemand die ziek thuis zit snel uit beeld. Een kort belletje helpt dan om het contact warm te houden.

Blijft het verzuim langer duren of is er een vermoeden dat het werk een rol speelt, dan schakelt je werkgever een bedrijfsarts in. Bij veel middelgrote en grote organisaties loopt dat via een vaste partner. Werkgevers die samenwerken met een arbodienst Amsterdam, kunnen daarbij ook een casemanager inzetten die het dossier bewaakt en afspraken coördineert.

Het gesprek met de bedrijfsarts

De bedrijfsarts is een onafhankelijke arts die kijkt naar de relatie tussen je gezondheid en je werk. Hij of zij behandelt je niet, dat blijft de rol van je huisarts of specialist. De bedrijfsarts kijkt wat je nog wel kunt, wat je even niet kunt en wat er nodig is om weer stappen te zetten.

Alles wat je met de bedrijfsarts bespreekt, valt onder het medisch beroepsgeheim. Je werkgever krijgt alleen een advies over je mogelijkheden en beperkingen, niet je diagnose. Ben je het niet eens met het oordeel, dan kun je een second opinion bij een andere bedrijfsarts aanvragen.

Goed om te weten: je kunt ook zonder ziekmelding naar de bedrijfsarts, bijvoorbeeld als je merkt dat je klachten oplopen. Werkgevers zijn verplicht om dat mogelijk te maken, en je hoeft daar geen toestemming voor te vragen.

Na zes weken: probleemanalyse en plan van aanpak

Duurt je verzuim langer en is er kans op langdurige uitval, dan stelt de bedrijfsarts uiterlijk in de zesde week een probleemanalyse op. Daarin staat wat je belastbaarheid is en hoe de verwachting eruitziet. Op basis daarvan maken jij en je werkgever samen een plan van aanpak, uiterlijk in week acht. Daarin leg je vast welke stappen je zet en wie waarvoor verantwoordelijk is.

Dit hoort bij de regels van de Wet verbetering poortwachter. Die wet legt zowel bij de werkgever als bij de werknemer verplichtingen neer. Meewerken aan je herstel en aan een passende terugkeer hoort daar ook bij.