AMSTERDAM - Vrijdag 1 december, is het Wereld Aids Dag. Een internationale dag, gewijd aan bewustwording omtrent HIV/AIDS. De bestrijding van AIDS is een van de acht milleniumdoelen van de Verenigde Naties.

In december 2014 zette de burgemeester van Amsterdam zijn handtekening onder het initiatief “Fast-Track Cities” van UNAIDS. Hiermee verklaren steden zich in te zetten voor een aidsvrije stad in 2030. Amsterdam loopt voor op de internationale doelstelling met het terugdringen van aids. Daar mogen wij als stad trots op zijn.

Waarmee kreeg Amsterdam in 1990 internationale aandacht? Hoe doet Amsterdam het nu? Welke factoren spelen een rol? Op welke resultaten mogen wij trots zijn? Wat kan er nóg beter? Wij gingen in gesprek met Prof. Dr. Maria Prins en Caroline Nevejan.

Prof. Dr. Maria Prins

is hoogleraar publieke gezondheid, in het bijzonder de epidemiologie van infectieziekten, bij het AMC. Zij is hoofd Onderzoek en Preventieontwikkeling bij de afdeling Infectieziekten van de GGD Amsterdam.

Caroline Nevejan

is Chief Science Officer van gemeente Amsterdam en promoveerde op het ontwerp van vertrouwen en research fellow bij het Amsterdam Institute for Social Science Research. Zij speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van het Seropositive Ball in 1990.

Het Seropositive Ball van 1990; een schaduw conferentie voor de Wereld Aids conferentie die toen in San Fransisco plaatsvond. Hoe toonde Amsterdam hiermee haar inclusieve DNA?

Caroline: Het is 1990, het hoogtepunt van de aids crisis in Amsterdam. Mensen met hiv en aids mochten niet naar de Verenigde Staten reizen. Het Seropositive Ball in Paradiso duurde 69 uur, een evenement waar iedereen aan deel kon en mocht nemen. Het moment waarop Amsterdam haar inclusieve DNA liet zien. Voor het Seropositive Ball werd een netwerk gemaakt, zodat mensen die ziek thuis waren, of in het ziekenhuis lagen, ook mee konden doen. Zo werden de aids-afdelingen van het AMC in Amsterdam, het Cornell ziekenhuis in New York en het General Hospital in San Fransisco met elkaar verbonden. Dit was mede de reden, dat het Wereld AIDS congres in 1992 naar Amsterdam kwam.

Waarom juist Amsterdam?

Caroline: Amsterdam heeft een sterke homogemeenschap. Helaas was dit de groep waar toen de meeste jonge mensen dood gingen. We wilden een ander beeld neerzetten: leven met aids. Met elkaar zijn we op zoek gegaan naar antwoorden ‘hoe dan?’. We hadden allemaal hetzelfde doel: een ander perspectief geven en taboes doorbreken. Dat hoort bij Amsterdam. En met trots kan ik zeggen, dat dit een keerpunt was in de aids-discussie in Nederland.

Maria, hoe was het in die tijd als beginnend onderzoeker? En wat was jouw motivatie om hieraan te werken?

“In de zomer van 1992 begon ik als onderzoeksassistent bij de GGD, net nadat de Internationale AIDS conferentie, die juli 2018 weer in Amsterdam is, plaatsvond. Prof. Roel Coutinho was toen afdelingshoofd en mijn baas. Hij was vanaf het begin van de epidemie betrokken bij de Aidsbestrijding en inspireerde mij onderzoek hiernaar te doen. Als student kwam ik in aanraking met angstaanjagende verhalen van jonge mensen die zonder dat ze het wisten hiv hadden opgelopen, ernstig ziek werden en dood gingen. Ik wilde uitzoeken hoe je hiv kan voorkomen en ervoor zorgen dat mensen met hiv niet ernstig ziek worden. Dat onderzoek, de Amsterdamse Cohort Studies naar hiv, startte in 1984 en loopt nu nog. Tien jaar later kreeg ik bij de GGD een eigen onderzoeksproject; het beloop van hiv-infecties onder mensen die drugs injecteerden. Ik verzamelde data in diverse andere Europese steden, zoals Edinburgh, Valencia, Innsbruck en Parijs, waar de hiv epidemie ook zichtbaar aanwezig was. Toen ik in 2000 de kans kreeg om het hiv-onderzoek bij de GGD te leiden, twijfelde ik niet. Sinds 2006 werk ik 1 dag per week in het AMC, waar we al lang mee samenwerken aan dit onderzoek.”

Caroline, hoe raakte jij zo betrokken en wat maakte Seropositive Ball zo speciaal?

“Ik was in die tijd eind 20. Mensen van mijn eigen leeftijd gingen dood. Jonge mensen, in de bloei van hun leven, gingen dood. Door iets moois; door seks. In die tijd werden ze moreel veroordeeld, verstoten en werd er niet over deze ziekte gepraat. Toen het wereld aids congres in San Francisco was en zieke mensen de Verenigde Staten niet in mochten, hebben we vanuit Paradiso en samen met ACT UP, en de HIV vereniging het Seropositive Ball opgezet. Meer dan 300 kunstenaars deden mee. De ziekenhuizen, de GGD en vele anderen werkten vrijwillig mee aan deze schaduwconferentie. Aan de gevel van Paradiso hing een spandoek met ‘Silence is death’. Samen met de Universiteit van Amsterdam hebben we een soort world wide web gemaakt, iets wat toen nog niet bestond. We hebben HyperCard stacks op dikke floppy’s rondgestuurd naar universitaire ziekenhuizen. Via de HyperCard stacks kon je het Internet op; contact maken met lotgenoten, informatie vinden over medicijnen, kunstwerken bekijken ter troost en inspiratie. Je kon ‘chatten’ en boodschappen sturen.”

Amsterdam loopt voor op de internationale doelstelling met het terugdringen van aids. Wat doet Amsterdam anders?

Maria: “Belangrijk voor van het succes is de sterke samenwerking en de inzet van alle organisaties en partijen, inclusief de doelgroepen, die betrokken zijn bij de preventie en behandeling van hiv in Amsterdam binnen het H-TEAM. Dit staat voor Hiv-Transmissie Eliminatie Amsterdam; een initiatief gestart door prof. Joep Lange in 2014. Het H-TEAM streeft naar het einde van hiv in Amsterdam. Wij combineren verschillende innovatieve interventies om preventie, het sneller testen op hiv en de directe behandeling van infecties te bevorderen en zo verspreiding van het virus te voorkomen. Daarbij richten we ons specifiek op de doelgroepen met een hoger risico. Belangrijk hierbij zijn de onderzoeksgegevens en de uitstekende landelijke hiv-registratie, waardoor we goed kunnen monitoren waar het nog niet goed gaat en waar extra aandacht voor nodig is (zie www.hteam.nl).

Andere belangrijke factoren voor waar we nu staan; Amsterdam is een stad die inclusief is voor alle groepen bewoners, met extra aandacht voor degenen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, het drugsbeleid, toegang tot gratis testen op soa en hiv voor risicogroepen bij de soa polikliniek van de GGD, toegang tot en vergoeding van specialistische zorg en behandeling.”

Op welke resultaten mag Amsterdam trots zijn?

Maria: “De Amsterdamse aanpak van de drugproblematiek wordt door vele internationale collega's geprezen. Amsterdam maakte vanaf de jaren 80 toegang tot spuit omruil programma's en methadon-behandeling laagdrempelig, waardoor het grootste deel van de drugsgebruikers in de stad werd bereikt. Op dit moment zien we nog nauwelijks nieuwe hiv-infecties. Het aantal nieuwe hiv-diagnoses in de stad, is in 5 jaar tijd gehalveerd. De Amsterdamse aanpak wordt als succes genoemd in het 2017 UNAIDS rapport. De mensen die zich voor onze stad hiermee bezig houden, reizen dan ook de hele wereld over om kennis te delen en te adviseren.”

Dat zijn mooie berichten! Wat kan er nog beter? Welke ontwikkelingen zijn er nu?

Maria: “We zien helaas nog steeds nieuwe en laat gediagnosticeerde hiv-infecties. Nieuwe infecties zien we vooral onder homomannen. Late diagnoses zien we voornamelijk onder mensen afkomstig uit landen waar hiv veel voorkomt. Een late diagnose is ongunstig. Het virus wordt dan niet onderdrukt en ook is transmissie naar bijvoorbeeld een partner mogelijk. We streven naar een hiv-vrije stad in 2030. Om de laatste mijl te halen zijn innovatieve aanpakken nodig om de mensen met een verhoogd risico te motiveren zich te beschermen en zich te laten testen, zodat ze heel vroeg opgespoord worden. Ook is het nodig stigma rondom hiv te verminderen. Verder wordt het geven van PrEP (Pre-Expositie Profylaxe), een pil met hiv-remmers die een hiv-infectie kan voorkomen, nog niet vergoed in Nederland. De pil is bedoeld voor mensen die geen hiv hebben, maar wel een verhoogd risico lopen om geïnfecteerd te raken. De pil voorkomt hiv en daarmee dat men hiv naar anderen kan overdragen.”

De grootste aidsconferentie wereldwijd, waarmee jullie verhaal begon, komt in juli 2018 weer naar Amsterdam. Gaat GGD Amsterdam iets speciaals doen?

Maria: “GGD en gemeente Amsterdam zijn nauw betrokken. Het is de grootste conferentie wereldwijd (https://www.aids2018.org) met ook heel veel activiteiten buiten de deuren van de RAI, waar het congres plaatsvindt. De GGD zal haar onderzoek op de conferentie presenteren en zal aanwezig zijn in de Global Village die ook voor alle Amsterdammers toegankelijk is. Er is ook een pre-conferentie die gaat over soa en hiv, georganiseerd door de GGD. Het H-TEAM zal tijdens het congres met Parijs en San Francisco en andere steden, uit o.a. Oost Europa, hun stad brede hiv-aanpak bespreken, zodat we van elkaar kunnen leren over succesfactoren en wat niet werkt. Sommige problemen zullen heel lokaal zijn, maar stigma en het betrekken van kwetsbare groepen spelen in alle steden.