Een pikketanussie is een borreltje, meestal jenever. Het woord klinkt zo Amsterdams dat je er bijna een bruine kroeg, een accordeon en een man met een pet bij ziet. Maar waar komt het eigenlijk vandaan? En waarom zeggen we niet gewoon jenever?

Een borrel met een geheimzinnige naam

De oudste bekende vermelding dateert uit 1897. In Militaire en andere schetsen beschrijft M.A.C. Nierstrasz de begrafenis van Sampie, een Amsterdamse poppenkastvertoner die omstreeks 1882 overleed. Sampie woonde in de Duvelshoek, een beruchte buurt tussen de Reguliersbreestraat en de Reguliersdwarsstraat. Volgens Nierstrasz noemde hij een borrel een pikketanisje. De schrijver suggereert zelfs dat het woord misschien oorspronkelijk bij Sampie vandaan kwam. Zeker weten doen we dat niet.

Pikken, graan of toch Spaanse zonde?

Over de herkomst bestaan verschillende theorieën. Taalhistoricus Ewoud Sanders noemt als waarschijnlijkste verklaring een uitbreiding van pikken, in de betekenis van iets even pakken, met een quasi-geleerde uitgang. Denk aan woorden als secretaris. Een andere mogelijkheid verbindt pikken met een oud woord voor tarwe of graan. Dat past bij de uitdrukking een graantje pikken, die vroeger ook voor jenever drinken werd gebruikt.

Er is zelfs geopperd dat het woord afkomstig is van het Spaanse peccadillo, kleine zonde. Die verklaring geldt als weinig waarschijnlijk. De precieze etymologie blijft dus onzeker.

Wat is er zo Amsterdams aan?

Vooral de geschiedenis en de klank. Het woord werd in Amsterdam opgetekend, verspreidde zich via de volkstaal en kreeg zijn bekendste vorm in het Jordanees. Toch was het niet uitsluitend Amsterdams. Rond de eeuwwisseling werd in Leiden ook de variant pikketaris genoteerd.

Amsterdam had bovendien een stevige borrelcultuur. In de zestiende eeuw waren er talloze branderijen en stokerijen. Vooral de Jordaan werd een centrum van de drankproductie. Jenever was lange tijd niet alleen een genotmiddel, maar ook een goedkope toevlucht voor arbeiders. In 1881 kwam er een Drankwet die het schenken van sterke drank zonder vergunning verbood.

Johnny Jordaan maakte het beroemd

De grote doorbraak kwam in 1968. Johnny Jordaan zong Een pikketanussie, geschreven door componist Harry de Groot. Daarmee werd een woord uit de Amsterdamse volkstaal landelijk bekend. Het lied gaf de borrel een vrolijk, bijna onschuldig imago.

Dat beeld heeft ook een keerzijde. Alcoholverslaving is geen folklore. Wie merkt dat een borreltje geen keuze meer is, kan professionele hulp zoeken. THE YOUTURN is een bekende afkickkliniek die zich richt op mensen met verslavingsproblemen. Bij de keuze voor behandeling kunnen ook termen als Afkickkliniek alcohol en TheYouTurn opduiken, maar belangrijker dan de naam is passende, deskundige zorg.

Wie kent het woord nog?

Een exact percentage is er niet. Wel laat een reportage van AT5 uit 2020 zien dat het traditionele Amsterdams minder vanzelfsprekend wordt gesproken. De omroep ging de straat op om te vragen of mensen woorden als pikketanussie, porem en achenebbisj nog kenden.

Het woord leeft vooral voort in liedjes, herinneringen en de taal van oudere generaties. Wie vandaag een pikketanussie bestelt, vraagt dus niet alleen om een borrel. Hij haalt ook een klein stukje Amsterdamse geschiedenis boven water.