AMSTERDAM - Je moet haar niet de hele dag op één en dezelfde stoel zetten, dan wordt ze humeurig. Annemiek is een van de zeven boswachters van het Amsterdamse Bos. Ze is gastvrouw, handhaver, docent, persvoorlichter, verhalenverteller, dierenexpert en plantendeskundige ineen. “Het leuke van mijn baan is dat ik met zoveel verschillende mensen en situaties in aanraking kom.”

Hoe bent u boswachter geworden?

“Als kind hield ik al erg van buiten spelen, jongensdingen en dieren. Maar pas toen ik bijna klaar was met mijn studie Engels besloot ik dat ik met dieren wilde werken. Na een opleiding tot dierenartsassistent werkte ik zeven jaar in een dierenartsenpraktijk. Daar kwamen de boswachters van het Amsterdamse Bos met hun diensthonden en zo wist ik dat de boswachterij bestond. Ik ging zelf veel met mijn hond naar het bos en heb een balletje opgegooid bij de boswachters. In het kort: ik kon een opleidingsplaats krijgen en toen een van de boswachters met pensioen ging, kwam ik in vaste dienst. De diensthond is inmiddels wegbezuinigd. Erg jammer, want een getrainde hond is een prachtig, natuurlijk wapen waarmee je confrontaties kunt voorkomen. Maar er zit een behoorlijk prijskaartje aan.”

Wat doet u zoal?

“Ik ben vooral bezig met toezicht en handhaving, informeren en zichtbaar zijn in het bos. Als het nodig is schrijf ik een proces-verbaal uit. We werken nauw samen met de politie. Vooral in de zomer krijg je de ene melding na de andere. Van mensen die met een bromfiets het bos inrijden tot het zwaardere werk, zoals een zelfdoding. Met de politie erbij kun je daar uren zoet mee zijn. Of je hebt een illegale dump zoals een tijdje terug. Toen troffen we een enorme berg verpakkingsmateriaal en een gesloopte keuken aan bij kiosk Favié. Samen met de politie kwamen we uit bij een adres in Haarlem, waar we naartoe zijn gereden. De nieuwe keuken werd net geplaatst. Dat is een werktriomfje, want meestal zit er geen visitekaartje bij als er wat gedumpt is.”

En verder?

“Elke boswachter heeft zo zijn eigen specialisme. Ik werk soms mee aan radio- en tv-programma’s. Vorig jaar deed ik mee aan Amsterdam Proeft, een tv-programma van AT5. Ik vertelde over een zwavelzwam die ik had meegenomen uit het bos. Daarna maakte ik met een kok een risotto met paddenstoelen. We geven ook excursies en krijgen veel aanvragen voor uitjes of voorlichting, zoals van het Emmakinderziekenhuis. Ik ga er heen met een stel opgezette dieren en vertel de kinderen er iets over. Dat is leuk om te doen, maar ook heel confronterend. Verder geef ik canicrossclinics, dat is hardlopen met je aangelijnde hond. Het is toevallig mijn hobby, maar het Amsterdamse Bos stimuleert dit gedisciplineerd sporten met je hond. Een veelgehoorde klacht is namelijk dat mensen hun hond loslaten en niet letten op wat hij doet.”

Wat doet u vooral in deze tijd van het jaar?

“Ik ben coördinator van de ijsvogelwerkgroep en de ringslangwerkgroep. We moedigen de verspreiding van de ringslang aan door met vrijwilligers zogenoemde broeihopen aan te leggen. Alleen daar kunnen hun eieren uitkomen. In de winter kijken we of er broeihopen bij of af moeten. De ijsvogels helpen we aan geschikte woonruimte: met vrijwilligers en collega’s leggen we ijsvogelwanden aan. Door de milde winters van de afgelopen jaren gaat het goed met dit leuke, tropisch-achtige vogeltje. Het zijn echte viseters, dus er moet helder, schoon water zijn. Dat de ijsvogel en de ringslang hier voorkomen, zegt dus iets over de waterkwaliteit. Je kunt het Amsterdamse Bos met zijn duizend hectare zien als kraamkamer voor de rest van de groengebieden in de regio.”

En straks, in het voorjaar?

“In april staan de vierhonderd kersenbomen in de Japanse bloesemtuin in bloei. Ieder jaar weer is dat een prachtig gezicht, waar veel bezoekers op af komen. Wij zorgen ervoor dat alles goed verloopt. In de lente zijn er soms jonge dieren in nood. Zo liep ik een keer mijn ronde toen ik een haas hoorde gillen. Een kraai was juist bezig een van haar kleintjes weg te snaaien. Ik riep naar de kraai waarop die het beestje liet vallen, in het water. Ik ben tot mijn middel het water ingegaan, heb het haasje opgevist en in mijn decolleté gestopt. Thuis heb ik hem een paar weken gevoed, totdat hij groot genoeg was om zelfstandig in het bos verder te leven.”

Hoeveel bezoekers trekt het bos?

“Zo’n zes miljoen per jaar. Van festivalgangers en mensen die graag met z’n allen een feestje bouwen tot rustzoekers en vogelspotters die hier met een verrekijker rondlopen en iedere voorbijganger een stoorzender vinden. En sporters, die heel gericht zijn op hun eigen ding. Als zij maar vrij baan hebben. Maar als je hardloopt, dan moet je er rekening mee houden dat er misschien ineens een hond je pad kruist.”

Wat voor dieren komen er voor?

“Waar zullen we beginnen? De roerdomp, blauwborst, buizerd, havik, bosuil, ransuil, aalscholvers en blauwe reigerkolonies. Het konijn, de haas, eekhoorn, vos, wezel, bunzing en de hermelijn. Onlangs is voor het eerst een boommarter gespot. Er zijn ook veel beestjes die een heel geheimig leven leiden. Je ziet ze niet allemaal.”

Wat vindt u het mooiste aan uw baan?

“Dat er mensen komen uit alle lagen van de bevolking. Dat maakt de communicatie boeiend. Uiteraard zijn er ook minder leuke confrontaties maar ik probeer er altijd iets van te maken. Leven en laten leven. Dat is natuurlijk waar het bos voor bedoeld is. Accepteer van elkaar dat iedereen hier met een ander doel naartoe komt. Onderlinge verdraagzaamheid is een groot goed, zeker in deze tijd. Als ik daar mijn steentje aan kan bijdragen zal ik dat zeker niet nalaten.”

Handig

Gaat u naar het Amsterdamse Bos, zet dan dit nummer in uw telefoon: 06 2908 1628. Als er iets gebeurt, bel dit nummer en beschrijf zo precies mogelijk waar u bent. De dienstdoende boswachter kent het gebied op zijn duimpje en kan snel ter plaatse zijn.

Amsterdamse Bos bezoekers top 4

  1. De Geitenboerderij
  2. Pannenkoekenboerderij Meerzicht
  3. Kiosk Favié (op de Duizendmeterweg)
  4. Funforest (klimspeelterrein)