Een avondje Netflix, door TikTok scrollen, snel iets googlen. Het voelt allemaal gewichtloos, toch? Niets is minder waar. Achter al die digitale handelingen zitten datacenters die 24/7 draaien en elektriciteit verbruiken.

In Nederland gebruiken de 45 grootste datacenters inmiddels evenveel stroom als bijna 1,9 miljoen huishoudens. Dat is nogal wat. En het zet het stroomnet, ook in Amsterdam, steeds verder onder druk.

Het internet is geen wolk

We praten over 'de cloud' alsof het iets luchtigs is. Maar het internet is extreem fysiek. Achter elke video, elke app en elk berichtje zitten servers die constant draaien. Die staan in enorme datacenters: streng beveiligde gebouwen vol computerkasten die data verwerken en opslaan.

Het CBS publiceerde de cijfers: sinds 2017 is het stroomverbruik van grote datacenters in Nederland meer dan verdrievoudigd. Ze waren toen goed voor 1,2 procent van het totale verbruik. Vorig jaar? Dat aandeel lag op 4,2 procent. En dat terwijl het aantal datacenters nauwelijks is gegroeid. De rekenkracht – en dus het energieverbruik – is simpelweg enorm toegenomen.

Waarom ze zoveel stroom verbruiken

Servers gebruiken niet alleen elektriciteit om te rekenen, maar ook om koel te blijven. Computers die constant zware taken uitvoeren, worden heet. Zonder intensieve koeling gaan ze kapot. En dat koelen kost zeer veel energie.

Kunstmatige intelligentie maakt het alleen maar erger. ChatGPT, beeldgeneratoren en andere tools die nu overal opduiken, vragen gigantische hoeveelheden rekenkracht. Zowel om te trainen als om te gebruiken. Meer servers, meer activiteit, meer stroom.

Amsterdam, als belangrijk knooppunt voor internetverkeer, merkt dat extra sterk.

Online gemak kost meer dan je denkt

Het lastige is dat je als gebruiker niets merkt. Streamen in 4K, cloudopslag, videobellen – het voelt allemaal moeiteloos. Maar die diensten vragen wel om servers die constant beschikbaar zijn.

Vooral realtime toepassingen zijn energie-intensief. Livestreams, videogesprekken en interactieve platforms, zoals een live casino waar mensen continu actief zijn, kunnen niet pauzeren. De servers moeten permanent aan staan om zonder vertraging te reageren. En dat kost stroom. Veel stroom.

Het stroomnet raakt overbelast

Die groeiende vraag heeft directe gevolgen. Als er een groot datacenter bijkomt, schiet de lokale vraag naar elektriciteit omhoog. Als het aanbod niet meegroeit, ontstaan er problemen.

Het elektriciteitsnet kan niet onbeperkt worden uitgebreid. Investeringen zijn nodig en die worden doorberekend aan de samenleving. Dat roept lastige vragen op: wie krijgt voorrang? Woningen, industrie of datacenters?

In regio's waar het net al zwaar belast is, kan een nieuw datacenter betekenen dat woningbouw of verduurzaming wordt uitgesteld. Een digitaal probleem raakt zo ineens aan hele concrete keuzes.

Amsterdam als digitaal centrum

Amsterdam speelt een grote rol in het internationale internetverkeer. De stad en haar huisvesten belangrijke knooppunten en datacenters die data uit heel Europa verwerken. Dat levert economisch voordelen op – banen en investeringen – maar vergroot ook de druk op energievoorziening en ruimte.

Tegelijkertijd is de stad steeds afhankelijker van die digitale infrastructuur. Thuiswerken, online dienstverlening, digitale cultuur en ontspanning: het is niet meer weg te denken. De vraag is niet of we minder online gaan, maar hoe we omgaan met de gevolgen.

Jij speelt ook een rol

Tot nu toe gaat de discussie vooral over overheid en bedrijven. Maar gebruikers maken hier ook deel van uit. Elke keuze – hogere videokwaliteit, meerdere apparaten tegelijk, altijd-online diensten – telt mee in de totale vraag.

Dat betekent niet dat jij de schuldige bent. Maar bewustwording helpt wel. Net zoals mensen nadenken over hun energieverbruik thuis, wordt het tijd om ook digitaal verbruik beter te begrijpen. Hoeveel stroom kost een uur streamen eigenlijk? Wat vraagt cloudopslag?

De meeste mensen hebben daar geen idee van. En dat is begrijpelijk – het wordt nauwelijks inzichtelijk gemaakt.

Efficiënter worden is niet genoeg

Datacenters proberen te verduurzamen. Ze investeren in betere koeling, hergebruik van restwarmte en groene stroom. Dat helpt. Maar het tempo van die verbeteringen houdt geen gelijke tred met de groei van dataverkeer en AI-gebruik.

Zolang het online aanbod blijft groeien en gebruikers steeds meer verwachten, blijft het totale energieverbruik stijgen. Efficiëntie helpt, maar is geen structurele oplossing.

De rekening komt eraan

Het stroomverbruik van datacenters laat zien dat ons digitale leven niet losstaat van fysieke grenzen. Elke swipe, stream en klik heeft een prijs. Ook al zie je die niet direct terug op je energierekening.

Voor steden als Amsterdam betekent dit dat digitalisering niet alleen draait om innovatie en gemak. Het gaat ook over duurzaamheid, infrastructuur en keuzes voor de toekomst.

Het internet lijkt misschien onzichtbaar, maar de impact is dat allang niet meer. En die rekening? Die betalen we uiteindelijk allemaal.