AMSTERDAM - We kennen allemaal de vrolijke carillonmuziek die op zekere tijden over het publiek beneden wordt uitgestrooid. U kijkt even naar boven en denkt: ‘Hé, de toren zingt.’ Boudewijn Zwart, een van de stadsbeiaardiers, vertelt over zijn werk als straatmuzikant op grote hoogte.

“Het mooie van het vak vind ik dat je straatmuzikant bent, maar dan op hoog niveau. Letterlijk, je zit heel hoog, en speelt voor de mensen beneden op straat. En ik probeer het natuurlijk ook zo goed mogelijk te doen. Het betekent ook dat ik alles mag spelen wat los en vast zit. Ja, zoals een gewone straatmuzikant dat ook mag. Dat doe ik dan ook. Van Amsterdamse smartlappen, de wereldhit Happy tot aan Bach.”

De toren op

Stadsbeiaardier Boudewijn Zwart klimt de vele smalle en steile trappetjes van de Westertoren op. “Ik ben al 32 jaar stadsbeiaardier van Amsterdam. Ja, officieel, als ambtenaar, ik ben in loondienst. Ik speel elke dinsdag op drie carillons in de stad. Ik begin om twaalf uur hier op de Westertoren, vanaf half drie op de Zuidertoren en om vier uur speel ik op de Oudekerkstoren.”

Klokken en speeltrommel

“Als ik in de toren aankom, loop ik langs alle verdiepingen de toren op. Eerst kom ik langs de luidtouwen van de klokken waarmee de klokken geluid worden. Daar doe ik niets mee, ik ben immers geen klokkenluider. Dan kom ik bij de verdieping waar de trommel staat die elk kwartier zijn melodietje doet: elk kwartier een kort deuntje en elk uur een langere. Overdag, én ’s nachts. Ook daar hoef ik niets aan te doen.” Tweemaal per jaar voorziet de stadsbeiaardier het automatische speelwerk van nieuwe melodieën. “We hebben er net nieuwe melodieën op gezet”, vertelt hij. “Dat duurde twee dagen. Niet al te bekende wijsjes, die gaan snel vervelen.”

Ik mag alles spelen

“Dan kom ik in mijn eigen ruimte, mijn domein zeg maar.” Dat is de ruimte achter de grote klok, vlak onder de keizerskroon van Maximiliaan. “Dan begint mijn concert, en mag ik beginnen zoals ik wil.” De 51 klokken van het carillon laten vrolijke en stemmige melodieën horen. Aan de Amsterdamse grachten, of Tulpen uit Amsterdam. Zwart past zijn repertoire steeds aan. Als hij een grote groep Japanners ziet staan, speelt hij bijvoorbeeld het Japanse volkslied. “Dan kijken ze met open mond naar boven!” In deze decembermaand klinken leuke sinterklaas- en kerstliedjes. Maar hij speelt ook Bach, Beethoven en Mozart. Ook improviseert hij veel, en speelt zelf gecomponeerde stukken.

Piano en beiaard

Boudewijn Zwart stamt uit een bekende organistenfamilie. Als klein kind wist hij al dat hij beiaardier wilde worden. Zijn ontdekker, een beiaardier, adviseerde hem al vroeg om ook piano te gaan studeren. Hij ging naar het conservatorium in Amsterdam voor piano, en studeerde beiaard aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort. Hij werkt niet alleen in Amsterdam maar ook in andere steden als Dordrecht, Ede, Gouda en Apeldoorn.

De man met de trompet

“Het toefje slagroom op het wekelijkse concert is het duet met Reinier Sijpkens. Ik hoorde dertien jaar geleden iemand spelen op een trompet, in een bootje op het water. Ik dacht: hé, dat wijsje ken ik ook. Toen hebben we een jamsessie gedaan, omstebeurt speelden we. En dat doen we nog elke week. Aan het eind van mijn bespeling op de torens komt hij aangevaren, en geven we samen een concertje. En aan het einde daarvan roepen alle mensen op de kade: ahoy! En dan kom ik op de toren naar buiten, in het midden van de klok zit een luikje, en roep ik met een zakdoek vanuit de toren als een soort koekoek: ahoy!”

Uniek in de wereld

Amsterdam was op het hoogtepunt van de Gouden Eeuw niet alleen de rijkste en bedrijvigste stad van de wereld, maar ook de vrolijkste. Er klonken maar liefst vijf carillons: vanaf de torens van de Oude Kerk, Westerkerk, Zuiderkerk, Munttoren en het Stadhuis op de Dam. Zoveel gratis muziek voor iedereen, dat was uniek in de wereld. Overal in de stad hoorden Amsterdammers de torens zingen.

De carillons in Amsterdam zijn gemaakt door de gebroeders Hemony. Zij waren de eersten die gegoten klokken op een zuivere toon konden stemmen, waardoor het mogelijk werd deze te bespelen. Van 1642 tot 1679 maakten zij eenenvijftig carillons. En nog steeds klinken hun klokken over de stad, net zo mooi als in de Gouden Eeuw.