Amsterdam krijgt steeds vaker te maken met twee uitersten: korte, hevige buien die straten en kelders onder druk zetten, en langere droge periodes waarin tuinen en gevelgroen juist water tekortkomen. Regenwater opvangen is een relatief eenvoudige maatregel die bewoners zelf kunnen nemen. Het helpt om piekbelasting op het riool te verminderen en levert water op voor planten, schoonmaak of het bijvullen van een vijver.
Waarom regenwater opslaan in de stad zinvol is
In veel Amsterdamse buurten is de ruimte beperkt en is de bodem deels verhard. Daardoor kan regenwater minder makkelijk wegzakken. Een regenton vangt een deel van het water op dat anders direct via de regenpijp het riool in gaat. Zeker bij woningen met een kleine tuin, dakterras of binnentuin kan dat verschil maken: je gebruikt het water later, op een moment dat het wel nodig is.
Regenwater is bovendien zacht water (zonder kalk zoals leidingwater). Voor planten is dat vaak prettig en je bespaart drinkwater voor eenvoudige klussen.
Zo kies je een regenton die past bij je woning
Begin met twee vragen: hoeveel water wil je opslaan en waar zet je de ton neer?
- Inhoud: voor een kleine stadstuin is 100 tot 200 liter vaak al bruikbaar. Heb je meer groen, dan kan 200 tot 300 liter logischer zijn.
- Plaatsing: zet de ton op een stevige, vlakke ondergrond. Een verhoging maakt het makkelijker om een gieter te vullen.
- Aansluitingen: let op de kraanpositie en op een eventuele slangaansluiting als je direct wilt beregenen.
Wie materialen wil vergelijken, kan regentonnen, kranen, doorvoeren en vulautomaten bij elkaar bekijken. Op de pagina om een regenton kopen staan ook toebehoren zoals overloopsets en aansluitstukken.
Aansluiten op de regenpijp zonder gedoe
De meeste regentonnen worden aangesloten met een vulautomaat (regentonvuller). Die tapt water af uit de regenpijp en laat bij een volle ton het water weer door richting afvoer.
Meet eerst de diameter van de regenpijp. Veelvoorkomende maten zijn bijvoorbeeld Ø 80 of Ø 100 mm, maar meten voorkomt een verkeerde aansluiting. In de wereld van dakafvoer wordt vaak gesproken over HWA: dat staat voor hemelwaterafvoer, het systeem van goten en regenpijpen dat regenwater afvoert.
In oudere Amsterdamse panden zie je regelmatig zink. Dat materiaal is stevig, gaat lang mee en past bij klassieke gevels. Wie onderdelen wil vervangen of uitbreiden, kan zoeken naar een passende zinken regenpijp en bijbehorende hulpstukken.
Overloop en winterstand
Denk ook aan wat er gebeurt bij langdurige regen of vorst.
- Overloop: regel dat overtollig water veilig weg kan, bijvoorbeeld terug de regenpijp in of naar een plek waar het geen overlast geeft.
- Filter: bij bomen in de straat of binnentuin kan een eenvoudige bladvang verstopping voorkomen.
- Vorst: tap de ton bij vorst (deels) af en laat een kraan of slangkoppeling niet onder spanning staan.
Checklist voor Amsterdammers
1. Meet de regenpijpdiameter (bijv. Ø 80/100 mm) en bepaal waar je kunt aftakken.
2. Kies een toninhoud die past bij je ruimte en watergebruik.
3. Plaats de ton stabiel en bij voorkeur iets verhoogd.
4. Gebruik een vulautomaat en regel een veilige overloop.
5. Controleer in de herfst op bladeren en zet de ton in de winter in een vorstveilige stand.

16.1 ℃































































