Wie in Amsterdam een zaak runt, concurreert niet met drie winkels in de straat maar met driehonderd. Toeristen lopen voorbij, bewoners hebben hun vaste adresjes en op elke hoek probeert iemand anders ook jouw aandacht te vangen. Een advertentiebudget als dat van de grote ketens heb je niet.

Veel ondernemers lossen dat op twee manieren op. De structurele kant, zorgen dat je in Google gevonden wordt als iemand zoekt, besteden ze uit aan een specialist. Zie bijvoorbeeld SEO uitbesteden voor hoe zoiets werkt. De creatieve kant doen ze zelf, want daar is geen bureau voor nodig. Alleen een stad vol mensen die van een goede grap houden, en een beetje lef. Guerrillamarketing draait daar precies om: met weinig geld en veel creativiteit iets doen waar mensen over praten.

Zeven ideeën die je deze week nog kunt uitvoeren.

1. Stoepkrijt met een boodschap

Een emmer stoepkrijt kost een paar euro. Schrijf op drukke looproutes richting je zaak een korte, grappige boodschap met een pijl. Geen “koffie 2,50”, wel iets wat mensen laat lachen en nieuwsgierig maakt. Regen spoelt het weg, dus je kunt elke week iets nieuws proberen en zien wat werkt.

2. Gratis koffie bij regen

Het regent in Amsterdam vaak genoeg. Zet een bordje buiten: “Regent het? Eerste kop koffie gratis voor fietsers.” Iemand die druipend binnenkomt en een warme kop in handen krijgt, vergeet je zaak niet en vertelt het door. De kosten per kop zijn verwaarloosbaar vergeleken met wat een nieuwe vaste klant oplevert.

3. Werk samen met de zaak naast je

De bloemist op de hoek, de kapper twee deuren verder, het café aan de overkant. Jullie hebben dezelfde buurtklanten. Bedenk samen een actie: een bon bij de een die korting geeft bij de ander, of een gezamenlijke straatdag. Je verdubbelt je bereik zonder dat het je iets kost behalve een goed gesprek.

4. Maak van je etalage een gesprek

Mensen lopen honderd etalages voorbij zonder te kijken. Een etalage die iets vraagt, blijven ze wel voor staan. Een whiteboard met een vraag van de week, een poll met twee potten waar mensen een muntje in gooien, een foto van de buurt uit 1950 naast dezelfde straat nu. Verander het regelmatig, dan wordt het een reden om langs te lopen.

5. Speel in op wat er in de stad gebeurt

Marathon, Koningsdag, een stroomstoring in de buurt, de Ajax-uitslag, een gesloten brug. Elke week gebeurt er iets waar heel Amsterdam over praat. Een snelle, gevatte reactie op je raam, je bord of je socials levert meer op dan een maand dure advertenties. Het enige wat het vraagt is dat je oplet en durft.

6. Vraag om reviews op het moment dat het telt

Dit is de stille guerrilla-actie die bijna niemand goed doet. Een klant die net tevreden de deur uitloopt, vraag je ter plekke om een Google-review, met een kaartje met QR-code erbij. Tien reviews in een maand doen meer voor je zichtbaarheid in Google Maps dan een jaar lang niets vragen. Het kost je één zin per klant.

7. Claim een onderwerp waar niemand over schrijft

Elke buurt heeft vragen waar nog geen goed antwoord op staat. Waar kun je in de Pijp je fiets laten repareren op zondag? Welke lunchzaken in Oost hebben een terras in de zon? Schrijf daar als eerste een goede pagina over op je eigen website. Je wordt gevonden door mensen die er echt naar zoeken, en als je het slim aanpakt verwijst die pagina netjes naar je eigen aanbod.

Een stunt zorgt voor de piek, vindbaarheid voor de rest van het jaar

Een goede guerrilla-actie levert een week aan gesprekken op. Daarna wordt het weer stil, tenzij mensen je ook vinden op het moment dat ze zelf zoeken. En dat moment is bijna altijd online: iemand typt “kapper Jordaan” of “lunch De Pijp” in Google en kiest uit wat daar staat. Wie daar niet tussen staat, bestaat voor die klant niet. Begin dus met je Google Bedrijfsprofiel en reviews, en laat de rest over aan iemand die er elke dag mee bezig is. Dan houd jij tijd over voor het stoepkrijt.