Onkruid in de voegen van je terras is meestal geen kwestie van pech, maar van de verkeerde voeg. Wie zijn bestrating afwerkt met gewoon straatzand, geeft zaden alle ruimte om te kiemen. Met het juiste voegmiddel en een slimme tegelkeuze blijft een stadstuin met weinig moeite netjes. Dat is in Amsterdam extra relevant, want de meeste tuinen hier zijn klein en elke vierkante meter telt.
Waarom juist kleine stadstuinen snel verrommelen
Een kleine tuin vergeeft weinig. Op dertig vierkante meter valt een rij paardenbloemen tussen de tegels direct op, terwijl diezelfde rij in een grote achtertuin wegvalt. Daar komt bij dat veel Amsterdamse tuinen omsloten zijn door muren en schuttingen. Er valt daardoor weinig direct zonlicht op de bestrating, waardoor vocht langer in de voegen blijft staan. In die vochtige voegen groeien mos en onkruid sneller dan op een open, zonnig terras.
Het probleem begint vrijwel altijd in de voeg, niet in de tegel zelf. Zaden waaien aan en landen in het zand tussen de tegels. Daar vinden ze precies genoeg vocht om te ontkiemen. Wie dat wil voorkomen, pakt dus de voeg aan.
De voeg bepaalt hoeveel werk je straks hebt
Standaard straatzand is los en voedzaam genoeg voor kiemende zaden. Bij een flinke bui spoelt het bovendien makkelijk een stukje verder weg. Je bent dan elk voorjaar opnieuw aan het krabben en bijvullen. Er bestaan voegmiddelen die dat voorkomen: speciaal voegzand tegen onkruid heeft een samenstelling waarin zaden nauwelijks kunnen wortelen, waardoor de voeg langer dicht en schoon blijft.
Een stap verder gaat polymeerzand. Dat is voegzand met een bindmiddel dat uithardt zodra je het na het invegen bevochtigt. De voeg wordt daardoor stevig en spoelt niet uit. Onkruid krijgt er vrijwel geen kans. Voor een terras dat je één keer goed wilt aanleggen en daarna met rust wilt laten, is dat een logische keuze. Houd er wel rekening mee dat polymeerzand zorgvuldig verwerkt moet worden. De tegels moeten droog zijn bij het invegen, anders kan het bindmiddel aan het tegeloppervlak hechten en vlekken achterlaten.
Ook de tegel zelf maakt verschil
Hoe dichter het tegeloppervlak, hoe minder grip vuil en mos erop krijgen. Betontegels zijn relatief poreus. Ze nemen vocht op, en op zo'n vochtig oppervlak ontstaat in schaduwrijke tuinen sneller groene aanslag. Wie daarvan af wil, kan kijken naar keramische tuintegels. Keramiek neemt nauwelijks vocht op, waardoor aanslag minder kans krijgt en een schoonmaakbeurt vaak niet meer vraagt dan water en een borstel. Aanbieders zoals 123Sierbestrating leveren ze in formaten die ook in een smalle stadstuin goed uitkomen, bijvoorbeeld grote tegels die een kleine ruimte optisch ruimer maken.
Keramische tegels zijn daarnaast vorstbestendig, en dat is geen detail. Een poreuze tegel zuigt water op, en als dat water in een vorstperiode bevriest, zet het uit en kan de tegel scheuren of afschilferen. Wil je een beschadigde tegel vervangen, dan is dezelfde kleur of serie na een paar jaar niet altijd meer leverbaar. Een dicht materiaal voorkomt dat probleem grotendeels.
Zo pak je het praktisch aan
Begin bij de voegen die er nu slecht bij liggen. Krab het oude zand en het onkruid eruit en laat het terras drogen. Veeg daarna onkruidremmend voegzand of polymeerzand in. Dat is een klus die je als doe-het-zelver prima in een droog weekend doet. Voor een groot terras of een complete heraanleg kun je het werk door een hovenier laten doen.
Plan je toch een nieuwe tuin of een opknapbeurt, neem de tegelkeuze dan direct mee. Een dichte tegel met een stevige voeg scheelt elk jaar schrobben en bijvullen. In een stadstuin waar je vooral wilt zitten in plaats van werken, verdient die ene zorgvuldige aanleg zichzelf elk voorjaar terug.

13.2 ℃




























































