Waarom Amsterdamse bedrijven met internationale teams investeren in Nederlands op de werkvloer
Wie op een gewone dinsdag door een kantoor op de Zuidas of in Amsterdam-Noord loopt, hoort bij de koffieautomaat net zo vaak Engels, Spaans of Portugees als Nederlands. Voor veel bedrijven in de hoofdstad is Engels de voertaal geworden. Dat werkt prima in vergaderingen, maar daarbuiten loopt het vaak minder soepel dan gedacht.
Engels als voertaal heeft grenzen
Een internationaal team dat in het Engels samenwerkt, kan prima projecten draaien. Toch merken veel werkgevers dat buitenlandse collega's na een paar jaar nog steeds een beetje buiten de groep staan. De lunchgesprekken gaan in het Nederlands, net als de grappen en de borrel op vrijdag.
Ook in het werk zelf duikt de taal overal op. Klanten, leveranciers, de gemeente en de Belastingdienst communiceren grotendeels in het Nederlands. Een expat die de mail van een Nederlandse klant niet goed kan lezen, is afhankelijk van collega's, en dat kost aan twee kanten tijd.
Zakelijk Nederlands leer je niet uit een app
Veel expats beginnen enthousiast met een taalapp. Dat helpt voor de basiswoordenschat, maar daarmee volg je nog geen vergadering en schrijf je nog geen nette offerte. Zakelijke taal heeft eigen vakjargon, vaste formuleringen en ongeschreven regels over hoe direct je mag zijn.
Daarom kiezen werkgevers vaker voor een training die aansluit op het werk zelf. Bij Elycio Talen taaltrainingen wordt een traject afgestemd op het taalniveau, de functie en de werksituatie van de deelnemer, zodat iemand oefent met taal die hij de volgende dag op kantoor nodig heeft. Het taleninstituut verzorgt al sinds 1966 zakelijke taalcursussen, heeft een vestiging in Amsterdam en werkt met trainers die de taal als moedertaal spreken.
Wat Nederlandse les een team oplevert
Bedrijven die investeren in taallessen voor internationale medewerkers zien vooral effect op de samenwerking. Wie de taal een beetje spreekt, pikt meer op van wat er informeel besproken wordt. Zo iemand durft ook eerder aan te schuiven bij een overleg dat spontaan in het Nederlands begint.
Daarnaast speelt binding een rol. Een medewerker die zich thuis voelt in de stad en de taal, blijft vaak langer. Met de krappe Amsterdamse arbeidsmarkt en de kosten van werving en verhuizing is dat voor veel werkgevers een stevig argument.
Ook voor de Nederlandse collega's verandert er iets. Zij hoeven minder vaak te vertalen of halverwege een gesprek over te schakelen, waardoor overleg gelijkwaardiger wordt.
Incompany, individueel of online
Hoe zo'n training eruitziet, hangt af van het team. Een groep collega's met een vergelijkbaar niveau kan samen een incompany cursus volgen op kantoor. Dat levert een gedeelde ervaring op en maakt het makkelijker om de nieuwe woorden meteen op de werkvloer te gebruiken.
Voor medewerkers met een specifieke rol, zoals een accountmanager met Nederlandse klanten, ligt een individuele training meer voor de hand. Online lessen of een mix van online en op locatie maken het eenvoudiger om de lessen in een volle agenda te passen.
Zo haal je meer uit de lessen
Een taaltraining werkt het best als het bedrijf er zelf ook ruimte voor maakt. Plan lessen in werktijd, zodat deelnemers ze niet na een lange dag nog moeten inhalen. Spreek vooraf concrete doelen af, zoals zelfstandig een klantgesprek voeren of een teamoverleg in het Nederlands volgen.
Collega's spelen daarbij een grote rol. Veel Nederlanders schakelen automatisch over op Engels zodra ze een accent horen. Dat is goedbedoeld, maar zo krijgt de nieuwe spreker weinig kans om te oefenen. Een simpele afspraak om eerst in het Nederlands te beginnen helpt al veel.
Een niveau vooraf vastleggen geeft houvast. Taleninstituten werken meestal met het Europees Referentiekader, dat loopt van A1 tot C2. Zo kun je na een paar maanden zien of iemand van A2 naar B1 is gegroeid, en dat zegt meer dan een algemeen gevoel van vooruitgang.
Taal leren werkt twee kanten op
Investeren in Nederlands betekent niet dat Engels verdwijnt. In de meeste Amsterdamse bedrijven blijven beide talen naast elkaar bestaan. Veel Nederlandse medewerkers merken zelf dat presenteren in het Engels zonder onzekerheid flink wat oefening vraagt, zeker voor een internationaal publiek. Wie dat heeft ervaren, begrijpt beter hoe het voelt om in een tweede taal het woord te nemen.

14.3 ℃


































































