AMSTERDAM - Vandaag is mevrouw Hochscheid samen met haar muzikale partner, pianist Frans van Ruth, benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Het duo ontving deze onderscheiding tijdens een lunchconcert in Tivoli Vredenburg uit handen van de Utrechtse burgemeester Van Zanen. Doris Hochscheid leverde als celliste een belangrijke bijdrage aan de (inter)nationale herontdekking van de Nederlandse kamermuziek.  

Doris Hochscheid is uitvoerend musicus op cello en docent hedendaagse kamermuziek aan het Conservatorium van Amsterdam. Ook is zij lid van het ensemble Asko|Schönberg en het Stoltz Quartet. Zij treedt op in binnen- en buitenland en heeft een groot aantal cd’s gemaakt.

Samen met Frans van Ruth herontdekte zij de 19e-eeuwse Nederlandse kamermuziek voor cello en piano. Hochscheid en Van Ruth zetten zich in om de rijke productie muziekstukken te achterhalen en catalogiseren. Met hun werk zorgden ze voor de inventarisatie en het behoud van een belangrijk deel van de Nederlandse muziekgeschiedenis.

In 2007 richtte mevrouw Hochscheid de Stichting Cellosonate Nederland op. De stichting stimuleert jonge amateurs en professionals om eigentijdse Nederlandse klassieke muziek uit te voeren. Door inzet van Doris Hochscheid staan de Nederlandse cello-pianomuziekstukken opnieuw in de belangstelling bij zowel musici als componisten.

Orde van Oranje-Nassau De onderscheiding wordt verleend aan iemand die zich lange tijd persoonlijk verdienstelijk heeft gemaakt voor de maatschappij, de Staat of het Koninklijk Huis. Er zijn zes graden in de Orde van Oranje-Nassau. De eerste vijf graden zijn: Ridder Grootkruis, Grootofficier, Commandeur, Officier en Ridder. Een benoeming in de zesde graad betekent dat iemand tot lid benoemd is in de Orde van Oranje-Nassau.