Je kind komt thuis en vertelt dat het op school wordt uitgelachen, buitengesloten of geduwd. Als vader weet ik hoe machteloos je je dan voelt. Je wilt iets doen, maar je weet niet goed wat. Pesten komt op elke school voor, ook in Amsterdam. Gelukkig kun je als ouder veel doen om je kind te helpen.

In dit artikel lees je hoe je herkent of het echt om pesten gaat en hoe je er rustig met je kind over praat. Je leest ook wat je van school mag verwachten, wat je beter niet kunt doen en wat je doet als het niet beter wordt.

Eerst even rustig worden

Veel ouders worden eerst boos als ze horen dat hun kind wordt gepest. Dat is heel normaal. Toch is het slim om niet meteen in actie te komen. Ga dus niet de volgende ochtend op het schoolplein verhaal halen. Je kind heeft op dat moment vooral rust nodig en het gevoel dat het er niet alleen voor staat.

Neem daarom even de tijd voor jezelf. Je kind heeft het meest aan een ouder die kalm blijft en samen met hem of haar een plan maakt.

Is het plagen of is het pesten?

Niet elke ruzie of vervelende opmerking is meteen pesten. Kinderen plagen elkaar, maken ruzie en zoeken grenzen op. Dat hoort bij het opgroeien. Bij pesten is er iets anders aan de hand. Het gebeurt steeds weer, het is bedoeld om de ander pijn te doen en het gepeste kind kan zich niet goed verdedigen.

Pesten kan lichamelijk zijn, zoals duwen of spullen afpakken. Vaak is het minder goed te zien. Denk aan een kind dat steeds niet mag meedoen, wordt genegeerd, wordt uitgescholden of vervelende berichten krijgt in een groepsapp. Juist deze stille vormen merken ouders vaak pas laat op.

Signalen die je thuis kunt opmerken

Kinderen vertellen niet altijd zelf dat ze worden gepest. Ze schamen zich, willen hun ouders niet ongerust maken of zijn bang dat het erger wordt. Let daarom op veranderingen. Heeft je kind vaak buikpijn voor schooltijd, wil het niet meer naar school of slaapt het slechter? Raakt het vaak spullen kwijt, of neemt het nooit meer een vriendje of vriendinnetje mee naar huis? Eén signaal zegt niet zoveel, maar als je meerdere signalen ziet, is het goed om door te vragen.

Stap 1: luister eerst

Als je kind zijn verhaal vertelt, wil je het liefst meteen een oplossing bedenken. Probeer eerst alleen te luisteren. Stel open vragen, zoals "Wat gebeurde er toen?" en "Hoe voelde dat voor jou?". Zo krijgt je kind de ruimte om het hele verhaal te vertellen.

Zeg ook duidelijk dat het niet de schuld van je kind is. Kinderen die worden gepest, denken vaak dat ze zelf iets fout doen. Niemand verdient het om gepest te worden, en dat mag je kind van jou horen. Wil je meer weten over hoe je zo’n gesprek goed voert, dan vind je online ook praktische tips voor ouders.

Spreek daarna samen af wat de volgende stap is. Vertel je kind dat je contact opneemt met school en leg uit waarom. Als je kind weet wat er gaat gebeuren, voelt het zich minder overvallen.

Stap 2: schrijf op wat er gebeurt

Het klinkt misschien wat formeel, maar het helpt echt. Schrijf kort op wat je kind vertelt: wanneer het gebeurde, waar, wie erbij waren en wat er precies gebeurde. Wordt je kind online gepest? Maak dan screenshots van de berichten. Zo heb je in het gesprek met school duidelijke voorbeelden. Later kun je ook beter zien of het pesten minder wordt.

Stap 3: neem contact op met school

De leerkracht is het eerste aanspreekpunt. Vraag om een afspraak en vertel je verhaal niet even snel bij het schoolhek. In een rustig gesprek, zonder kinderen in de buurt, kun je beter samen naar een oplossing zoeken. Vertel wat je hebt gehoord en gezien en vraag wat de leerkracht in de klas merkt. Soms ziet de school dingen die jij niet ziet, en andersom.

Wat je van de school mag verwachten

Scholen zijn wettelijk verplicht om te zorgen voor een veilige school. Elke school moet beleid hebben tegen pesten en een vaste persoon hebben bij wie je terecht kunt over pesten. Ook moet de school elk jaar onderzoeken hoe veilig leerlingen zich voelen. Je mag dus gerust vragen hoe de school dit heeft geregeld en wie er verantwoordelijk voor is.

Vraag naar de aanpak in de hele klas

Veel ouders willen vooral dat het kind dat pest wordt aangesproken. Dat is begrijpelijk, maar bij pesten gaat het bijna nooit om maar twee kinderen. Er zijn vaak kinderen die meedoen of die toekijken en niets zeggen. Daarom werken steeds meer scholen met een aanpak voor de hele groep, zoals het KiVa-programma. Klasgenoten leren wat ze kunnen doen als ze zien dat iemand wordt gepest. Zo wordt de hele groep onderdeel van de oplossing.

Stel daarom concrete vragen. Wat gaat er in de klas gebeuren? Wie let erop? En wanneer spreken jullie elkaar weer? Een goed gesprek eindigt altijd met een nieuwe afspraak om te kijken hoe het gaat.

In de tabel hieronder zie je bij wie je waarvoor terecht kunt.

Wie

Waarvoor kun je er terecht?

De leerkracht

Het eerste aanspreekpunt. De leerkracht ziet wat er in de klas gebeurt en maakt samen met jou afspraken.

De intern begeleider of de pestcoördinator

Als het pesten ernstig is, of als de afspraken met de leerkracht niet helpen.

De directie

Als je het gevoel hebt dat de school het probleem niet serieus oppakt.

De huisarts of de jeugdarts

Als het pesten veel invloed heeft op je kind, bijvoorbeeld op het slapen, eten of humeur.

Stap 4: blijf in gesprek

Na het eerste gesprek met school ben je er nog niet. Vraag je kind regelmatig hoe het gaat, maar maak er geen verhoor van. Kinderen vertellen vaak meer tijdens het fietsen, wandelen of koken dan tijdens een serieus gesprek aan de keukentafel.

Houd ook contact met de leerkracht. Wordt het na een paar weken niet beter, of wordt het juist erger? Neem dan contact op met de intern begeleider of de directie.

Wat je beter niet kunt doen

Sommige reacties voelen op het moment zelf goed, maar maken het vaak moeilijker. Spreek het kind dat pest niet zelf aan. Dat zorgt vaak voor meer spanning, en je kind kan er later last van krijgen. Ga ook niet zelf naar de ouders van het andere kind, maar laat dit via school lopen. Zo blijft het gesprek rustig en wordt het minder persoonlijk.

Zeg ook niet tegen je kind dat het moet terugslaan of terugschelden. Daarmee los je het probleem niet op, en je kind kan er zelf door in de problemen komen. En zeg liever niet "negeer het maar". Voor een kind dat al een tijd buiten de groep staat, voelt dat alsof het er alleen voor staat.

Wat als het niet beter wordt?

Soms is een gesprek met school niet genoeg. Merk je dat je kind lange tijd somber is, zich terugtrekt, slecht slaapt of helemaal niet meer naar school wil? Wacht dan niet af, maar bespreek het met de huisarts of de jeugdarts. Zij kunnen met je meedenken en je zo nodig doorverwijzen naar passende hulp.

Heb je het gevoel dat school ondanks meerdere gesprekken te weinig doet? Dan kun je gebruikmaken van de klachtenregeling van de school. Die staat meestal in de schoolgids of op de website van de school.

Zegt je kind dat het niet meer wil leven? Neem dit altijd serieus en neem direct contact op met de huisarts.

Tot slot

Als ouder wil je je kind beschermen tegen alles wat pijn doet. Pesten kun je niet altijd voorkomen, maar je kunt wel veel betekenen. Luister goed, blijf rustig, schrijf op wat er gebeurt en werk samen met school. Zo laat je je kind zien dat het er niet alleen voor staat. En dat is misschien wel het belangrijkste wat je kunt geven.