Ziek worden kan iedereen overkomen. Maar de kans dat je langdurig uitvalt, en dat daar spanning met je werkgever bij komt kijken, is niet in elk beroep even groot. Wie in de zorg, het onderwijs of bij de overheid werkt, loopt daar meer risico op. Meer dan iemand in een sector waar het werk lichter op de schouders drukt. En dat heeft alles te maken met de aard van het werk zelf.
Ziekteverzuim is namelijk niet gelijk verdeeld over de arbeidsmarkt. In sommige sectoren melden werknemers zich veel vaker en langer ziek dan in andere. En juist in die sectoren, waar de druk hoog is en het verzuim lang duurt, kunnen spanningen rond ziekte en re-integratie extra voelbaar zijn. Voor een stad als Amsterdam, met veel zorg, onderwijs en overheid, is dat geen abstract gegeven.
De cijfers laten de verschillen tussen sectoren scherp zien. De vraag is wat ze kunnen betekenen voor de mensen die er middenin zitten.
Zorg, overheid en onderwijs voorop
De gezondheidszorg en welzijn spant al jaren de kroon. In het laatste kwartaal van 2025 lag het verzuimpercentage daar op 7,9 procent, veruit het hoogst van alle bedrijfstakken. Daarna volgden de waterbedrijven met 7,0 procent en het openbaar bestuur met 6,7 procent. Ter vergelijking: bij de kleinste bedrijven, met minder dan tien werknemers, lag het verzuim op ongeveer 2,6 procent over heel 2025.
Het onderwijs hoort eveneens tot de kopgroep. Een zieke werknemer in het onderwijs is gemiddeld bijna dertig dagen per jaar afwezig, meer dan in welke sector dan ook op de zorg na. De uitval steeg er de afgelopen jaren verder, vooral door langdurig verzuim.
Dat zijn precies de sectoren die in Amsterdam sterk vertegenwoordigd zijn. Ziekenhuizen, scholen, gemeentelijke diensten en semipublieke instellingen bepalen voor een groot deel het werkende leven in de stad. Wat er in die sectoren gebeurt, raakt dus veel Amsterdammers direct.
Waarom de spanning juist daar oploopt
Het hoge verzuim is één ding. Minstens zo belangrijk is de oorzaak ervan. En daar springen dezelfde sectoren eruit.
In het onderwijs en de zorg heeft het verzuim het vaakst met het werk zelf te maken. In het onderwijs gaf 28 procent van de verzuimende werknemers aan dat de klachten samenhingen met het werk, in de zorg 27 procent. Landelijk ligt dat gemiddelde op 22 procent. Hoge werkdruk, personeelstekorten en de emotionele belasting van het werk worden keer op keer genoemd als oorzaak.
Dat is een gevoelig gegeven. Wanneer iemand uitvalt door het werk, en vervolgens door datzelfde werk onder druk komt om snel terug te keren, kan er wrijving ontstaan. De werknemer voelt zich niet altijd gehoord, de werkgever ziet de bezetting slinken en de kosten oplopen. In sectoren die toch al kampen met tekorten, kan die spanning extra groot zijn.
De rol van de werkdruk
Werkgerelateerd verzuim is bovendien vaak langduriger dan verzuim door bijvoorbeeld een griepje. Psychische klachten zoals overspanning en burn-out houden mensen maandenlang thuis. En het zijn juist die lange trajecten waarin de verhouding tussen werknemer en werkgever onder spanning komt te staan.
In die periode moet er van alles gebeuren. De bedrijfsarts brengt de belastbaarheid en de mogelijkheden voor werkhervatting in kaart en stelt een probleemanalyse op. Werkgever en werknemer maken vervolgens samen een plan van aanpak en bespreken periodiek de voortgang van de re-integratie. Elk van die momenten kan een aanleiding voor onenigheid worden. Over het tempo van de terugkeer bijvoorbeeld, of over de vraag of aangeboden werk passend is. Of over een loonmaatregel, wanneer de werkgever van oordeel is dat de werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet nakomt. Zo'n maatregel is alleen onder bepaalde wettelijke voorwaarden toegestaan.
Groot of klein maakt uit
Ook de omvang van de werkgever speelt mee, al is dat anders dan je zou verwachten. Uit de CBS-cijfers blijkt dat het verzuim juist hoger ligt naarmate een organisatie groter is. Bij bedrijven met minder dan tien werknemers ging het over heel 2025 om zo'n 2,6 procent. Grote organisaties met meer dan honderd werknemers zaten rond de 6,3 procent. Dat verschil komt vooral doordat het verzuim bij grote werkgevers langer duurt, en het zijn juist die lange trajecten waarin conflicten kunnen ontstaan.
Tegelijk hebben grote werkgevers vaak meer middelen voor verzuimbegeleiding, met een arbodienst en soms een casemanager. Bij kleinere werkgevers ontbreekt die structuur vaker. Als daar in de procedure iets misgaat, kan dat leiden tot misverstanden, en misverstanden vormen een vruchtbare bodem voor een conflict.
Waar werknemers terechtkunnen
In al deze situaties beschikken werkgevers vaak over meer ervaring en professionele ondersteuning bij verzuimprocedures dan een individuele werknemer. De werknemer moet zich uitgerekend tijdens een ziekteperiode verdiepen in complexe regels rond loon en re-integratie. Dat kan de positie in de praktijk kwetsbaar laten voelen.
Toch is die positie sterker dan het misschien lijkt. Wie twijfelt aan het advies van de bedrijfsarts, kan onder voorwaarden een second opinion door een andere bedrijfsarts aanvragen. Dat is iets anders dan een deskundigenoordeel van het UWV. Bij bepaalde meningsverschillen over de re-integratie kunnen werknemer en werkgever het UWV om zo'n deskundigenoordeel vragen. Bijvoorbeeld over de vraag of aangeboden werk passend is, of dat er voldoende aan de re-integratie wordt gedaan. Dat oordeel is een advies; partijen zijn niet verplicht het te volgen, maar het kan later wel meewegen.
Daarnaast zoeken steeds meer mensen ondersteuning. Het Amsterdamse MediRights begeleidt werknemers die tijdens ziekte in de knel komen. Zo'n partij beoordeelt of een maatregel klopt, en kan de werknemer ondersteunen bij de communicatie met de werkgever of waar mogelijk namens de werknemer communiceren. Dat geeft ruimte om zich op het herstel te richten.
Tot slot
De sectorcijfers vertellen uiteindelijk een menselijk verhaal. Achter elk verzuimpercentage zitten mensen die ziek zijn en zich zorgen maken over hun werk. In de sectoren waar de druk hoog is, en waar Amsterdam veel van zijn werkenden heeft, kunnen spanningen rond ziekte en re-integratie extra voelbaar zijn. Een langdurig conflict kan bovendien extra belasting veroorzaken in een periode die al in het teken staat van herstel. Hoe eerder iemand weet waar hij staat, hoe kleiner de kans dat een meningsverschil uitgroeit tot een slepend conflict.

32.0 ℃
































































