Wie in een oud Amsterdams pand woont, kent het: muren die nergens recht zijn, haarscheurtjes die na elke verfbeurt terugkomen en pleisterwerk dat hier en daar hol klinkt. Glasvezelbehang wordt vaak genoemd als oplossing, maar het is geen wondermiddel. Aan de hand van een verzonnen, herkenbaar voorbeeld lees je hoe zo'n klus van begin tot eind verloopt.

De uitgangssituatie: een bovenwoning van rond 1900

Stel je een bovenwoning voor in De Pijp, gebouwd rond 1900. De bewoner wil de woonkamer opknappen. De muren zijn afgewerkt met oud kalkpleister, er zit een paar lagen verf en behang op, en langs het raamkozijn lopen fijne scheurtjes. Eén wand helt zichtbaar naar binnen, iets wat je in panden van die leeftijd vaak ziet door zetting.

Strak stucen is een optie, maar dat betekent veel stof, droogtijd en een flinke rekening. De bewoner kiest daarom voor glasvezelbehang. Dat is sterk, overschilderbaar en vangt kleine scheurtjes goed op. Wat het níét doet: een scheve muur recht maken of grote oneffenheden onzichtbaar maken. Die verwachting is vanaf het begin belangrijk.

Eerst kloppen, krabben en kijken

Voordat er één baan op de muur gaat, volgt een grondig muuronderzoek. In dit voorbeeld pakt de bewoner dat in drie stappen aan.

  • Kloppen: met de knokkels of het handvat van een schroevendraaier tikt hij de hele wand af. Waar het hol klinkt, zit het pleister los van de ondergrond.
  • Krabben: met een plamuurmes test hij of verf en oude behanglagen goed hechten. Bladdert het, dan moet het eraf.
  • Kijken en voelen: zijn er vochtplekken, schimmel of zoutuitbloei? Dan is behangen nog geen optie. Eerst moet de oorzaak van het vocht worden opgelost.

Een extra aandachtspunt in oude panden is oude verf. In woningen van voor de jaren zeventig kunnen verflagen lood bevatten. Schuur zulke lagen daarom niet droog en open weg zonder bescherming. Woon je in een monument, informeer dan bij de gemeente of je historische afwerkingen zoals sierlijsten of ornamenten mag afdekken of aanpassen.

Repareren wat het behang niet kan verbergen

Het onderzoek levert een paar holle plekken op naast de schoorsteen en een scheur van enkele millimeters breed bij het kozijn. Glasvezelbehang overbrugt haarscheuren, maar een losse plek blijft los, ook met een laag behang erover.

De bewoner hakt de holle stukken pleister voorzichtig weg tot hij op een stevige ondergrond stuit. Daarna vult hij ze op met een reparatiemortel of vulmiddel dat geschikt is voor diepere gaten. De bredere scheur maakt hij eerst iets open, zodat het vulmiddel houvast heeft, en hij vult hem vervolgens op. Na het drogen schuurt hij de reparaties vlak met de rest van de muur.

Oud kalkpleister is vaak erg zuigend. Daarom zet hij de hele wand in met een voorstrijkmiddel. Dat zorgt ervoor dat de lijm niet te snel in de muur trekt en het behang goed hecht.

De dag van het behangen

Met een stevige, schone en droge muur kan het echte werk beginnen. De bewoner draagt handschoenen en lange mouwen, omdat losse glasvezels de huid kunnen irriteren bij het snijden.

Lijm op de muur, niet op de baan

Anders dan bij papierbehang breng je de lijm bij glasvezelbehang op de muur aan, iets breder dan één baan. De droge baan druk je daarna in de lijm en strijk je met een behangspaan van het midden naar buiten glad. De banen komen naad aan naad, zonder overlap. Op een scheve muur is het verleidelijk om de hoek van de kamer als richtlijn te nemen, maar dat gaat mis. De bewoner tekent daarom met een waterpas of schietlood een loodrechte lijn voor de eerste baan en werkt vanaf daar verder.

Wie de handelingen per baan nog eens rustig wil nalopen, vindt een uitgewerkt stappenplan voor glasvezelbehang behangen , van het aanbrengen van de lijm tot het afsnijden van de randen.

Hoeken, kozijnen en de schoorsteen

Bij de schuine wand verloopt de afstand tot de hoek per baan een beetje. Dat los je op door in de hoek een paar centimeter om te zetten en daar de volgende baan weer loodrecht te beginnen. Rond kozijnen en de schoorsteenmantel snijdt hij het overtollige behang af met een scherp afbreekmes langs een plamuurmes. Hij breekt het mesje regelmatig af, want glasvezel maakt een mes snel bot en een bot mes trekt de vezels uit elkaar.

Verven en de eerste weken

Glasvezelbehang is pas af als het geverfd is. De bewoner laat de lijm volgens de aanwijzingen op de verpakking drogen en zet het behang daarna in met muurverf, meestal in twee lagen. De eerste laag wordt flink door het behang opgenomen, de tweede laag geeft de egale kleur.

In het strijklicht van het grote raam blijft zichtbaar dat de muur niet kaarsrecht is. Dat hoort bij het pand. Wel zijn de scheurtjes verdwenen en oogt de wand rustig en verzorgd. In de weken daarna let hij op naden die loslaten of plekken waar bobbels ontstaan. Een losse naad is met een klein beetje lijm en een rolletje meestal snel hersteld.

Wat deze klus leert over oude muren

Het voorbeeld uit De Pijp laat zien dat glasvezelbehang in een oud Amsterdams pand goed kan werken, mits je de muur eerst serieus onderzoekt en repareert. Het behang verbergt kleine scheurtjes en geeft een stevige, overschilderbare laag, maar holle plekken, vocht en grote scheefstand moet je vooraf aanpakken of accepteren. Neem de voorbereiding dus net zo serieus als het behangen zelf. Dan houdt de muur het jarenlang uit, ook als het pand blijft werken.