AMSTERDAM - In december 1967 - exact vijftig jaar geleden - presenteerde de invloedrijke Amerikaanse verkeersdeskundige David Jokinen een adembenemend plan. Volgens Jokinen moest Amsterdam veranderen in een stelsel van enorme snelwegen dat het centrum verbond met de buitenwijken. 'Cityvorming' was het idee. Was het plan uitgevoerd, dan was Amsterdam grotendeels van de kaart geveegd.

De bedoeling was Amsterdam te 'revitaliseren' door de toegang voor de auto veel makkelijker te maken. 'Geef de stad een kans' heette het rapport. De studie van professor Jokinen werd deels betaald door de auto-lobbygroep Stichting Weg. Bij het Stadsarchief kun je het rapport bekijken.

Het Amerikaanse model waarbij de Rijksoverheid ook de grote stadswegen bouwde en betaalde was het voorbeeld. Het autoverkeer moest alle ruimte krijgen. Het motto van het rapport:

'Het ziet er naar uit dat het grote gevaar voor de toekomst ligt in de verleiding een middenkoers te zoeken, door te proberen met behulp van kleine aanpassingen het hoofd te bieden aan het toenemend verkeersvolume, met als gevolg zowel gebrekkige toegangswegen als een bedroevend aangevreten omgeving.'

Hoog tijd voor een radicale oplossing.

Zesstrooks snelweg dwars door de stad

De professor zag wel de schoonheid van de grachtengordel. Maar de 19e eeuwse wijken, zoals De Pijp en de Kinkerbuurt, vond hij waardeloos. Die konden prima worden gesloopt. Hij was niet de enige. Joop den Uyl, wethouder van Economische Zaken van 1962 tot 1965, dacht er bijvoorbeeld net zo over.

Adembenemend zijn Jokinens concreet uitgewerkte plannen. De Singelgracht - de route Mauritskade, Stadhouderskade, Nassaukade - moest een zesstrooks snelweg worden. Ook de Overtoom en Kinkerstraat zouden veranderen in een gigantische snelweg, zoals te zien is op de foto. In De Pijp zag hij langs een grote weg kolossale kantoorgebouwen. Dat was de 'Zuidelijke Ontsluitingsweg'. Totale Cityvorming was het idee; een grootschalig zakencentrum en wonen in de buitenwijken, verbonden door snelwegen. Volgens Jokinen kon het in vijf jaar uitgevoerd zijn.

Zijn uitgewerkte plannen sloegen niet aan. Burgemeester Ivo Samkalden reageerde furieus: 'Een frontale aanval op de plannen voor Amsterdam!' Het hoofd van de dienst Stadsontwikkeling De Gier zei: 'Ik zie een beeld voor me van een verpauperde Amerikaanse stad met wonen en werken langs verkeersriolen.' Het VVD raadslid Hans Gruyters - later van D66 - vond het een redelijk plan: 'Hij laat zien dat de plannen van Publieke Werken - hoe verdienstelijk ook - niet alleen zaligmakend zijn.'

Stadsguerrilla

Je kunt het plan goed plaatsen in de context van wat Geert Mak de Twintigjarige Stadsoorlog' noemt. Die duurde van 1960 tot 1980. Het conflict ging tussen de 'grootschaligen' en de 'kleinschaligen'. De gemeente had wel degelijk grootschalige verkeersplannen, waar de Wibautstraat en de Prins Hendrikkade voorbeelden van zijn. Woonbuurten werden genadeloos gesloopt. Beschermers van het historisch erfgoed protesteerden, maar ook strijdlustige actievoerders.

De grootschalige plannen eindigden in een ongekende stadsguerrilla om de Nieuwmarktbuurt. In Amsterdam overwon toen de 'menselijke maat'. Het had makkelijk anders kunnen lopen. Dan was de stad nu een futuristische metropolis waarvan sommigen nog steeds dromen.