AMSTERDAM - Je kunt de stad lezen als een boek. Elk gebouw, elke plek, elke straat heeft een symbolische betekenis.

Een glanzend spiegelend kantoorgebouw betekent efficiency, macht, geld, strakke organisatie, moderniteit, afstand. Dat zijn in onze tijd de hoogste gebouwen. Kerken zijn een uitdrukking van de menselijke ziel - waarvan het bestaan betwist wordt - en bieden ruimte voor verstilling. Dat waren vroeger de hoogste gebouwen in een stad, die ook door de stadsmuur een besloten spirituele eenheid vormde.

Veel betekenissen

Keurige sociale woningbouw illustreert een ideaal van gelijkheid en gerechtigheid. En een winkel die bijna altijd open is duidt op een droom van vrijheid; je kunt altijd als je er zin in hebt iets kopen. Voor Amsterdam is het Centraal Station één van de gebouwen met de grootste zeggingskracht.

Het station werd tussen 1881 en 1889 gebouwd, op het aangeplempte Stationseiland. Het open havenfront verdween daardoor. Het station telt nu dagelijks ruim 160 duizend in- en uitstappers. En het machtige gebouw heeft een aantal betekenissen. Maar dat kun je pas zien als je het doorhebt.

Geen stadstaat meer

Belangrijk is dat de liberale minister Thorbecke (1798-1872) bepaalde waar het station kwam te liggen: voor het open havenfront. De Amsterdamse elite wilde liever een station bij de Leidsepoort en wilde in ieder geval het typerende weidse zicht op de haven behouden. Thorbecke vond dit achterhaalde onzin en besliste anders. Amsterdam was geen min of meer onafhankelijke stadstaat meer, maar een ondergeschikt onderdeel van de Nederlandse eenheidsstaat. Ook dat is een betekenis van de ligging van het Centraal Station.

Sommigen menen dat het afsluiten van het zicht op het water een historische fout is, anderen zien hierin juist de redding van de binnenstad. De straten naar het station werden bloeiende winkelstraten; denk aan het Damrak en het Rokin, en de route Nieuwendijk, Kalverstraat, Heiligeweg en Leidsestraat. Zonder het station had de noordzijde van de grachtengordel kunnen veranderen in een verloederd, onguur, arm en verwaarloosd voormalig havengebied.

Landstad

Bovendien vertegenwoordigde het spoor de moderne tijd en verbond Amsterdam met continentaal Europa. Amsterdam veranderde na ruim zes eeuwen van een vooral op zee gerichte waterstad in een landstad. Ook dat is een belang van het indrukwekkende station, dat een overkapping heeft van bijna 45 meter.

Middeleeuwse gevel

Opvallend aan het gebouw is dat de voorgevel ontworpen is door de in Roermond geboren katholieke architect Pierre Cuypers (1827-1921). Cuypers ontwierp ook het Rijksmuseum (1885). De ongelofelijk productieve Cuypers woonde in een zelf ontworpen villa in de Vondelstraat aan het Vondelpark, waar hij bovendien de Vondelkerk bouwde. Vreemd is dat zijn bouwstijl geïnspireerd werd door de katholieke middeleeuwen - de stijl heet neo gothiek - zodat het gebouw voor het destijds modernste vervoermiddel, de stoomtrein, een middeleeuwse en geen nieuwerwetse uitstraling heeft.

Paleis voor de reiziger

Het station is in de eerste plaats natuurlijk een indrukwekkend paleis voor de reiziger. Hij kan daar eerst aangenaam verblijven en vervolgens over het spoor het hele Euraziatisch continent bereizen. Maar daarnaast vormt het gebouw de poort tussen het oude stadscentrum en Amsterdam Noord, zoals het ook door Cuypers ontworpen Rijksmuseum de poort vormt tussen het oude centrum en Amsterdam Zuid. Het is opmerkelijk dat de katholieke kathedralenbouwer Cuypers in het destijds voornamelijk protestantse Amsterdam twee van de allerbelangrijkste gebouwen neerzette.

En de gemoedelijk historische vraag blijft altijd: Staat het Centraal Station nu wel of niet op de juiste plek?