AMSTERDAM - De doelen van de organisatieontwikkeling van de gemeente Amsterdam zijn grotendeels gehaald. Onder de medewerkers van de gemeente bestaan twee verschillende beelden over de reorganisatie en de gevolgen ervan. Aan de ene kant is er een beeld van vooruitgang, aan de andere kant een beeld van verlies. De belangrijkste opgave is nu om die twee verschillende beelden bij elkaar te brengen. 

Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek naar de organisatieontwikkeling door onderzoekers van de Nederlandse School voor het Openbaar Bestuur en de Universiteit Utrecht. In de periode 2014-2016 heeft binnen de gemeente een grootscheepse organisatieontwikkeling plaatsgevonden om de versnipperde gemeentelijke organisatie beter in dienst te kunnen stellen van de Amsterdammers en efficiënter te laten werken.

Een beeld met twee kanten Het onderzoek bestaat uit twee delen: een documenten- en feitenonderzoek, en gesprekken met 65 medewerkers. De onderzoekers concluderen op basis van het feitenonderzoek dat het grootste deel van de beoogde doelen van de organisatieontwikkeling 2014-2016 is gehaald. Uit de gesprekken met medewerkers komen twee verschillende beelden naar voren. Aan de ene kant is er een groep medewerkers die de organisatieontwikkeling schetst als een vooruitgang. Zij zijn van mening dat er grote vorderingen zijn geboekt en kijken met trots terug op het doorlopen proces.

Aan de andere kant is er een groep medewerkers die bij de organisatieontwikkeling een beeld van verlies hebben. Zij zijn ontevreden over het verloop van het reorganisatieproces. Zij herkennen de beoogde doelen van de organisatieontwikkeling wel, maar kijken terug op een periode van onduidelijkheid en onrust, en daaraan gepaarde stress. De onderzoekers concluderen dat de twee beelden niet bij elkaar komen en dat dit de ontwikkelambities belemmert.

Organisatieontwikkeling De onderzoekers geven aan dat de organisatieverandering plaatsvindt in een periode van grote ontwikkelingen: de gemeente heeft moeten bezuinigen, en het bestuurlijk stelsel is onderwerp van discussie. Bovendien kreeg de gemeente in deze periode ook de verantwoordelijkheid voor veel zorgtaken overgedragen van de Rijksoverheid. ‘Duidelijk is dat de stad voor een complexe veranderopgave staat.’

Volgende fase Het evaluatieonderzoek is de basis voor de volgende fase van de organisatieontwikkeling. De ‘harde’ doelen zijn bereikt en de structuur van de organisatie is veranderd. De uitdaging is om de twee verschillende beelden bij elkaar te brengen. Het college van B en W en de ambtelijke top gaan daarom aan de slag met de vier aanbevelingen uit het rapport:

  • Ambtelijke én bestuurlijke top moeten samen werk maken van het verbeteren van concernsturing en samen duidelijkheid scheppen over wat dat vraagt van de raad, het college en het topkader van de gemeente.
  • Verhelder en concretiseer de betekenis van gebiedsgerichte sturing en werk uit hoe stadsdelen en RVE’s daarin gezamenlijk kunnen optrekken.
  • Investeer in het verbeteren van de samenhang van en samenwerking binnen het topkader om toe te werken naar een nieuwe besturingscultuur en ‘esprit de corps’.
  • Meer aandacht en waardering voor de inzet van de medewerkers van de gemeente Amsterdam; meer ruimte geven voor initiatief van medewerkers.