In het coalitieakkoord dat begin juni werd gepresenteerd ging een streep door het erotisch centrum bij de Europaboulevard. Het nieuwe stadsbestuur wil in plaats daarvan onderzoeken of meerdere kleinschalige locaties de raamprostitutie op de Wallen kunnen terugdringen. Daarmee is een plan van tafel dat sinds 2019 op de agenda stond — maar het aanbod waar het over ging, verhuisde de afgelopen jaren al grotendeels naar plekken waar geen raam aan te pas komt.
Wat de verordening wel regelt
De Amsterdamse Algemene Plaatselijke Verordening is duidelijk over bedrijven. Artikel 3.27 verbiedt het exploiteren van een prostitutiebedrijf zonder vergunning van de burgemeester. Artikel 3.40 doet hetzelfde voor een escortbedrijf. Een prostitutiebedrijf is in artikel 3.1 omschreven als een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot prostitutie. Een escortbedrijf is een plek waar bedrijfsmatig wordt bemiddeld in prostitutie die ergens anders plaatsvindt.
De thuiswerker past in geen van beide definities
Allebei die omschrijvingen gaan uit van een pand of een tussenpersoon. Iemand die alleen werkt, vanuit de eigen woning en zonder bemiddelaar, valt daar niet vanzelfsprekend onder: er is geen voor publiek toegankelijke ruimte, en er wordt niemand bemiddeld. De verordening kent voor die situatie geen uitdrukkelijke uitzondering, maar ook geen bepaling die er precies op past.
In de praktijk verloopt handhaving daardoor meestal langs een andere weg. Niet via het vergunningstelsel, maar via meldingen van overlast, het bestemmingsplan of het huurcontract. Dat betekent dat de zichtbaarheid van een adres vaak bepalend is voor of er wordt opgetreden — en niet de vraag of er een vergunning had moeten zijn.
Landelijke wet laat al vijf jaar op zich wachten
Dat gat zou door landelijke wetgeving gedicht worden. De Wet regulering sekswerk werd in januari 2021 bij de Tweede Kamer ingediend en is er ruim vijf jaar later nog altijd niet doorheen. In mei sprak de Kamer er opnieuw over tijdens een commissiedebat over mensenhandel en prostitutie, zonder dat het tot een stemming kwam. Eerdere versies van dezelfde wet sneuvelden in 2013 en bleven daarna jarenlang liggen.
Zolang die wet uitblijft, is de gemeentelijke verordening het enige kader dat er ligt. Dat verklaart waarom de regels per gemeente verschillen, en waarom Amsterdam op dit punt andere keuzes maakt dan de buurgemeenten.
Het aanbod is vooral online af te lezen
Wie wil weten hoe groot het aanbod in de stad is, komt niet ver met vergunningregisters. Dat beeld is tegenwoordig eerder af te lezen aan online advertenties: hoeveel er op enig moment staan, wat er wordt aangeboden en tegen welke tarieven. Dat het aanbod in Amsterdam daar zichtbaar is, zegt overigens niets over of het vergund is — en omgekeerd zegt een vergunning niets over wat er op zo’n platform staat.
Het aantal van die platforms is de afgelopen jaren toegenomen. Quickie.nu is er één van, naast enkele grotere partijen waar het merendeel van de advertenties staat. Voor de gemeente maakt die verschuiving het toezicht ingewikkelder: een advertentie noemt zelden een adres, en een profiel is sneller verplaatst dan een raam.
Of de kleinschalige locaties waar het stadsbestuur nu naar wil kijken daar iets aan veranderen, moet nog blijken. De vorige poging om het aanbod te concentreren duurde zeven jaar en haalde de eindstreep niet.

18.3 ℃































































