AMSTERDAM - Vanaf deze week is het Leidseplein autovrij. De komende tijd zullen er nog diverse werkzaamheden plaatsvinden, waarna de allerlaatste fase van de vernieuwing begint. De herinrichting inclusief het autoluw maken is een reuzenstap met een enorme impact op de beleving van het plein, dat al bestaat sinds 1660.

Made in 1660

Het Leidseplein heeft het nodige meegemaakt, de afgelopen eeuwen. Los van de huldigingen, protesten, nachtelijke escapades en theatrale gebeurtenissen die het moest verduren is er fysiek flink ingegrepen. Het plein ontstond dan ook al rond 1660, als onderdeel van de ‘Vierde Uitleg’. Hierbij hoorde de tweede fase van de aanleg van de Grachtengordel. Zeker een eeuw lang, tot 1773, was het Leidseplein niet veel meer dan een wagenplein bij een stadspoort – de Leidsepoort in dit geval. Waar in de buurt wat bijpassende functies te vinden waren: stalhouderijen, hoefsmeden en tapperijen.

Aanzienlijk gegroeid

Tot ruwweg de achttiende eeuw was het Leidseplein veel kleiner dan tegenwoordig. Het was een rechthoekige open ruimte tussen de (nu) Marnixstraat, waar toen de Leidsepoort stond, het water van de Lijnbaansgracht en de Korte Leidsedwarsstraat. In 1774 was de bouw van de eerste Stadsschouwburg (architect J.E. de Witte) gereed en het wagenplein kreeg hiermee een cultuurfunctie. Toch veranderde er fysiek niet heel veel. De ontwikkeling kwam pas later goed op gang. En hoe: als we goed kijken naar het kadastrale minuutplan uit 1832, Lomans Atlas van Amsterdam uit 1876 en de eerstvolgende versie daarvan, zien we dat het razendsnel is gegaan. Vanaf het begin van de negentiende eeuw verdween de stadswal en in 1862 werd ook de Leidsepoort gesloopt. De Singelgracht werd smaller en rechter gemaakt en de Leidsebrug die daaroverheen liep, breder. Het Leidseplein zelf werd groter richting het westen, waar nu onder andere Hotel Americain en de bekende fontein een plek hebben. Ook groeide het plein in de richting van Weteringplantsoen. Daarvoor was de gedeeltelijke demping en overkluizing van de Lijnbaansgracht (tussen 1909 en 1913) nodig. Dit laatste maakte ook het aanleggen van het Kleine Gartmanplantsoen zoals we dat nu kennen mogelijk.

Voortdurende allure

De hoofdvorm van het plein is niet heel erg veranderd sinds de jaren twintig van de vorige eeuw, je zou kunnen zeggen dat het plein nog steeds uit de drie delen bestaat. De gebouwen zijn veranderd maar de plek van die bebouwing is min of meer gelijk gebleven. En hoewel het in de grote gelijkvloerse ruimte van het moderne plein even zoeken is naar de halte, speelt de tram nog altijd een prominente rol. De halte op het Leidseplein stamt uit de roerige periode: de eerste paardentram van de Amsterdamse Omnibus Maatschappij vertrok in 1875 vanaf het plein. Ook de Stadsschouwburg heeft nog immer een beeldbepalende plek. Dat deze hier nog altijd staat is mede te danken aan de bewoners uit 1892. Zij stuurden een brief aan de gemeenteraad nadat de in 1874 van een fraaie stenen ommanteling voorziene schouwburg in 1890 afbrandde. Hierin pleitten de omwonenden voor de bouw van een nieuwe kunsttempel op het Leidseplein – en nergens anders. Een van de argumenten was dat de aangewezen plaats om het gebouw geheel tot zijn recht te doen komen juist dit plein was, “een der schoonste punten van Amsterdam, het centrum van een der fraaiste stadswijken, door een vijftal tramlijnen gemakkelijk te bereiken". Het hernieuwde plein is een ‘naadloos’ antwoord op wat men toen al zag. Op naar de komende 100 jaar.

Erfgoed van de Week

In de rubriek Erfgoed van de Week staat elke week een bijzondere archeologische vondst, vindplaats, voorwerp, monumentaal gebouw of historische plek in de stad centraal. Via de website amsterdam.nl/erfgoed en twitter @erfgoed020 delen de erfgoedexperts van Monumenten en Archeologie onder #erfgoed020 het erfgoed van de stad met Amsterdammers én overige geïnteresseerden.