AMSTERDAM - Deze week is het Pesach, het joodse Paasfeest, waarbij wordt stilgestaan bij de vlucht van de joden uit Egypte. In het Bijbelse geschrift Exodus 12:15-20 wordt beschreven hoe ze zich uit slavernij hadden ontdaan en op de vlucht slaan naar het beloofde land Israël.

Grondige reiniging

Het Pesachfeest kent een intensieve voorbereiding voor een grondige reiniging van het huis en in het bijzonder de keuken. Er mag geen kruimeltje gerezen brood meer aanwezig zijn. Gedurende de hele Pesach week mogen ook geen producten die met gist zijn bereid worden genuttigd. Er wordt dan ongerezen brood gegeten, genaamd matzes. Vanwege deze strenge voedselvoorschriften was er voor Pesach speciaal serviesgoed in gebruik.

Vlooienburg

Archeologisch onderzoek op het Waterlooplein voorafgaand aan de bouw van de Stopera in 1981-1982 heeft voorbeelden opgeleverd van het speciaal servies dat op tafel kwam voor Pesach bij joodse families in 18de-eeuws Amsterdam. De geschiedenis van de joodse bevolking van Amsterdam begint rond 1600, toen hier de eerste joden arriveerden die Spanje en Portugal waren ontvlucht. Deze Sefardische- of Portugese joden vestigden zich op Vlooienburg, een wooneiland in de bocht van de Amstel ter hoogte van de Stopera. Vanaf circa 1630 breidde de joodse inwoners van Amsterdam zich uit met de komst van Asjkenaziem of Hoogduitse joden, afkomstig uit Midden en Oost-Europa. Ook zij kwamen op en in de buurt rond Vlooienburg te wonen.

Speciaal serviesgoed

Eén van de panden op Vlooienburg die archeologisch zijn onderzocht was de Lange Houtstraat 18. Onder de vondsten uit de beerput van dit pand, dat bekend stond als Het Gulde Kalf, waren twee identieke borden die voor gebruik tijdens het Pesachfeest waren bedoeld. Op het eerste gezicht lijken het doorsnee Nederlandse borden van Delftse faience, met een versiering langs de rand geïnspireerd op Chinees porselein zoals dat toentertijd in zwang was. De Hebreeuwse tekst op de spiegel, het centrale deel van het bord, duidt op een specifiek joods gebruik. Het gaat om de aan Exodus ontleende tekst 'zeven dagen zult gij matzes eten', gevolgd door de toevoeging van het Hebreeuwse woord basar - vlees en pesach. Vergelijkbare borden zijn ook bekend met het opschrift chalav - melk. Deze toevoeging was bedoeld om volgens de joodse spijswetten het serviesgoed bij de bereiding van melk- en vleesproducten strikt gescheiden te kunnen houden.