AMSTERDAM - Op 4 oktober 2017 is Plan Zuid aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht. Daarmee krijgt het door Hendrik Petrus Berlage (1856-1934) ontworpen plan de nationale erkenning die ook bijvoorbeeld onze grachtengordel, de Haagse binnenstad en Tuindorp Vreewijk in Rotterdam ten deel vielen. Onder meer door de samenhang tussen stedenbouw en architectuur diende én dient Plan Zuid als belangrijk voorbeeld.

100 jaar maar springlevend

Deze week is het precies honderd jaar geleden dat het uitbreidingsplan Zuid door de gemeenteraad werd vastgesteld. In 1915 presenteerde Berlage het plan en na de vaststelling begon Amsterdam meteen met de realisatie. Tussen 1917 en 1925 werden de Rivierenbuurt, Apollobuurt, de Stadionbuurt en een groot deel van de Nieuwe Pijp gebouwd. De stedenbouwkundige benadering die in Plan Zuid is vormgegeven is nog steeds springlevend. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft Berlages opzet grote invloed gehad op stedenbouwkundige projecten in Amsterdam.

Wegen, straten, pleinen, groen

De essentie van Plan Zuid ligt in de manier waarop Berlage met de architectuur van het gesloten bouwblok stedelijk ruimtes vormgaf. Hoogteaccenten markeren toegangen van straten of sluiten zichtlijnen van buurtstraten af en monumentale gebouwen domineren omsloten pleinen. Deze markante gebouwen vormen bovendien blikvangers van de hoofdverkeersassen. Maar ook was, voor het eerst in de stedenbouwkundige geschiedenis, groen een belangrijk onderdeel van het ruimtelijk ontwerp. De Apollolaan, de Churchilllaan en de Minervalaan zijn breed opgezette, met veel bomen beplante lanen die als een ‘parkway’ de verschillende wijken aaneenrijgen.

Slim gesloten bouwblok

Met de architecten van de Amsterdamse School kwam er een nieuwe generatie ontwerpers die in staat was de lange wanden van de gesloten bouwblokken als een geheel vorm te geven. Ook voor de aanleg van Plan Zuid werden gesloten bouwblokken toegepast, zoals in de Grachtengordel en de 19de-eeuwse wijken. Berlage hield echter ook rekening met de oriëntatie op de zon, waardoor er genoeg licht in de woningen kwam. En hij maakte de binnenhoven zo groot dat ook bínnen de blokken veel ruimte voor groen kwam. Deze stedenbouwkundige benadering wordt duidelijk als je de beroemde vogelvluchtperspectieven bekijkt.

Terug van weggeweest

In de jaren ’80 zetten stedenbouwkundigen zich af tegen de kleinschalige opzet van de bloemkoolwijken met woonerven uit de jaren zeventig en de onduidelijke grens tussen privaat en openbaar gebied. Ze grepen terug op typologieën die in het verleden hun diensten hadden bewezen, zoals het gesloten bouwblok. Carel Weeber paste dit principe toe in de woonwijk Venserpolder (1986) om samenhang in de wijk te brengen. Hoewel elk bouwblok door een andere architect is ontworpen is er door spelregels voor de vormgeving eenheid in de wijk gekomen. Eind jaren tachtig greep ook Jo Coenen bij het stedenbouwkundig ontwerp voor het KNSM-eiland terug op Berlages principes. De individuele woningen moesten deel gaan uitmaken van een samenhangend geheel, niet alleen voor wat de architectuur betreft maar ook met de openbare ruimte en het groen. In contrast met de weidse openheid van het water rondom ontstond zo een monumentaal, stedelijk ensemble dat de allure van Plan Zuid benadert. En nieuwe stedenbouwkundige plannen zoals het ontwerp voor de Sluisbuurt laten zien dat het gesloten bouwblok weer helemaal terug is. Natuurlijk, de hoogteaccenten zijn iets extremer geworden en worden anders toegepast, maar toch. We ervaren nog altijd de weerklank van Berlage, ook buiten de grenzen van Plan Zuid.

Erfgoed van de Week

In de rubriek Erfgoed van de Week staat elke week een bijzondere archeologische vondst, vindplaats, voorwerp, monumentaal gebouw of historische plek in de stad centraal. Via de website amsterdam.nl/erfgoed, Twitter @erfgoed020 en Facebook Monumenten en Archeologie delen de erfgoedexperts van Monumenten en Archeologie het erfgoed van de stad met Amsterdammers én overige geïnteresseerden.