AMSTERDAM - In het februarinummer van Columbus Travel staat een artikel over het werk van stadsecoloog Anneke Blokker. Als stadsecoloog is Anneke continu op reis in haar eigen Amsterdam om planten- en diersoorten te bestuderen. Haar specialisatie: vleermuizen. Lees hier het artikel.

Wat houdt het beroep stadsecoloog precies in?

"Een van mijn missies is: de biodiversiteit – de verscheidenheid aan flora en fauna – in de stad behouden en verbeteren. Met die biodiversiteit gaat het goed in Amsterdam. Er komen ruim tienduizend dier- en plantensoorten voor. Ik geef onder andere de gemeente advies hoe dat aantal op peil gehouden kan worden en hoe het kan worden gestimuleerd. Bijvoorbeeld wanneer een pand wordt gesloopt of gerenoveerd. Dan ga ik kijken of er in en rondom het gebouw en in het groen beschermde planten en dieren voorkomen – van vleermuizen en vogels tot reptielen – waar de initiatiefnemer rekening mee moet houden.

Ook bij grote stedelijke projecten breng ik advies uit: hoe kunnen we in een nieuwbouwwijk natuur aanleggen en de biodiversiteit stimuleren? Zo worden bijvoorbeeld groene daken, vleermuiskasten en nestkasten voor huismussen en gierzwaluwen ingepast in de nieuwbouw. Het leukste vind ik om bruggen te slaan tussen verschillende werelden. Om ecologie te verbinden met architectuur bijvoorbeeld. Ecologie is belangrijk, net als een groene stad. Het is aantrekkelijker voor mensen en zorgt voor een prettig leefklimaat, omdat het op hete zomerdagen zorgt voor verkoeling en bij heftige regenbuien neemt groen water op. Belangrijk is dat de natuur in de balans blijft. Een goede biodiversiteit zorgt er bijvoorbeeld voor dat er geen insectenplagen zijn. Alleen al gierzwaluwen eten zo’n vijftienduizend insecten per dag en vleermuizen ruim drieduizend in één nachtje.’

Over vleermuizen gesproken, we begrijpen dat jij de Batwoman van Amsterdam bent!

‘Haha, ja, ik richt me echt op de vleermuiswereld en doe er veel onderzoek naar. Naast adviseren ben ik geregeld op pad om veldonderzoek te doen. Je zult versteld staan hoeveel vleermuizen er in onze hoofdstad leven, in totaal zo’n veertigduizend. Je kunt ze het beste waarnemen van april tot en met oktober, daarna gaan ze in winterslaap. Mijn passie voor vleermuizen ontstond tijdens een vleermuisexcursie in mijn studietijd. Sindsdien ben ik helemaal fan van ze. Het zijn echt spannende beesten en totaal niet gevaarlijk, in tegenstelling tot wat sommige mensen denken. Vleermuizen zijn juist extreem schattig én handig! Hun maaltijd bestaat uit allerlei verschillende insecten, waaronder de vervelende steekmug. Doordat ze deze insecten uit de weg ruimen, hebben wij mensen daar minder last van.’

In de zomer kunnen we jou dus ’s nachts op straat vinden, op zoek naar vleermuizen?

‘In de zomermaanden loop ik geregeld om drie uur ’s nachts een rondje door Amsterdam met mijn batdetector. Dat is een kastje dat de echolocatie van vleermuizen kan waarnemen en vertaalt naar een voor ons hoorbaar geluid. In de ochtendschemer vertrek ik bijvoorbeeld naar een pand dat binnenkort wordt gesloopt, om te kijken of daar vleermuizen in zitten. Zo kom ik op aparte plekken in Amsterdam, op een spannend tijdstip. Het is echt een fantastische manier om de stad te ervaren, heel sereen.’

Kunnen wij zelf ook vleermuizen waarnemen?

‘Jazeker! In principe hoef je niet eens de deur uit. Als je ’s avonds laat uit je raam kijkt, kun je er al eentje spotten. In het blok waar ik zelf woon, vliegen ook altijd vleermuizen. En dat is midden in de stad. Het moet niet te donker zijn, want dan kun je ze ook weer niet goed zien. Maar zodra de schemer valt, komen ze tevoorschijn. De beste plek om in Amsterdam vleermuizen waar te nemen is bij ’t Kleine Loopveld in de wijk Buitenveldert. Dat is een groen gebied tussen het Amsterdamse Bos en het Amstelpark en een echte vleermuizenhotspot. Je kunt er wel zes verschillende soorten zien. Als je op de bruggetjes gaat staan, zie je twee soorten over het water jagen: de meervleermuis en de watervleermuis. Deze soorten hebben een wit buikje. Richt je je ogen iets hoger de lucht in dan kom je de ruige dwergvleermuis en de gewone dwergvleermuis, de meest voorkomende soort in Amsterdam en Nederland, tegen. Helemaal hoog in de lucht zie je de laatvliegers en rosse vleermuizen. Een waar spektakel! Dit zijn de grootste vleermuissoorten die ons land rijk is.

Een andere hotspot is de schapenweide in het Vondelpark. Achter de weide loopt een verscholen paadje en als je daar gaat staan zie je waanzinnig veel vleermuizen. Tot slot zijn het Bostheater in het Amsterdamse Bos en het Diemerpark boven de Sloterplas ook topplekken.’

Wat voor tips kun je geven aan mensen die vleermuizen willen spotten in hun eigen stad?

‘Kijk, vleermuizen komen overal in de stad voor. Zodra de schemer is gevallen kijk je naar de lucht en heb je in de zomer grote kans dat je een vleermuis voorbij ziet vliegen. In de periode augustus-september kun je vleermuizen ook echt met eigen oren horen, want dat is de paartijd. De diertjes zijn dan ongelooflijk sociaal. Ze roepen naar elkaar met heel lage tonen die ook voor mensen hoorbaar zijn. Zelfs veertigplussers, waarvan het vermogen om hoge frequenties te horen sterk is afgenomen, kunnen deze tonen horen. Ik geef rond deze tijd ook vleermuisexcursies in het Vondelpark en dan zeg ik tegen de mensen: ‘Nu moeten jullie eens goed luisteren, want op dit moment kun je de vleermuizen écht horen.’ Ze zijn altijd heel verbaasd en enthousiast dat dat gewoon kan.’

Wat gaat standaard mee als jij op vleermuizenjacht gaat?

‘Een grote zaklantaarn en mijn batdetector. In mijn tas ontbreekt verder nooit mijn verrekijker, een vogelboekje en mijn fotocamera. Als ik op pad ben en ik twijfel over een planten- of diersoort, dan neem ik gewoon een foto en kan ik het later gaan onderzoeken. Ideaal.’