Het aandeel werknemers met burn-outklachten blijft toenemen. Dat blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025 ( bron), uitgevoerd door TNO en CBS in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Volgens Arboportaal had 21 procent van de werknemers in 2025 burn-outklachten. Tien jaar eerder was dat nog 13 procent. Ook geeft 37 procent van de werknemers aan dat er aanvullende maatregelen nodig zijn tegen psychosociale arbeidsbelasting, zoals werkdruk en werkstress.

Voor Rob Bartels, ervaren coach voor werkende mensen en verbonden aan Bartels Coaches, zijn de cijfers zorgelijk, maar niet verrassend. Hij ziet in zijn praktijk dat veel mensen pas hulp zoeken wanneer de klachten al ver zijn opgelopen.

“Veel werkenden wachten tot hun lichaam letterlijk op de rem trapt,” zegt Bartels. “Ze slapen slechter, worden sneller geïrriteerd, verliezen plezier in hun werk of voelen zich constant opgejaagd. Toch denken ze vaak: nog even doorzetten. Juist dat doorzetten is vaak het probleem.”

Werkstress bouwt zich langzaam op

Burn-outklachten ontstaan meestal niet van de ene op de andere dag. Vaak gaat het om een langere periode waarin iemand te veel vraagt van zichzelf, te weinig herstelt of structureel het gevoel heeft achter de feiten aan te lopen. Werkdruk speelt daarin een belangrijke rol, maar volgens Bartels is werkstress zelden alleen een kwestie van een volle agenda.

“Het gaat vaak ook over grenzen, verwachtingen en overtuigingen,” legt hij uit. “Mensen vinden dat ze altijd bereikbaar moeten zijn, geen fouten mogen maken of alles zelf moeten oplossen. Dan wordt werk niet alleen druk, maar ook mentaal zwaar.”

Volgens Bartels is coaching waardevol omdat het helpt om die patronen zichtbaar te maken. Niet pas wanneer iemand uitvalt, maar juist in de fase daarvoor.

Coaching helpt om eerder bij te sturen

Een coach kan helpen om stresssignalen serieus te nemen en concreet te onderzoeken wat er achter de spanning zit. Dat kan gaan over werkdruk, maar ook over perfectionisme, moeite met nee zeggen, conflicten op het werk, onzekerheid over de eigen functie of gebrek aan richting in de loopbaan.

“Goede coaching begint niet met grote theorieën, maar met scherp kijken naar wat er gebeurt,” zegt Bartels. “Waar loopt iemand op leeg? Waar zit de druk? Welke keuzes worden steeds uitgesteld? En wat is nodig om weer grip te krijgen?”

Bij Bartels Coaches ligt de nadruk op coaching voor werkend Nederland: mensen die functioneren, verantwoordelijkheid dragen en vaak gewend zijn om door te gaan. Juist bij die groep kan tijdige begeleiding veel verschil maken.

Niet alleen herstellen, maar anders leren werken

Volgens Bartels moet coaching niet alleen worden gezien als herstelmiddel na overbelasting. Het is ook een manier om duurzamer te leren werken. Dat betekent: beter omgaan met druk, helderder communiceren, grenzen bewaken en keuzes maken die passen bij iemands energie, talenten en levensfase.

“Een coach lost het werk niet voor je op,” zegt Bartels. “Maar een coach helpt je wel om anders naar jezelf en je situatie te kijken. Vaak ontstaat daardoor ruimte. Mensen ontdekken dat ze meer invloed hebben dan ze dachten.”

Daarmee raakt coaching ook aan duurzame inzetbaarheid. Als steeds meer werknemers burn-outklachten ervaren, is het volgens Bartels niet genoeg om alleen te praten over verzuim of werkdrukbeleid. Er moet ook aandacht zijn voor de persoon achter de werknemer.

Signalen serieus nemen

Bartels adviseert werkenden om niet te wachten tot klachten ernstig worden. Terugkerende vermoeidheid, piekeren, kort lontje, concentratieproblemen, cynisme of het gevoel voortdurend “aan” te staan, zijn signalen om serieus te nemen.

“Je hoeft niet eerst vast te lopen voordat je met een coach praat,” zegt hij. “Sterker nog: hoe eerder je erbij bent, hoe meer ruimte er is om bij te sturen. Coaching kan voorkomen dat iemand volledig uitvalt.”

De cijfers uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden laten zien dat werkstress en burn-outklachten geen individueel randprobleem zijn. Het raakt een grote groep werknemers in Nederland. Volgens Bartels vraagt dat om meer openheid, betere gesprekken op de werkvloer en laagdrempelige begeleiding.

“Werk mag energie kosten,” besluit hij. “Maar als werk structureel meer neemt dan geeft, is het tijd om stil te staan. Niet om op te geven, maar om opnieuw richting te kiezen.”